‘Geit’ en ‘kameel’ vechten om miljarden

De oud-leider van Mongolië wordt voor de rechter gesleept wegens corruptie. Is hij een schurk? Of slachtoffer van een politieke afrekening?

Zoals het een Mongool betaamt. In de geest van zijn voorvader Dzjenghis Khan, toont ex-president Nambarin Enchbajar zich strijdlustig, zelfs als hij op sterven na dood is.

Vanuit ziekenhuis nr. 2 in Oelan Bator, aan het infuus en in pyjama, gaf hij maandag een interview aan de Financial Times waarin hij de aanval opent op zijn rivaal, huidig president Tsachia Elbegdorj. Die is volgens hem bezig met een poging hem „uit te schakelen” voor de komende parlementsverkiezingen.

Het Mongoolse Openbaar Ministerie heeft onlangs vervolging tegen Elbegdorj ingesteld wegens corruptie. Het proces begint dinsdag. Tien dagen voor het interview was hij in hongerstaking gegaan, uit protest tegen het proces. Volgens zijn artsen was hij daar bijna aan bezweken.

Enchbajar zegt dat hij er gedurende zijn bewind (2005-2009) niet in geslaagd is om de corruptie in te dammen. Maar onder zijn opvolger Elbegdorj is die volgens hem geëxplodeerd. „Vergelijk het met een geit en een kameel”, zei hij tegen de FT, waarmee hij twee in Mongolië omnipresente dieren gebruikte om het verschil in omvang te illustreren.

Gisteravond bleek dat de kiescommissie Enchbajars registratie als kandidaat voor verkiezingen heeft geweigerd wegens de zaak. Enchbajar wijst er op dat hij nog niet eens is veroordeeld. Sommigen zien hem inderdaad als slachtoffer van een afrekening. Zo bezien beleeft de Mongoolse democratie een terugval. Mongolië geldt als democratisch maar wankel lichtpunt in een autoritaire regio.

De twee kennen elkaar al jaren. Na het communisme waren ze ideologische bondgenoten bij de opbouw van democratisch Mongolië. Nog altijd zijn ze dé politieke figuren van hun land. De een leider van de conservatieve Mongoolse Volkspartij (MPP), de ander voorman van de iets liberalere Democratische Partij (DP).

Maar de laatste jaren staan ze elkaar steeds meer naar het leven. In 2008 won de MPP de parlementsverkiezingen. Volgens de DP was er gefraudeerd (wat nooit is bevestigd). Het kwam tot rellen en het MPP-partijbureau werd in de fik gestoken door DP-aanhangers.

De DP sloot zich uiteindelijk toch aan bij een coalitie met de MPP, maar trok zich vijf maanden geleden boos terug. In 2009 won Elbegdorj de presidentsverkiezingen. Daarop beschuldigde de MPP de DP weer van fraude – wat ook niet werd bewezen.

Anderen zien Enchbajars proces juist als een teken dat de democratie volwassen wordt. Elbegdorj zei zelf dat „niemand in Mongolië privileges heeft”. Enchbajar zou ook een manipulator zijn. Op de staatstelevisie verschenen beelden waarop hij zijn verplegers afblafte. Hij zag er veel fitter uit dan velen op basis van zijn doktersverklaringen hadden gedacht.

De politieke ontwikkelingen vallen samen met even spectaculaire economische ontwikkelingen. In Mongolië explodeert de welvaart. Het land bezit fabelachtige grondstoffenvoorraden (koper, goud, uranium). Volgens schattingen zijn Mongoliës top tien mijnen al goed voor 2.700 miljard dollar, waarmee alle 2,4 miljoen Mongolen op papier miljonair zijn. De winning daarvan neemt een steeds grotere vlucht.

Afgelopen jaar groeide de economie met 17 procent, een van de hoogste percentages ter wereld. Voor dit jaar is de prognose 20 procent.

De verdeling van die miljarden is inzet van het grote steekspel tussen Enchbajar en Elbegdorj. En daarbij gaat het niet alleen over hoe de gewone Mongool zal profiteren (ze overtroefden elkaar bij de verkiezingen in 2008 met beloftes van contante bonussen). Ook en vooral de elites achter hen moeten tevreden zijn.

Nu de inkomsten uit de mijnbouw op het punt staan astronomische hoogten te bereiken – de regering heeft onlangs groen licht gegeven voor de ontwikkeling van een megakopermijn – is de motivatie om de macht te behouden alleen maar groter. Én daarmee de motivatie om elkaar zwart te maken. Corruptie is tegelijkertijd een prima stok om mee te slaan – want die is alom aanwezig en groeit razendsnel.

    • Chris Hensen