Fransen keuren start Hollande

Zowel voor de socialisten van Hollande als voor rechts staat er zondag en volgende week veel op het spel als de Fransen een nieuw parlement kiezen.

Niets minder dan de absolute meerderheid in de Assemblée Nationale, dat is waar de Parti Socialiste op mikt tijdens de parlementsverkiezingen op 10 en 17 juni. De socialisten, die de afgelopen jaren al wonnen bij lokale en regionale verkiezingen, verkeren in een overwinningsroes na de zege van François Hollande bij de presidentsverkiezingen op 6 mei. 289 zetels behalen lijkt moeilijk (in de peilingen scoort de PS 249 tot 291 zetels) maar met de hulp van bevriende partijen zoals het Front de Gauche en Europe Ecologie – Les Verts (EE-LV) moet links een meerderheid van 305 tot 357 zetels kunnen behalen.

Daardoor zou de voor Frankrijk unieke situatie ontstaan dat links niet alleen de president levert, maar ook in de Assemblée en in de Senaat de meerderheid heeft. Dat is ook wat een meerderheid van de Fransen wil. 55 procent is tegen een zogeheten ‘cohabitation’, de samenwerking van een linkse president en een rechtse premier, een situatie die zou kunnen ontstaan als de rechtse UMP tegen de verwachting in toch zijn meerderheid in de Assemblée behoudt.

Officieel is de president niet op campagne, maar een paar recente maatregelen staan niet los van de verkiezingen. Zo maakte Hollande deze week al werk van de beloofde verlaging van de pensioenleeftijd van 62 tot 60 jaar, voor mensen die 41 jaar hebben gewerkt. Socialisten houden zich aan hun verkiezingsbeloftes, luidt de boodschap.

Iets meer dan drie weken na zijn intrede in het Elysée geniet Hollande nog grote populariteit, hij heeft nog niet de tijd gehad om grote uitglijders te maken. Voor veel Fransen is de ‘normale’ Hollande, die met de trein reist als het kan en zich laat zoenen door kleuters bij een bezoek aan een dorpsschooltje, een verademing na de ietwat drammerige Sarkozy. Bijna 65 procent van de Fransen heeft vertrouwen in de president en zijn regeringsploeg, net zoveel als Nicolas Sarkozy in 2007.

De komende verkiezingen staan dan ook helemaal in het teken van het behalen van die linkse meerderheid in het parlement, inhoudelijke thema’s worden naar de achtergrond verdrongen. Zo leidde een relatief onschuldige opmerking van de groene minister Cécile Duflot over legalisering van cannabisgebruik tot voorpaginanieuws en kreeg voor de waarschuwing van de centrale bank dat de Franse economie in het tweede kwartaal 0,1 procent zal krimpen, amper aandacht.

De Fransen hebben de indruk dat ze hun inhoudelijke keuze al hebben gemaakt in mei en dat ze dat nu nog eens dunnetjes moeten overdoen. De derde ronde van de presidentsverkiezingen, wordt deze stembusstrijd smalend genoemd, en kiezers lopen er niet echt warm voor.

Van de in het buitenland geregistreerde kiezers, die vorig weekeinde al hun kandidaten hebben gekozen, nam amper 20 procent de moeite om te stemmen. Van die kleine groep koos een meerderheid voor PS-kandidaten, terwijl bij de presidentsverkiezingen Nicolas Sarkozy met 53,05 procent van de stemmen nog de populairste was bij de kiezers in het buitenland.

Het is een twijfelende en licht verdeelde UMP die naar de stembus trekt na de nederlaag van Sarkozy. Twee politici azen op het leiderschap van de partij: secretaris-generaal Jean-François Copé en voormalig premier François Fillon. Naar hun scores bij de parlementsverkiezingen wordt reikhalzend uitgekeken, ze worden gezien als een interne krachtmeting.

Die strijd aan de top van de UMP leidt af van het doel van de partij: ervoor zorgen dat links toch geen meerderheid behaalt in de Assemblée en zo alsnog een cohabitation afdwingen.

Dat is waarvan ex-minister Claude Guéant de bezoekers van de markt in Boulogne, iets ten zuidwesten van Parijs, probeert te overtuigen. Guéant is 67 en doet voor het eerst mee aan verkiezingen. Dat is even wennen. Bovendien heeft hij te kampen met dissidenten. Een ontevreden lokaal lid van de UMP, boos om het ‘parachuteren’ van de ex-minister in zijn kiesdistrict, is kandidaat namens ‘ divers rechts’. Daardoor is het niet eens zeker dat Guéant wint. Het illustreert de verdeeldheid waaraan de UMP ten prooi is gevallen. Als de partij slecht scoort bij deze verkiezingen, dreigt ze uiteen te vallen.

Daar mikt Marine Le Pen van het Front National op. Hoewel de rechts-nationalisten 15 tot 20 procent van de stemmen kunnen halen en in enkele kieskringen zullen doorstoten tot de tweede ronde, is onwaarschijnlijk dat de partij na 17 juni in het parlement vertegenwoordigd is. Partijen van republikeins rechts weigeren stemafspraken met het FN, in tegenstelling tot de deals die de linkerzijde wel maakt. Om toch een opening te forceren, komen de FN-kandidaten deze keer op onder de vlag ‘La vague bleu Marine’, maar volgens het UMP kan van samenwerking geen sprake zijn.

Ook Guéant zweert elke samenwerking met het FN af. Als hij op de markt voor ‘fascist’ wordt uitgescholden, gaat hij stoïcijns door met het uitdelen van folders. De marktbezoekers nemen die braaf in ontvangst. Behalve die ene jongeman die een diepe zucht slaakt en vraagt: „Zijn er verkiezingen dan? Alweer?”