Excursie Oranje naar Auschwitz zinvol

Weinig landen in Europa zijn zo diepgaand verscheurd door de Tweede Wereldoorlog als Polen en Oekraïne. De plaatsnamen Auschwitz en Babi Jar staan daarvoor symbool. In het vernietigingskamp nabij de Poolse stad Krakau werden meer dan een miljoen mensen vermoord. In Babi Jar, een ravijn bij de Oekraïense hoofdstad Kiev, executeerden de nazi’s in 1941 in twee dagen 150.000 sovjetburgers. De meeste slachtoffers bij Krakau en Kiev waren Joden.

De herinnering aan de shoah heeft Europa afgelopen 67 jaar bepaald. Zij het dat het historisch bewustzijn in de loop der tijd is geëvolueerd.

Het is „barbaars” om na Auschwitz nog gedichten te schrijven, aldus de Duitse filosoof Theodor Adorno in 1955. Hij bedoelde dat poëzie zich na de breuk van 1939-1945 niet meer zo laat lezen als daarvoor.

De Russische schrijver Jevgeni Jevtoesjenko deed als 29-jarige precies het omgekeerde. Hij schreef in 1961 het gedicht Babi Jar. Dat begint zo: „Bij Babi Jar staat geen monument. [...] Vreselijk. Ik ben vandaag net zo oud als het joodse volk. Ik waan mezelf ook jood”. Jevtoesjenko bedoelde dat het tijd werd de shoah niet langer te verdonkeremanen achter een haag van communistische ideologie, dat het tijd werd stelling te nemen tegen het antisemitische volkse gezegde ‘sla een jood, red Rusland’. De componist Dmitri Sjostakovitsj schreef op basis van dit gedicht zijn 13e symfonie. Dat monument in Babi Jar kwam er. Al zal het amper worden bezocht door een van de tien voetbalelftallen die komende weken in Kiev spelen. Auschwitz wordt wel door menige ploeg in Krakau bezocht. Woensdag door de Nederlandse.

De audiovisuele aandacht voor die voetballersaandacht roept wellicht een wat ongemakkelijk gevoel op bij hen die al eens in een concentratiekamp zijn geweest. Het voorstellingsvermogen dat van de bezoeker wordt geëist, is in essentie individueel. Op zo’n plek kan historische kennis, die als het goed is op school is bijgebracht, worden versterkt door persoonlijke waarneming. Wie tussen de barakken staat, begint voorzichtig te begrijpen dat het onbegrijpelijke echt onbegrijpelijk is.

Dat lijkt nog geen basis voor een collectieve excursie. Zeker als die aan het eind van de dag, nadat er alweer lekker is getraind, ook nog eens moet worden afgesloten met een persconferentie, omdat elk uur in het leven van een topvoetballer kennelijk van betekenis wordt geacht.

En toch is zo’n excursie juist wel van belang. Ook de Nederlandse spelers hebben het onbegrijpelijke iets beter begrepen. Hun fans volgen hopelijk. Dat is het positieve voorbeeld dat de topsporter kan bieden.