Er valt een gat in het systeem

Denk je alles gehad te hebben in de letteren, krijg je een generatiestrijd. En zoals in alle families, gaat het niet om de opvattingen, maar om de poen. Zaterdag klaagde Geerten Meijsing (61) zijn nood in De Volkskrant: voor hem als oudere schrijver is amper nog subsidie te krijgen, nu het Nederlands Letterenfonds (opgejaagd en gekort door het ministerie) de aandacht verlegt naar jonge schrijvers. ‘Twee á drie generaties die hun leven hebben opgeofferd aan de Nederlandse literatuur en daarin hun sporen hebben nagelaten en verdiend, worden volkomen onverwacht in de kou gezet, en mogen op hun oude dag ’s nachts post gaan sorteren.’

Waarop Jamal Ouariachi (33) in nrc.next zijn collega snerend welkom heette in de grotemensenwereld: ‘De schrijver woont al jaren als God op Sicilië waar hij graag plezierritjes mag maken in zijn Citroën CX [...] Als die oldtimer weer eens hapert, moet het Letterenfonds dan de garagekosten ophoesten?’ Ouariachi staat zelf twee dagen per week achter de kassa van een boekwinkel. (Misschien niet zo’n heel erg drukke baan). Nu is het geestig om je Geerten Meijsing als boekverkoper voor te stellen, inclusief zijn gezicht als hij Vijftig tinten grijs voor de zoveelste keer in een cadeaupapiertje wurmt. Ouariachi heeft een valide punt – en een belang trouwens: als er weinig geld te verdelen is, moet er gekozen worden tussen schrijvers die er al zijn en schrijvers die komen.

Intussen schreef H.C. ten Berge (73, P.C. Hooftprijs 2006) in een ingezonden brief op het stuk van Meijsing dat steeds meer auteurs ‘op de keien worden gezet’. Uitgevers geven minder uit en die ‘titelreductie’ zit niet in de thrillers en voetbalboeken, maar in poëzie, essays en te dikke romans. Aan de telefoon zegt Ten Berge dat hij van een tiental schrijvers weet dat zij hun werk niet meer gepubliceerd krijgen. Hij voelt zich niet vrij om namen te noemen, want het nieuws van de ene afwijzing kan een volgende uitlokken. En nee, het gaat niet om hemzelf: er staat een nieuwe dichtbundel op stapel.

Waarbij het net zich om de afgewezen schrijvers sluit. Want een schrijver kan pas subsidie aanvragen als hij een verklaring van een uitgever heeft dat die dat boek in principe wil publiceren. Wanneer een uitgever een goede schrijver om financiële redenen de deur wijst, komt het letterenfonds helemaal niet meer aan de artistieke toetsing toe. Daar valt een gat in het systeem; het zal niet het laatste zijn.