Een Vikingschip dat met draadjes aan elkaar hangt

Vikingen! Drents Museum, Assen, t/m 28 okt. drentsmuseum.nl ****

In het Drents Museum in Assen is een Vikingschip te zien. Het hangt in de nieuwe ondergrondse tentoonstellingszaal, die tot in de herfst gewijd is aan de Vikingen, de Scandinaviërs die tussen de achtste en de elfde eeuw tot aan Noord-Amerika en Constantinopel voeren. Van het eeuwenoude schip zijn alleen de klinknagels overgebleven. Toch is het schip althans in contouren te zien. De klinknagels liggen niet op een hoopje in een vitrine, ze zijn met behulp van doorzichtige draadjes op hun oude plaats gehangen, zo dus dat ze de omtrekken van de boot laten vermoeden. Het is nu een echt spookschip, je kunt er dwars doorheen kijken en toch staat het er.

Het schip zoals het in Assen wordt getoond is een fraaie oplossing voor het probleem van historische tentoonstellingen, waarbij niet de vondsten het uitgangspunt zijn, maar een volk, een land, een cultuur. Hoe maak je het verleden zichtbaar?

In Assen gebeurt het op verschillende manieren. Er zijn teksten, filmpjes, replica’s van gebruiksvoorwerpen en kleding, spelletjes en interactieve computerschermen, waarvan je bijvoorbeeld kunt leren hoeveel hout, ijzer en schaap er nodig was om een Vikingschip te maken. En dan zijn er de overblijfselen uit het verleden, vooral sieraden, omdat die nu eenmaal gemaakt van materiaal dat niet zo snel vergaat.

Veel van die sieraden komen uit graven, maar soms gaat het om schatten die in de grond werden gestopt en intact zijn gebleven. Zo’n zilverschat bevat kralenkettingen, een grote zilveren speld en zilveren hangers versierd met geometrische motieven. Het is geen lukrake verzameling, maar een zorgvuldig samengestelde collectie, een soort herinneringshulp van een vrouw.

De Vikingen droegen géén helmen met hoorns, dat is een negentiende-eeuwse uitvinding. En je was geen Viking, je ging op Viking, blijkt uit oude teksten. Wat op Viking gaan dan precies inhield, dat is dan weer niet bekend. De grens tussen roven en handelen was vloeiend.

De tentoonstelling besteedt ook aandacht aan de slavenhandel, die vooral in het oosten van Europa door de Scandinaviërs werd gedreven. „Het zou niet verbazen als een groot deel van het zilver dat in Scandinavië is achtergebleven, afkomstig blijkt uit de slavenhandel”, schrijft conservator Gunnar Andersson in de catalogus. Van die slaven ontbreekt verder elk spoor. Er zijn alleen ijzeren hals- en voetboeien overgeleverd.

Het is jammer dat een aantal van de fraaiste voorwerpen replica’s zijn. Ze ontberen het aura van het echte, terwijl dat ondergaan nog steeds een drijfveer is voor een bezoek aan een historische tentoonstelling. Als je het durfde zou je iets kunnen aanraken wat ook een Ulf, Torkel of Knut heeft aangeraakt.

Ook een weinig opzienbarend ding kan die historische sensatie oproepen. Plotseling stap je uit je eigen tijd, omdat er een rechthoekig stukje hertshoorn ligt, opgegraven bij Björko in Zweden. Er zijn slechts een paar gaatjes in geboord. „Ruwe vorm van een niet te herkennen voorwerp”, luidt het bijschrift. Juist zo’n onaf, onooglijk stukje hoorn bewijst dat dat het verleden ooit heden was.

    • Bianca Stigter