Een trainer is snel vogelvrij verklaard

NRC Handelsblad en Coaches Betaald Voetbal stelden clubtrainers in het Nederlandse profvoetbal vragen over hun werkomstandigheden. „Ontslag had bij mij tot opluchting geleid.”

Harry Meijer

Na weer een dramatische nederlaag en de daaropvolgende storm van kritiek zei Ruud Gullit dat hij „niet te benijden” was, als trainer van Feyenoord in 2004. Hij werd er om uitgelachen.

Maar ergens had Gullit gelijk. Hoofdtrainers in het Nederlandse profvoetbal hebben een meer dan goed betaalde baan, maar besteden ook (veel) meer dan vijftig uur per week aan hun vak. Ze worden bedreigd door hun eigen supporters of die van de tegenpartij. Soms worden ze tegengewerkt door scheidsrechters, die „zelf de hoofdrol willen”. En na twee nederlagen wordt er al gespeculeerd over hun ontslag.

NRC Handelsblad en vakorganisatie Coaches Betaald Voetbal (CBV) hebben vorige maand een enquête gehouden onder de trainers in het Nederlandse profvoetbal. Alle hoofdtrainers van de 36 Nederlandse clubs kregen een vragenlijst over hun werkomstandigheden, negentien van hen (acht uit de eredivisie en elf uit de eerste divisie) stuurden de formulieren anoniem terug.

De antwoorden geven een beeld van de werkomstandigheden in een beroep dat altijd in de belangstelling staat. De trainers hebben er zelf voor kunnen kiezen, van hun hobby hun beroep kunnen maken. Maar het is ook een baan waarbij soms onvriendelijke supporters van de tegenpartij in hun achtertuin staan, waarin elke keuze dagen later nog kan worden bediscussieerd, of zelfs bespot. En dan ligt ook nog eens alles wat ze bespreken direct op straat en moeten ze leiding geven aan een groep van vaak zeer jonge voetballers (de ouderen spelen in het buitenland, waar meer wordt betaald) met niet altijd een „even realistisch zelfbeeld”.

Gerard Marsman, directeur van de Coaches Betaald Voetbal, noemt een aantal uitkomsten van de enquête verrassend. Zo zegt hij zich zorgen te maken over het aantal trainers dat wel eens bedreigd is. „Er is in de afgelopen jaren een sfeer ontstaan dat alles maar moet kunnen, omdat een trainer er zelf voor heeft gekozen in het profvoetbal te werken.”

Marsman vindt dat clubs hun trainers veel vaker en eerder in bescherming moeten nemen. „Clubdirecties zeggen nu wel eens dat ze achter hun trainer staan, maar ze zouden pal vóór hem moeten staan.” Trainers zijn snel vogelvrij, zegt de CBV-directeur, zeker als er ongenoegen is over de prestaties.

Het heersende beeld van trainers is dat ze flink hun zakken vullen, zegt Marsman. Hij beaamt dat een aantal coaches inderdaad „stevig verdient”, maar zegt ook dat de meerderheid van de proftrainers een modaal salaris ontvangt. „En als de resultaten tegenvallen, staat een trainer zo op straat.”

    • Harry Meijer
    • Dolf de Groot