De strijd om linkse kiezers is begonnen

De SP en de PvdA willen allebei dé grote partij op links worden. En dan is er ook nog GroenLinks. Nu de drie partijen hun programma hebben gepresenteerd is de vraag: hoe groot zijn de verschillen nog?

Nederland, Breda, 2-6-2012. Foto Maarten Hartman. Partijcongres SP kiest Emiel Roemer tot lijsttrekker. Chasse Theater. ChassŽ Theater. Bezoekers van het congres tijdens de lunchpauze, buiten. Op de rolstoel een boodschappentas met de tekst NAAR EEN BETER NEDERLAND.

„Zet ons maar een keer samen in het volgende kabinet. Dan zul je zien dat dat uitstekend gaat lopen.” Dat zei SP-leider Emile Roemer afgelopen januari. SP, GroenLinks en PvdA protesteerden toen samen tegen de bezuinigingen van het kabinet-Rutte. Als zij aan de macht waren, kwam er ‘een ander Nederland’.

Dat zou nu kunnen, het kabinet-Rutte is gevallen. En als je kijkt naar de verkiezingsprogramma’s, die ze deze week presenteerden? Hoe groot zijn de verschillen tussen de drie linkse partijen dan nog?

De overeenkomsten dringen zich op. Kijk bijvoorbeeld naar een maatregel met een duidelijk linkse signatuur: het belastingtarief voor de hoogste inkomens. PvdA en GroenLinks vinden dat er voor mensen die meer dan 150.000 euro verdienen, een hoogste schijf van 60 procent belasting moet komen. De SP zegt dat dit 65 procent moet zijn. Nu is het hoogste tarief 52 procent.

Bij dit toptarief zijn de partijen makkelijk te rangschikken. De SP is hier het meest links, ook al is het verschil marginaal. Maar zit de SP op alle andere punten het verst op de linkerkant? Meestal wel – en de PvdA kiest op haar beurt het vaakst voor de middenweg.

In de aanpak van de gezondheidszorg wijken de standpunten nauwelijks van elkaar af. Het eigen risico en de zorgpremie moeten inkomensafhankelijk worden, zeggen alle drie. Wie meer zelf kan betalen, moet dat ook gaan doen. De marktwerking in de zorg moet aan banden gelegd, zeggen SP en PvdA. En SP en GroenLinks: zorgverzekeraars mogen geen winstoogmerk hebben.

Maar er zijn ook grote verschillen. Natuurlijk Europa. Waar de SP namens „veel mensen” spreekt over „Europese dwingelandij”, benadert GroenLinks de meeste thema’s vanuit een Europese invalshoek. Europa ís er gewoon, die discussie hoeven we niet meer te voeren, zegt GroenLinks. De PvdA neemt weer een tussenpositie in: serieus werk maken van meer democratisering.

Rond de pensioenleeftijd zijn de verschillen niet zo groot meer. De SP profileerde zich de laatste twee jaar als de grote tegenstander van de verhoging van de AOW-leeftijd. Onacceptabel voor de SP. Maar nu meldt het programma dat de AOW-leeftijd „in ieder geval tot 2020 wordt gehandhaafd op 65 jaar”.

De PvdA steunde het pensioenakkoord van demissionair minister Kamp (Sociale Zaken, VVD), maar verzette zich tegen de snelle verhoging van de AOW-leeftijd (volgend jaar al met één maand) in het Lenteakkoord van onder meer GroenLinks. Die snelle verhoging verhindert volgens PvdA-leider Diederik Samsom dat ouderen genoeg kunnen sparen om een periode zonder inkomen door te komen. Maar ook de PvdA beweegt nu: in 2017 zou de AOW-leeftijd al met een half jaar omhoog moeten.

Wat de arbeidsmarkt betreft, delen de drie partijen hun zorgen over de rechten van de flexwerker. Maar over de rechten van een werkloze verschillen ze weer. GroenLinks gaat hier het verst in: de uitkering moet verkort tot maximaal één jaar en werkgevers moeten een groter deel van die uitkering voor hun rekening nemen. De SP is hier het behoudendst. Duur én hoogte moeten hetzelfde blijven, en de SP vindt het geen goed idee om de rekening bij de werkgever te leggen.In het SP-programma wordt betaling door de werkgever „vaak onmogelijk” genoemd, „vanwege gebrek aan geld in het bedrijf”. De PvdA wil het eerste half jaar werkloosheid volledig bij de werkgever in rekening brengen, maar duur en hoogte van de WW-uitkering moeten gelijk blijven. Weer de middenweg dus.

Dan is er nog de woningmarkt. De SP wil de renteaftrek in tien jaar tijd beperken tot hypotheken van maximaal 350.000 euro. Ook de PvdA wil de hypotheekrenteaftrek langzaam beperken. GroenLinks pleit voor een totale afschaffing van de aftrek, al neemt die afbouw wel 25 jaar in beslag.

Zijn de verschillen te overbruggen? Eerst moet de samenwerking, zoals Roemer het in januari verwoordde, nog „uitstekend gaan lopen”.

    • Erik van der Walle
    • Annemarie Kas