De Schleckjes blijven lachen ondanks ruzies en blessures

Drie weken voor de start van de Tour de France tobt Andy Schleck met zijn vorm. Na een knieblessure en ruzie met ploegleider Johan Bruyneel viel hij in de Dauphiné.

Achttien kilometer had Andy Schleck afgelegd, gisteren in de tijdrit van het Critérium du Dauphiné. Eigenlijk ging het best goed, voor het eerst dit seizoen. Dan een onschuldige bocht naar rechts, een harde windvlaag en daar sloeg de Luxemburgse favoriet voor de komende Tour de France hard tegen het asfalt. Fikse schaafwonden op de rechterbil, ‘het behang er af’. Als 164ste over de finish, bijna elf minuten achter winnaar Bradley Wiggins. „Ik ben blij dat ik hier zit en niet in de ambulance”, sprak de jongste van de broers Schleck aan de finish in Bourg-en-Bresse. „Dat is alvast een goed teken.” En hij lachte weer eens zijn meest optimistische glimlach.

Wiggins won de 53,5 kilometer lange tijdrit in de Dauphiné superieur. De Britse kopman van Team Sky was 34 tellen sneller dan wereldkampioen Tony Martin, won 1.11 minuut op specialist Michael Rogers en 1.25 op het 21-jarige Rabotalent Wilco Kelderman (zie kader). Wiggins, vorig jaar al eindwinnaar van Dauphiné, lijkt klaar voor de Tour. Zoals ook Cadel Evans, achtste in de tijdrit, na een zware hoogtestage in de Sierra Nevada tekenen van stijgende vorm toont. De Australische Tourwinnaar van 2011 won de eerste rit in de Dauphiné. De Belg Jürgen Van den Broeck, gisteren elfde, rijdt in de Dauphiné al op goed niveau. Van de Tourfavorieten blijft alleen Andy Schleck tobben, drie weken voor de start van de Tour in Luik.

Kommer en kwel is het met Andy en zijn oudere broer Frank, sinds hun ploeg Leopard-Trek dit seizoen fuseerde met Radioshack-Nissan van ploegleider Johan Bruyneel. In hun favoriete klassieker Luik-Bastenaken-Luik eindigden de broers kansloos als 23ste (Frank) en 50ste (Andy). Excuses waren er niet. „Gewoon niet goed”, sprak Andy in Luik. Intussen probeerde Bruyneel, die met Lance Armstrong en Alberto Contador negen keer de Tour won, met steeds hardere hand de Schlecks in het gareel te krijgen. Zijn doel? Een tiende Tourzege, met Andy Schleck.

Drie keer werd de jongste Schleck, die overmorgen 27 wordt, tweede in Parijs. De gele trui die hij vorige week in Luxemburg kreeg, omdat hij na de diskwalificatie van Contador tot Tourwinnaar van 2010 werd uitgeroepen, heeft ook voor hemzelf weinig waarde. De Tour wint hij op eigen kracht toch wel een keer, daarvan is de begenadigde klimmer heilig overtuigd. Is het nu niet, dan de komende jaren.

Bruyneel heeft minder geduld. De Schlecks staan in het peloton niet bekend als de hardste werkers. De Belgische manager verstoorde bewust hun comfortzone, die vorig jaar was ontstaan toen de broers na hun vertrek bij Bjarne Riis de baas werden in een eigen ploeg. Vertrouwensman Kim Andersen mag niet mee naar de Tour. De broers werden vaker uit elkaar gehaald, Frank moest tegen zijn zin de Giro rijden. Bruyneel uitte openlijk kritiek toen de oudste Schleck halverwege de Giro opgaf met een schouderblessure. En ook Andy kreeg er van langs. Het was helemaal niet zeker dat beide broers deel zouden uitmaken van de Tourselectie, stelde Bruyneel in zijn column in De Telegraaf. „Ik wil gewoon nog prestaties van hen zien.”

In de eerste rit van de Dauphiné werd Andy Schleck als enige van de Tourfavorieten snel ‘gelost’. Er kwam een knieblessure aan het licht, opgelopen bij een Tourverkenning in de Alpen. „Geen paniek”, bezweerde de kopman. De afgelopen jaren kwam hij in de aanloop naar de Tour wel vaker langzaam op gang. Ook na de val in de tijdrit van gisteren bleef hij optimistisch. Morgen, in een bergrit over de Joux-Plane, zal hij wat laten zien. „Ik maak me geen zorgen voor de Tour.”

En zelfs Bruyneel wordt langzaam milder. „Andy is superslecht aan deze Dauphiné begonnen, maar de laatste dagen boekte hij progressie. Het is alleen even afwachten welke impact zijn blessures hebben.”

    • Maarten Scholten