De mythe van de soevereine centrale bank

Hou me vast of ik bega een ongeluk! Wat doe je als iemand dat zegt? Vasthouden, zo valt aan te nemen. Een andere keus lijkt er niet te zijn, ook al kan hier sprake zijn van chantage. Degene die zegt op het punt te staan het ongeluk te begaan, rekent er wellicht stiekem op toch wel te worden vastgehouden als het er op aan komt. Maar zelfs dan heeft de vasthouder weinig keus.

Macro-economisch hebben we onze eigen vasthouders: de centrale banken. Het gros van de centrale banken in de moderne westerse economie is al geruime tijd onafhankelijk. En zij die dat niet waren, werden dat in de afgelopen twintig jaar. De Bank of England kreeg deze statuur pas in 1998, een jaar voordat de nieuwe Europese Centrale Bank (ECB) met een sterk onafhankelijk mandaat aan haar werkzaamheden begon.

Onafhankelijkheid van de nationale centrale bank was een voorwaarde voor de afzonderlijke lidstaten om aan het project deel te nemen en hun centrale banken op te laten gaan in het Europese systeem. Het Verenigd Koninkrijk deed het ook, al ging het niet mee in de euro.

Het succesvolle beleid waarmee de inflatie na de jaren zeventig werd ingedamd, the great moderation, gaf vleugels aan het idee dat centrale bankiers niet gehinderd moesten worden door de druk van de dagelijkse politiek. Technocraten waren, in dit opzicht, te verkiezen – ook al gaf dat een democratisch tekort. De Italiaanse premier Mario Monti, als leider van een zakenkabinet neergezet na de implosie van Silvio Berlusconi, is een voortzetting van een centraal bankier, met andere middelen.

Hoe onafhankelijk zijn de centrale banken op dit moment? Gisteren hing Amerika aan de lippen van voorzitter Ben Bernanke van de Fed (het Amerikaanse stelsel van centrale banken). De volledige verlamming van de Amerikaanse politiek zorgt er voor dat er eigenlijk al anderhalf jaar geen begrotingsbeleid wordt gevoerd, en er niet eens een begin is van een plan voor de middellange termijn.

Nu de economie vaart mindert gaan alle ogen weer naar de centrale bank, die met een nulrente en twee offensieven van revolutionaire monetaire versoepeling (quantitative easing), waarbij onder meer staatsschuld wordt opgekocht, al veel verder is gegaan dan eigenlijk verantwoord is. Gisteren waren er ook geruchten dat de Bank of England een soortgelijk offensief zou gaan herhalen.

In de eurozone is de ECB ook al lang in die hoek terechtgekomen. Staatsschuld van onder meer Griekenland, Spanje en Italië is al opgekocht. Van banken is onderpand geaccepteerd dat vier jaar geleden nog naar de prullenmand zou zijn verwezen. Er treden enorme on-evenwichtigheden op in het onderlinge betalingsverkeer via Target, het systeem van de ECB, omdat de markt niet meer functioneert. Er worden bijna gratis leningen met een looptijd van drie jaar verstrekt aan de bancaire sector.

Veel van dit beleid is logisch en doordacht – de crisis is ook uitzonderlijk. Maar veel ervan heeft de ECB moeten uitvoeren, omdat zij door de verlamming in de Europese politiek het enige opstakel was tussen de eurozone en de afgrond.

Nieuwe ideeën? Waarom schrappen we de staatsschuld die op de balans van de ECB terecht is gekomen niet? Wat heeft het voor zin dat de staat schuld heeft bij zijn eigen centrale bank? Die discussie is er in het VK en de VS al.

In Europa is dat nog lastiger, en of het hout snijdt is aan de academici. Maar het laat wel zien dat centrale banken steeds verder moeten gaan, nu de politici in de vensterbank staan en telkens dreigen te springen. Hoe onafhankelijk ben je dan nog? Ik spring hoor! Ik doe het!

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel