De Bovenbazen (26)

Er verscheen een grimmig trekje op het gelaat van de ddt-koning. Hij trok zijn jas recht en terwijl hij zich omwendde om heen te gaan, riep hij uit: ‘Ik zal het goedmaken, heer Pastinakel! Nu zal ik iets laten spuiten waar die gele nerfknager niet van terug heeft! Het is uit met mijn geduld!’

Dat bleek al spoedig. Nog voordat de ochtend verstreken was, raasde er opnieuw een vliegtuig over het aangevreten landschap. Dit keer was het een zwaarder model en de nevel die het uitstiet, waaierde als een grauwe walm naar de bodem. Zodoende werd er een dichte mistbank gevormd die de ademhaling belemmerde en die het genot van een passerend wandelaar geheel vergalde.

Dat was Tom Poes, die plotseling geen uitzicht meer had, terwijl een scherpe geur hem de keel dichtsnoerde.

‘Ik tref het slecht,’ mompelde hij ontstemd. ‘Ze zijn hier bezig met de insectenbestrijding waar ze het in de krant over hebben. Oempf! Ik wil wedden dat heer Bommel hier de hand in heeft…’ Hij merkte al spoedig dat hij gelijk had, want uit de nevels doemde een donkere gedaante op, die zich met vastberaden passen naar het gezuiverde terrein haastte.

‘Dat zal ze leren!’ riep deze onder het gaan. ‘Nu zullen we eens zien wie hier de sterkste is!’

    • Marten Toonder