‘Chronische Q-koorts bestaat helemaal niet’

Een Franse wereldexpert op het gebied van Q-koorts kraakte gisteren de Nederlandse aanpak. Maar de Nederlanders waren niet erg onder de indruk.

De zelfbenoemde zonnekoning van de Q-koorts, Didier Raoult, ging er gisteren tijdens een symposium over Q-koorts in het Trippenhuis in Amsterdam hard in. Hij had bijna geen goed woord over voor het onderzoek en de aanpak van de Q-koortsuitbraak waarmee Nederland in 2007 te maken kreeg. Raoult, verbonden aan de universiteit van Marseille, werkt al sinds 1984 aan de ziekte die endemisch is in Zuid-Frankrijk.

De Zuid-Franse leeuw mocht even flink brullen als een van de hoofdsprekers op het congres over risicomanagement van Q-koorts. De Nederlanders hadden het helemaal verkeerd aangepakt, zei hij. „Het onderzoek dat jullie nu hebben gedaan, is overbodig, dat heb ik twintig jaar geleden al gedaan. Veel mensen noemen zich tegenwoordig Q-koortsexpert, ook in Nederland, maar vóór 2007 kwam er welgeteld maar één wetenschappelijke publicatie over Q-koorts uit Nederland! En nu ineens noemen al die wetenschappers zich deskundige.” Raoult liet een ranglijstje zien met wetenschappers die over Q-koorts publiceerden. Geel omcirkeld prijkte hij zelf eenzaam bovenaan, met meer dan 180 publicaties op zijn naam.

Raoult deed stevige uitspraken: „Chronische Q-koorts – en ik heb er destijds zelf aan meegewerkt die term de wereld in te helpen – bestaat niet. Alleen mensen die aantoonbaar een ontsteking hebben in het hart of de grote bloedvaten hebben een infectie en die moeten als de wiedeweerga geopereerd worden om die weg te halen.”

Chronische vermoeidheid na Q-koorts? „Bestaat niet”, zei de Fransman beslist, „het is geen specifiek symptoom van Q-koorts, maar het wordt er nu aan toegeschreven. Datzelfde zagen we eerder gebeuren met de ziekte van Lyme en legionella.” En over de Nederlandse aanpak van de epidemie: „Met zo’n grote uitbraak als bij jullie zou ik meteen alle zwangere vrouwen in de regio regelmatig laten testen op Q-koorts. En de Nederlandse richtlijn om te bepalen of iemand ziek is, is veel te ruim.”

De zaal met voornamelijk Nederlandse toeschouwers hoorde het gelaten aan. Roel Coutinho, directeur van het Rijksinstituut voor Milieu, nam het na afloop op voor de Nederlandse promovendi die die ochtend in hoog tempo na elkaar hun eerste resultaten hadden gepresenteerd. Raoult had ze met een grote zwaai van tafel geveegd, als „herhaling van mijn eigen onderzoek” of „methodologisch verkeerd”. „Maar”, zei Coutinho, „we hebben deze uitbraak juist aangegrepen om zoveel mogelijk kennis te vergaren over een ziekte waarvan we nog weinig wisten”.

De Nederlanders hadden het schot hagel uit Marseille zien aankomen. Drie maanden geleden verscheen een commentaar van Raoult in het wetenschappelijke blad Journal of Infection, waarin hij zijn mening over de Nederlandse aanpak al ventileerde. Fijntjes presenteerde Linda Kampschreur van het UMC Utrecht een tabel waarin het aantal chronische Q-koortsgevallen volgens de methode Raoult was nagerekend. Het resultaat: een kwart minder gevallen van bevestigde Q-koorts en ook veel minder ‘waarschijnlijke gevallen’. Op die manier zou je zieken missen, die daardoor geen behandeling krijgen, met alle gevolgen van dien.

De Fransman was even van zijn apropos gebracht. „De toekomst zal leren wie er gelijk heeft”, sputterde hij. Daarna stond hij op. Er was geen tijd voor diepgaandere discussie want hij moest zich haasten „om de enige rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Marseille te halen”.

    • Sander Voormolen