Carmiggelt

We kwamen net van de Kunstnijverheidsschool, Ed Suister al twee jaar eerder en volop aan het werk als freelance fotograaf, ik moest nog beginnen als tekenaar/illustrator. Met een biertje in de hand bedachten we een deksels plan. Carmiggelt schreef vaak kronkels die zich in de kroeg afspeelden, als we die nu eens gingen bundelen en illustreren met onze foto’s en tekeningen. We zouden Carmiggelt ons idee voorleggen. Het kwam niet in ons hoofd op bij hem aan te bellen of telefonisch te benaderen, nee, de ontmoeting moest bij toeval plaatsvinden, bij voorkeur in een bruine kroeg. We bezochten diverse tapperijen, waarvan we wisten dat hij die ook wel frequenteerde, in de hoop hem daar tegen het lijf te lopen. Op een dag was het raak, in café Hans en Grietje. We vertelden hem wat wij van zins waren. „Dat is een heel goed plan, jochies. Dat moeten jullie vooral doen”, was zijn bescheid en hij vertrok. We hadden de zegen van de meester.

Maar het kwam er niet van. Ed Suister had het te druk omdat hij te veel opdrachten tegelijk had aangenomen en ik had het te druk omdat ik vrijwel geen opdrachten had en probeerde oudere collega’s over te halen mij een introductie te verschaffen bij uitgevers of reclamebureaus.

Jaren later kreeg de Arbeiderspers ook het idee die caféverhalen te bundelen. Kroeglopen heette het boek, met een omslagtekening van Charles Boost. Weer jaren later kwam er een heruitgave en mij werd gevraagd daar illustraties bij te maken. Eindelijk gerechtigheid, zo voelde ik dat toen.

Na afloop van de bespreking over dat project gingen Simon en ik naar een café, om het te vieren. Daar gaf hij mij een gouden tip. Er kwam een zwaar beschonken man binnen, die mijn aandacht trok, waarop Simon zachtjes tegen me zei: „Nooit een dronken man aankijken.”

Daar heb ik mij sindsdien aan gehouden. Het heeft mij veel ellendig gezeur bespaard.

    • Peter van Straaten