Beursgenoteerde bedrijven dempen corruptie-affaires

Beursgenoteerde bedrijven ondervinden de gevolgen van corruptieberichtgeving vaak aan den lijve. Koersdalingen zijn dan vaak het gevolg. Speciaal crisismanagement moet dat tegengaan.

Het is het type persbericht dat elke beursgenoteerde onderneming standaard klaar heeft liggen. Persberichten over betrokkenheid van de onderneming bij corruptiepraktijken of het betalen van steekpenningen. De verstrekte informatie is meestal summier, maar zit zo’n onderneming in de beklaagdenbank, dan moeten de aandeelhouders en de toezichthouders zo snel mogelijk gerustgesteld kunnen worden.

Persberichten, overigens, die zo lang mogelijk op de plank blijven. Want het liefst worden dergelijke affaires in stilte afgehandeld. Middels een schikking met het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld. Want de beurskoers reageert meestal negatief na publiciteit over strafrechtelijke onderzoeken waar beursgenoteerde bedrijven bij betrokken zijn.

Het overkwam maritiem dienstverlener SBM Offshore afgelopen maart, nadat het bedrijf zelf had aangekondigd dat ‘een intern onderzoek aanwijzingen had opgeleverd van verkooppraktijken die mogelijk onoorbaar zijn’. Vager kan haast niet, over de omvang van malversaties was nog niets bekend, maar het aandeel SBM Offshore verloor na publicatie 7,5 procent van zijn beurswaarde.

Gisteren bracht het beursgenoteerde bouwbedrijf Ballast Nedam een persbericht naar buiten over strafrechtelijk onderzoek na aanwijzingen dat er geld betaald was aan buitenlandse agenten. Strafrechtelijk onderzoek nadat het bedrijf zelf, na intern boekenonderzoek, justitie had ingeschakeld. Ook hier verder geen details over de affaire. Maar de beurskoers reageerde gisteren wel, zij het licht, met een daling van 1,3 procent.

Het Openbaar Ministerie illustreerde gisteren in haar reactie haar gevoeligheid voor beursgenoteerde bedrijven die betrokken zijn bij strafbare feiten. Een toelichting werd niet gegeven. Justitie verwees alleen naar het persbericht van Ballast Nedam zelf. Waarom? „Omdat het om een beursgenoteerd bedrijf gaat”, was de reactie.

Naar buiten toe lijken beursgenoteerde bedrijven de consequenties van dergelijke affaires serieus te nemen. SBM breidde meteen de raad van bestuur uit met een gespecialiseerde jurist: Sietze Hepkema, van advocatenkantoor Allen & Overy. Hij werd binnengehaald met de portefeuille ‘corporate governance and compliance matter’ – ondernemingsbestuur en interne regelgeving. Ballast Nedam kondigde vorig jaar al aan aangifte te doen als duidelijk was wie er bij de smeergeldpraktijken betrokken waren. Die snelle reacties zijn begrijpelijk. Aandeelhouders en raden van toezicht moeten immers gerust gesteld worden.

Maar preventieve werking lijkt die publieke schandpaal voor de integriteitscultuur in het bedrijfsleven niet te hebben. In bijna dezelfde periode dat bij Ballast Nedam die steekpenningenaffaire in het buitenland speelde, wist een directeur van de divisie Industrie & Toelevering voor miljoenen te frauderen. Het concern had niets in de gaten. Het was – net als bij de recente affaire – de fiscus die alarm sloeg. In de boekhouding werden posten als ‘steekpenning’ of ‘omkoping’ letterlijk in de administratie opgenomen.

Twee jaar geleden publiceerde integriteitswaakhond Transparancy International onderzoek naar betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven bij omkopingspraktijken in het buitenland. En die is aanzienlijk. Volgens de Nederlandse afdeling van Transparency International (TI), dat wereldwijd onderzoek doet naar corruptie, zou het mogelijk gaan om 10 miljard euro. Daarbij baseerde de organisatie zich op onderzoek van PricewaterhouseCoopers (PwC) in Groot-Brittannië, waaruit blijkt dat 4 procent van het Britse bruto nationaal product gerelateerd is aan omkoping.

Als het Nederlandse bedrijfsleven twee keer eerlijker zou zijn dan dat in Groot-Brittannië, zou het hier nog steeds gaan om 2 procent van het bnp, zo’n 10 miljard euro, becijferde voorzitter Paul Arlman (ex-Wereldbank) van TI-Nederland. En volgens PwC is er weinig aanleiding om te veronderstellen dat Nederlandse bedrijven minder corrupt zijn dan de collega’s in het buitenland.

Deze week publiceerde TI een rapport waaruit blijkt dat het nog steeds schort aan integriteitsbesef in de Nederlandse bedrijfscultuur. Voorkoming of bestrijding van corruptie is nauwelijks prioriteit in de private sector. In andere onderzochte Europese landen is dat niet veel beter, maar Nederland valt vooral op als één van de landen waar bedrijfslobbyisten nauwelijks iets in de weg worden gelegd en waar, bijvoorbeeld, politici zonder noemenswaardige beperkingen (‘te vaag’, aldus TI) kunnen overstappen naar het bedrijfsleven.

Het Nederlandse bedrijfsleven staat dan ook in de middenmoot (6,4) van de top-10 die een voldoende scoren in de ‘ethische barometer’ van TI als het gaat om de vraag hoe netjes bedrijven zijn in hun contacten met politici, ambtenaren en andere ondernemingen. Denemarken (6,7), Zweden (6,6), Finland (6,6) en Zwitserland (6,5) scoren hoger.

Als de fiscus en het Openbaar Ministerie werk maken van hun streven om buitenlandse corruptie meer aandacht te geven, doen bedrijven er goed aan om hun conceptpersberichten standaard paraat te hebben.

    • Jos Verlaan