Beken kleur,Tofik Dibi

De strijd om het leiderschap verloor hij, maar Tofik Dibi kan die voor de homorechten nog winnen, betoogt Monique Samuel.

Zodra ik Tofik Dibi vroeg om in de uitzending van De Halve Maan uit de kast te komen, werd het publiek onrustig en de sfeer aan de vrolijke, ietwat chaotische, tafel haast intimiderend grimmig.

Dibi reageerde geagiteerd. Voormalig voetballer Dries kwam in opstand. Aad van den Heuvel kapte me af. Ik was niet snel genoeg, kwam niet goed uit m’n woorden. Het was al met al zeer ongemakkelijk en ik had het achteraf bezien wellicht liever anders gedaan, maar het gevoelige onderwerp was aangesneden. Het issue dat er niet toe zou mogen doen, wat hoegenaamd geen politiek is en tegelijkertijd alles met politiek te maken heeft.

Na de uitzending viel mij zowel bijval, als ook veel kritiek ten deel. Ik zou mensen ‘outen’ en Dibi met rust moeten laten. En natuurlijk noemden sommigen het ook ‘een vuile pottenstreek’.

„Dit heb je voorbereid hè? Wat weet jij nou van mij?!” vroeg Dibi. „Wat doet het ertoe of ik homo ben of hetero of biseksueel?”

Ja, deed het er maar niets toe. Maar dat doet het wel.

Juist diezelfde dag stond er in nrc.next een interview met documentairemaker Chris Belloni die naar Marokko moest reizen om voor Nederlandse schoolkinderen een film over moslimhomo’s te kunnen maken. In Nederland durfde geen moslimhomo te praten, nee – ook niet anoniem.

Het is dezelfde angst die ik in de onrustig knipperende ogen van Tofik Dibi zie, die eigenlijk nooit iemand recht aankijkt.

Dibi doet een wanhopige greep naar de macht, probeert de onwrikbare Jolande Sap van haar troon te stoten. Terwijl de echte heldendaad uitblijft. Tofik Dibi bekent nog steeds geen kleur.

Natuurlijk is iemands seksuele oriëntatie een privéaangelegenheid. Ik zou daarom normaliter nooit iemand zo openlijk op z’n geaardheid bevragen. En zeker niet (zoals sommige boze tongen beweren) als promotiestunt.

Of en wanneer iemand uit de kast komt is een persoonlijk kwestie. Maar in het geval van Tofik Dibi ligt dit mijns inziens toch een beetje anders. Het gaat niet om hem als persoon, het gaat om de functie hij wil bekleden. Een functie die vraagt om transparantie, moed en leiderschap – ook op vlakken die wellicht (zeer) gevoelig liggen. Dibi is geen parlementariër van ChristenUnie of SGP. Partijen waarbij het mogelijkerwijs moeilijk ligt om voor al dan niet aanwezige homoseksuele gevoelens uit te komen.

Tofik Dibi wilde lijsttrekker worden van een partij die zegt zich hard te maken voor de rechten van LGBT’s (Lesbian, Gays, Bi-sexuals en Transgenders). GroenLinks is traditioneel de emancipatiepartij, maar hij weigert zich uit te spreken over de hardnekkige geruchten dat hij zelf homoseksueel zou zijn. Tegelijkertijd ontkent hij het ook niet en daarom blijft die ‘vervelende aantijging’ voortdurend rondzingen. Dibi reageert altijd weer gefrustreerd als iemand hem op zijn geaardheid bevraagd. De daaropvolgende opmerking dat het er helemaal niets toedoet en politiek irrelevant is, maakt de situatie alleen maar erger. Blijkbaar is het belachelijk en verwerpelijk om homo te zijn.

Hoe zou GroenLinks nu een lijsttrekker kunnen hebben die openlijk in de kast zit? Hoe kan de leider van een partij die pal staat voor homorechten geen kleur durven te bekennen? Die zelfs woest reageert als men beweert dat hij homo zou zijn?

„Tofik kijk me eens recht aan en durf me te vertellen dat je hetero bent”, zei ik na de uitzending recht op de man af. Dibi knipperde met z’n ogen en keek weg. „Je kent me niet!”

„Durf me eens recht in het gezicht te zeggen dat je hetero bent”, herhaalde ik nogmaals.

„Het is niet belangrijk.”

Juist die uitzending ging het over rolmodellen. Oud-Marokkaans voetbaltalent dat de deuren had geopend voor jonge sterspelers zoals Maher en Afellay. Dibi weet als geen ander hoe belangrijk voorbeelden en rolmodellen zijn. Hij onderstreepte zelfs de noodzaak van hun aanwezigheid. Zelfs als hij de lijsttrekkerschapsverkiezing zou verliezen – wat woensdag ook gebeurde – zo stelde Dibi, was er toch winst geboekt. Want hij als lid van de jonge generatie, kind van een gastarbeider, Marokkaanse-Nederlander, moslim ook, had toch maar mooi het establishment uitgedaagd.

Sinds ik zelf publiekelijk uit de kast ben, krijg ik regelmatig e-mails van moslims en moslima’s die uit de kast willen komen, maar bang zijn om door familieleden te worden opgesloten, uitgekotst of in sommige gevallen zelfs vermoord. Als tiener of jonge twintiger uit de kast komen, is nooit eenvoudig, maar zeker niet in bepaalde groepen binnen de Nederlandse samenleving. Groepen waarvan Tofik Dibi suggereert een representant te zijn.

Rolmodellen zijn en blijven nodig. In de sportwereld, in de academische wereld, in de kunsten en ook in de politiek. Ze doorbreken taboes, maken onderwerpen bespreekbaar. Hoe kunnen mensen dan stellen dat iemands seksuele geaardheid politiek oninteressant is – zeker als het gaat om het boegbeeld van GroenLinks?

Het is dit onvermogen om de waarheid onder ogen te zien en daar pal voor te gaan staan – een held te zijn – en de enorme problemen van homoseksuele moslims, de homofobie onder grote delen van de migrantenbevolking en de noodzaak van een rolmodel te erkennen, dat Dibi ongeschikt maakt voor het lijsttrekkerschap.

Dibi’s stap naar voren valt te waarderen, maar als hij de Nederlandse samenleving en zijn eigen gemeenschap echt wil dienen, dan maakt hij het onderwerp van de homoseksuele moslim bespreekbaar. Dan vecht hij niet voor een lijsttrekkerschap maar voor een leidersrol.

Toen Dibi ooit als jong broekie de Kamer inging heeft hij zijn strijd waarschijnlijk strategisch gekozen. Maar de echte strijd kies je niet, die kiest jou. Dibi heeft de verkiezingsstrijd om het partijvoorzitterschap verloren, maar er is een andere strijd die op hem wacht en die hij kan winnen. Dus Dibi wees een held en spring op de bres voor al die mensen die wel uit de kast willen komen, maar niet durven en een boegbeeld nodig hebben zoals jij.

Monique Samuel (1989) is politicoloog en schrijver. In haar net verschenen ‘Mozaïek van de Revolutie – een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten’, onderzoekt ze onder meer de positie van homo’s en de illegale gay scene.