Als je de mooiste trucjes kan, win je

Wesley Sneijder groeide op in Ondiep, zijn broer Rodney komt geregeld in Sterrenwijk. Dirk Kuijt is ook goed, vinden de jongetjes die elke dag voetballen op straat.

De Utrechtse Sterrenwijk heeft zich opgemaakt voor het EK voetbal in Polen en Oekraïne, dat vanavond begint. Foto Thomas Bokeloh

Arjen Robben is er niet. Robin van Persie doet niet mee. Rafael van der Vaart is nergens te bekennen. Niemand wil Klaas-Jan Huntelaar zijn. Ibrahim Afellay, nota bene geboren in Utrecht, komt niet in het spel voor.

Zoals zo vaak na schooltijd voetbalt deze middag een groep jongetjes in korte broeken en bonte shirts in Sterrenwijk op straat. Op de vraag wie hun lievelingsvoetballer is, galmen twee namen door de smalle Komeetstraat. Met schelle stemmen kibbelen de kinderen over wie zij het allerliefste zouden willen zijn. „Sneijder, Wesley Sneijder!”, roept de één. „Neeee, Kuijt natuurlijk! Dirk Kuijt is de beste!”, schettert een ander. Hun fel oranje gekleurde plastic bal ligt ineens vergeten tegen de stoeprand.

De compacte woonwijk met doodlopende straten, pleintjes en speeltuinen leent zich uitstekend voor spelende kinderen. Aan de andere kant van het spoor is een voetbalkooi. Als het regent, biedt het fietstunneltje van de Zenithstraat beschutting en een goede wand om tegenaan te trappen. Wanneer een van de buurtjochies zin heeft, pakt hij een bal en belt aan bij vriendjes die misschien mee willen doen. „We spelen meestal een partijtje tegen elkaar”, zegt Eddy (12). „Maar soms doen we gewoon alleen trucjes. Als je de mooiste trucjes kan, win je.”

Ze zijn met z’n vijven vandaag. Eddy is de oudste, Rayan van 5 de jongste. Allemaal ruim na 1988 geboren; de enige keer dat Nederland Europees kampioen werd. Sommigen hebben nauwelijks herinneringen aan het laatste toernooi; het WK in Zuid-Afrika waar Nederland tweede werd. Naar het EK dat vandaag begint in Polen en Oekraïne kijken ze al tijden uit. Wie de beste speler van het Nederlands elftal is, dat vinden de jongens niet zo’n moeilijke vraag. Of toch eigenlijk ook wel.

De 12-jarige Eddy – blonde stekeltjes met gel omhoog gezet, gouden kettinkje om de nek – en zijn vriendje Michael van 9 jaar – donker haar en grote bruine ogen, in donkerblauwe blouse – hebben het hoogste woord.

Michael: „Ik ben voor Dirk Kuijt. Die kan heel hard schieten.”

Eddy: „Ja, vind ik ook. Kuijt. Of nee, wacht. Sneijder vind ik de beste. Die heeft de beste techniek. Dat vind ik mooi.”

Rayan, tussendoor: „Sneijder, Sneijder!”

Michael: „Nee-hee. Kuijt. Die kan heel goed meeverdedigen. Hij lijkt op mijn oom, die kon vroeger heel goed voetballen. En Kuijt heeft meer ervaring.”

Eddy: „Ik vind toch Sneijder. Die kan de beste trucjes.”

Wesley Sneijder is de technisch begaafde middenvelder die bij Internazionale uit Milaan speelt. Hij groeide op in Ondiep, een paar kilometer ten noordoosten van Sterrenwijk. Zijn broertje Rodney speelt bij FC Utrecht en heeft een vriendin hier in de wijk. Hem komen de buurtjochies wel eens tegen. Ze kunnen de profvoetballer aanraken, zijn met hem op de foto geweest. Ze hopen zijn broer Wesley ook eens in het echt te zien.

Aanvaller Dirk Kuijt is eveneens een beetje van Utrecht. Hij speelde vijf seizoenen bij de lokale voetbalclub. Kuijt staat bekend om zijn werklust en de kilometers die hij maakt op het veld. De keuze van de jonge fans is tussen de creatieve straatvoetballer en de veldvoetballer.

Eddy voetbalt niet bij een club, alleen op straat. Michael speelt op zaterdag in de F1 van Sterrenwijk. Behalve hun twist over wie de beste Nederlandse voetballer is, zijn de vriendjes het veelal eens. Ze vinden het „goed en mooi” dat de huizen in hun buurt allemaal oranje versierd zijn. Ze zijn druk met het sparen van de voetbalplaatjes van Albert Heijn en de juichbandjes van Plus. En ze voorspellen allebei: Nederland wordt geen Europees kampioen.

Michael: „Ik ben gewoon bang dat we helemaal niet ver gaan komen. Duitsland en Portugal in ‘de fase’, daar kunnen we bijna niet van winnen. Weet u wel dat we nog nooit van Portugal hebben gewonnen?”

Eddy: „Nou, ik hoop anders wel dat Nederland wint. Ze deden het op het WK toch ook goed. Dat moet weer kunnen.”

In de voetbalkooi net buiten de wijk is een andere Eddy, van 7 jaar, aan het ‘doelen’ met zijn vriendje Calvin (8). Het spel houdt in dat de twee vanaf hun eigen helft zo hard mogelijk op elkaars goal schieten. Wie het eerste drie keer scoort, heeft gewonnen. Eddy: „Ik win altijd. Niemand kan mij verslaan.”

Eddy heeft de techniek van een straatvoetballer, maar hij speelt ook bij Sterrenwijk, in de F2. Net als profvoetballers spuugt hij af en toe op de grond. Zijn Nederlandse held is Wesley Sneijder, maar zijn echte idolen zijn de Argentijnse Lionel Messi van Barcelona en Johan Cruijff. Niet dat Eddy die ooit heeft zien voetballen: „Maar mijn opa zegt dat hij de beste is. Cruijff was nog beter dan Messi en Sneijder samen.”

Eddy laat zijn bal geen minuut van de dag los, zegt zijn moeder Angela Lahr. Altijd is hij buiten: trappen, hooghouden, omhaaltrucjes, hard schieten met links. Als de voetbalkooi om zes uur ’s avonds dichtgaat, gaat Eddy verder in de speeltuin. Sinds kort woont hij niet meer in Sterrenwijk, waar zijn familie vandaan komt. Ze zijn verhuisd naar Vianen. Dat vindt Eddy wel ver van zijn voetbalvriendjes, maar hij heeft er een eigen kamer voor teruggekregen, „met een voetbalbed”. Een bed dat eruitziet als een goal, met twee doelpalen en een net. „En een bekerkast”, voor al zijn voetbalprijzen. „Vier bekers en vier medailles” liggen er al in. Niet écht gewonnen met voetbal, maar gekregen van zijn vader wanneer hij een mooi doelpunt maakte of een bijzondere wedstrijd speelde.

Voor de Nederlandse EK-wedstrijden komt het gezin Lahr terug naar Sterrenwijk, want bij opa en oma voetbal kijken is het gezelligst. „Tijdens het laatste WK kon Eddy nog niet lang genoeg stilzitten om een hele wedstrijd te kijken”, zegt zijn moeder Angela. Maar nu volgt hij het voetbal echt. De 7-jarige mag opblijven als Nederland volgende week op een doordeweekse avond van kwart voor negen tot half elf tegen Duitsland speelt. „Iedereen hier in ‘het wijk’ blijft wakker”, zegt Angela. „Al zou je willen slapen, ze gaan hier met toeters in polonaise door de straten.”

Ook Michael en de andere Eddy mogen wakker blijven voor de wedstrijden van het Nederlands elftal. Bij Eddy uit de Komeetstraat thuis kijken alleen de mannen: zijn vader, hijzelf en de vriend van zijn zus. Bij Michael is de hele familie aan de buis gekluisterd, vertelt hij.

Als ze uitgekletst zijn, pakken de jongens hun bal weer op. Eddy schopt hem hard tegen een geparkeerde auto. Dan houdt Michael in en kijkt hij om. „Meneer, wilt u profvoetballer worden?” Stralend gezicht: „Ik wel.”

    • Enzo van Steenbergen
    • Emilie van Outeren