opinie

    • Joyce Roodnat

Ziek en sensationeel, dus ik gniffel, gruw en sta paf

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

Niets is veilig of heilig in de handen van theatergroep Wunderbaum. Wagner al helemaal niet. De Ring des Nibelungen volgens Wunderbaum heet Spookhuis der geschiedenis: Wagner in fragmenten voor twee cello’s en twee zangstemmen. Dat gaat best, ik vind het zelfs een verademing. (Eén keer heb ik de volledige Ring doorstaan. Na afloop van de reeks troostte ik mezelf: dit is klaar, dit hoeft nu nooit meer).

Wunderbaum doet de Ring en redeneert, bijvoorbeeld over Parsifal. Dat is die man van de Graal. En de Graal, dat is die schaal met bloed. Bloed van een verlosser. Mensenbloed. En dus ensceneert Wunderbaum een Parsifal-fragment als een Laatste Avondmaal, waar de avondmaalsgasten zich te goed doen aan het lichaam van hun verlosser. Het bloed (tomatenpulp) druipt langs hun kinnen. Het opgediende lijk heeft een kale kop. En er steekt een mes in, met een brief. O nee. Dit zijn Pim Fortuyn en Theo van Gogh in één lijk verenigd: twee verlossers wier bloed wordt gedronken.

Ziek en bombastisch is de scène. En sensationeel. Wagner deed het niet voor minder, waarom Wunderbaum dan wel?

Wunderbaum, uitgegroeid tot een van de interessantste gezelschappen van Nederland, verhakselde Wagner tot de geschiedenis van de 21ste eeuw. Nog maar 12 jaar oud is die eeuw en al rijp voor een gruwelkabinet vol geweld. Kijk maar. ‘Parsifal’? De politieke moorden. ‘Das Rheingold’? De bankencrisis. Bij ‘Liebestod’ hangt een figuur stil ondersteboven, één knie gebogen, klaar voor een stap vooruit, in weerwil van de zwaartekracht. Wat is dit ook weer? Het zal toch niet... Ja, het zal wel. Dit is een vleesgeworden foto, bij de Twin Towers gemaakt op die ene datum: 11 september 2001.

Ik schrik. Maar ik kan er niks aan doen, ik zit ook te gniffelen.

Dit is nou net waarom ik van Wunderbaum houd. Ze zijn onverschrokken en controversieel. Niet te stuiten balanceren ze op het slappe koord tussen pijnlijk en absurd.

Op datzelfde slappe koord zie ik de volgende avond een jonge theatermaakster in de weer. Thabi Mooi. Ze studeert af aan de regieopleiding in Amsterdam met een voorstelling aan de rand van het IJ, gebaseerd op een monoloog van Samuel Beckett: Roerend stil. In de koude avondlucht zie ik een stramme ouwe kobold met een charisma van heb ik jou daar, worstelen met de dood. Die dood klopt aan maar is tijdelijk het spoor bijster.

Ik sta paf. Wie is dit?

Het is Will Spoor, 84 jaar, een levende legende uit de mimekunst. Ik ken zijn naam. 25 jaar geleden had ik kort contact met hem, hij vertelde over filmproducent Matthijs van Heijningen, toen die nog een slanke aspirant mimespeler was, met een fiets en een wit spijkerpak.

Thabi Mooi kwam op het idee om Spoor uit de vergetelheid te vissen en deze voorstelling te laten dragen. In hem, grijs en krom en vurig, vervloeien verleden en heden. Waar het ene ophoudt en het andere begint, valt niet te onderscheiden.

Het verleden herkennen in het heden. Het nu onderscheiden in het toen. Het is essentieel voor het begrip van wie wij zijn.

Ik zie het ook op Manifesta, de tweejaarlijkse etalage van Europese hedendaagse kunst die ertoe doet. Manifesta speelt zich dit jaar af in het Vlaamse Genk, waar de kunstwerken zich nestelden in de bladderende art deco van een voormalige steenkolenmijn. Wát een locatie – mérite le voyage.

Buiten veranderde het Belgische fotoatelier Zwiep een zeecontainer in een enorme camera obscura. Ik ga erin. Op de transparante plaat zie ik de mijnlift-toren van Genk: ondersteboven, zacht van lijn, grijzig. Een foto van het verleden.

Nu beweegt de foto, er loopt iemand. Het verleden leeft, het laat zich niet vastpinnen. Maar strek je je hand uit, dan ontwijkt het je. Het verleden verglijdt in het nu.

Ik loop terug en raak aan de praat met Emily Ansenk, de directeur van de Kunsthal in Rotterdam. Waar ze mee bezig is? „Met een tentoonstelling van het werk van modekoning Jean Paul Gaultier.” Haar gezicht licht op. Mijn hart doet mee. Gaultier. Een provocateur, een charmeur. Op 9 februari opent Van Sidewalk tot Catwalk, zo noemt Ansenk de expositie. Het is ver weg, maar ik weet: ik ga meteen, voor een rondje genot. Was het maar toekomst.

    • Joyce Roodnat