Vooral in Amerika is de Amerikaanse droom slechts een droom

Amerikaanse burgers hebben minder kans om van ‘een dubbeltje een kwartje’ te worden dan mensen in andere, geavanceerde samenlevingen. De zogenaamde Amerikaanse droom wordt niet ondersteund door data, schrijft de Nobelprijswinnaar Economie Joseph E. Stiglitz in zijn nieuwe boek The Price of Inequality. Ongelijk, oneerlijk. Met deze woorden typeert hij de economische crisis. Zowel in

Betogers vlakbij de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Foto AP / Martin Oeser

Amerikaanse burgers hebben minder kans om van ‘een dubbeltje een kwartje’ te worden dan mensen in andere, geavanceerde samenlevingen. De zogenaamde Amerikaanse droom wordt niet ondersteund door data, schrijft de Nobelprijswinnaar Economie Joseph E. Stiglitz in zijn nieuwe boek The Price of Inequality.

Ongelijk, oneerlijk. Met deze woorden typeert hij de economische crisis. Zowel in oorzaak als gevolg. “Als niemand verantwoordelijk kan worden gehouden, als geen enkel individu de schuld op zich neemt, dan schuilt het probleem in het economische en politieke systeem”, aldus Stiglitz.

Eigenlijk is hij de geestelijk vader van de Occupy-beweging, de crisisdemonstranten die met hun slagzin ‘wij zijn de 99 procent’ hun verontwaardiging uitdrukten over de ‘zelfverrijkers’ aan de top. Een slagzin die volgens Stiglitz ontleend is aan een artikel dat hij vorig jaar mei in Vanity Fair schreef: ‘Van de 1 procent, voor de 1 procent, door de 1 procent‘.

Met dat stuk hitste hij de boel flink op. “Amerikanen hebben gekeken naar de protesten tegen onderdrukkende regimes die alle rijkdom concentreren in de handen van een kleine elite”, schreef hij destijds. “Maar in onze eigen democratie is het niet anders: 1 procent van de bevolking pakt bijna een kwart van het nationale inkomen - een ongelijkheid die zelfs de rijken zullen betreuren.” Met dat laatste bedoelt hij dat het lot van de 1 procent is verbonden met het welzijn van de overige 99 procent. Een economie raakt volgens hem in het slop, zelfs in een crisis, als ongelijke verdeling ook onrechtvaardige verdeling wordt.

Zonder realistische hoop raakt samenleving in verval

‘Eén dollar per stem’, zo kwalificeert Stiglitz de staat van de Amerikaanse politiek. Een politiek die volgens hem de financiële sector onvoldoende getemd heeft en daarmee de bevolking benadeelde. “Kapitalisme heeft haar belofte niet waar gemaakt. Integendeel, het produceerde ongelijkheid, vervuiling, werkloosheid en - het belangrijkste van alles - afbraak van waarden tot op het niveau dat alles geaccepteerd is en niemand verantwoordelijk.” In de jaren voor de crisis werden de rijken volgens Stiglitz almaar rijker, terwijl het steeds slechter ging met de onder- en middenklasse. Op het moment dat het echt mis ging, vertrok de elite met bonussen, terwijl gewone werknemers zonder vergoeding ontslagen werden. Banken werden gered, maar burgers gingen het schip in met rommelhypotheken en dalende huizenprijzen. Die praktijken zijn volgens Stiglitz kenmerkend voor het huidige systeem.

Uiteindelijk hebben de rijke bestuurders ook niets aan die ongelijkheid, betoogt Stiglitz. In landen waar armen geen uitzicht op een beter leven hebben, leven de rijken volgens hem in omheinde gemeenschappen, is het politieke systeem onstabiel en beloven populisten de massa een beter leven. Gebrek aan realistische hoop, een droom die uit kan komen, daar wringt het volgens Stiglitz.

De trend in ongelijkheid kan volgens Stiglitz gekeerd worden. In het laatste hoofdstuk van zijn boek komt hij daarom met een hervormingsplan. Daarin staan veel technische maatregelen, zoals het schrappen van belastingvoordelen voor banken, concurrentiewetten, het sluiten van banken die opereren vanuit belastingparadijzen en het beteugelen van bonussen die kortzichtig risicogedrag belonen. Aan de zijde van de consumenten hecht Stiglitz aan betere informatie voor en bescherming van leners, goedkopere toegang tot recht en onderwijs, projecten waarin Amerikanen leren sparen en gezondheidszorg voor iedereen. Meer in het algemeen pleit hij voor een groeiagenda waarin de gehele samenleving - dus niet alleen het bedrijfsleven – profiteert van economische voorspoed. Een democratie ook, waarin niet iedere dollar, maar ieder mens telt.