Sterk geworden op de pleintjes in Rotterdam-Zuid

Jetro Willems (18) groeide op in een achterstandswijk. Voetbal was zijn uitweg. Nu is hij de jongste EK-speler.

Dutch international football player Jetro Willems look on as he arrives for the trainingcamp of the Netherlands national football team in Hoederloo on May 28, 2012. AFP PHOTO/ ROBIN UTRECHT AFP

Rotterdam. Eerst staan er nog drie jonge mannen op het trapveldje in het Rotterdamse Zuidwijk. Mo Houdoe (22), Ismaël ‘Issy’ Azar (19) en Sunny Ganpat (21), drie jeugdvrienden van international Jetro Willems. Maar al snel komen ook andere nieuwsgierige jongeren uit de buurt langs, sommigen met een bal onder de arm. Na een half uur staan er zo’n tien jongens op het veldje. Jetro Willems (18), een jaar geleden nog een vrij anonieme speler van Sparta, nu de beoogde nieuwe linksback van Oranje.

De kans is groot dat Willems zaterdag in de basis begint tijdens de eerste wedstrijd van het Nederlands elftal op het EK tegen Denemarken.

Hier groeide hij op, een achterstandswijk in Rotterdam-Zuid, aan de rand van de stad. „Hij verhuisde op zijn zevende naar een verdieping boven mij”, zegt Mo, die Willems van de drie vrienden het langst kent. „Onze deur stond altijd voor hem open, hij kwam vaak logeren.”

„Jetro was de jongste van ons clubje, maar kwam altijd mee met Mo als wij gingen voetballen”, voegt Sunny toe. „Daar werd hij hard van en fysiek sterk, voetballen tegen oudere jongens. Hij hoorde er gewoon bij.”

Willems en zijn vrienden hadden geen gemakkelijke jeugd. Zuidwijk was zeker toen een onveilige buurt, waar jongeren dagelijks met criminaliteit werden geconfronteerd. „Daar, net achter dit pleintje, werd een man neergeschoten”, wijst Issy. „En iets verderop werd een buurman in zijn rug geraakt. Dan ga je natuurlijk kijken. Heftig om te zien.” Nu gaat het beter met de buurt, benadrukt Mo.

Vriend Issy was niet bang dat Willems of een van de andere vrienden op het verkeerde pad zou belanden. „Zo’n type was Jetro niet, niemand van ons”, zegt hij. „We waren niet bezig met andere dingen, alleen maar met voetballen”, voegt Mo toe. „We hadden een vaste groep en wilden altijd voetballen, op dit pleintje. We wilden profs worden.”

Willems is daarin als enige van de vier vrienden geslaagd. Mo zat nog een paar seizoenen in de selectie van eerstedivisieclub FC Dordrecht, maar de doorbraak bleef uit. Nu spelen Mo, Issy en Sunny bij verschillende amateurverenigingen in de regio. Op de vraag of Willems altijd al de talentvolste voetballer op het pleintje was, beginnen de vrienden te lachen.

„Nou, hij was zeker niet de minste, laten we het zo zeggen”, vertelt Sunny. „Wij waren ouder, maar op jonge leeftijd kon hij altijd makkelijk met ons meekomen. Daar kon je zijn talent aan afzien”, zegt Issy. „Maar dat het zo snel met hem zou gaan, hadden wij ook niet verwacht. Twee jaar geleden keken we hier nog samen naar het WK voetbal. Gisteren belde ik hem en had hij net in Polen met Wesley Sneijder gegeten. Dat is heel gek.”

Zaterdag speelt Nederland in Charkov (Oekraïne) tegen Denemarken. Mocht Willems in de basis beginnen, dan zal hij geen angst kennen, zeggen zijn Rotterdamse vrienden.

„Die jongen is zo sterk, trekt zich daar helemaal niets van aan”, zegt Sunny. „Hij is een linksback met de techniek van een straatvoetballer. Daarvan heb je er niet veel in de wereld. Hij kan dribbelen, een actie maken, en is ontzettend snel. Maar fysiek is hij ook sterk. Hij kan zijn man uitschakelen, als tegenstander ben je nooit van hem af. [De Franse linksback] Evra is zijn grote voorbeeld.”

Volgens zijn vrienden is Jetro Willems niet veranderd. „Hij komt hier minder vaak langs, omdat hij nu in Eindhoven woont, maar hij is ons echt niet vergeten”, vertelt vriend Mo. „In plaats van een fiets heeft hij nu misschien een Mercedes”, voegt Issy toe. „Maar verder is hij de bescheiden jongen gebleven die hij vroeger ook was.”

Internationals onder de indruk van bezoek aan Auschwitz, pagina 12-13