Red de bij en begin met verbod op pesticiden

Opnieuw is de bijensterfte hoog. Zolang de exacte oorzaak nog on bekend is, moeten we voor de zekerheid neonicotinoïden verbieden.

Juist als het weer wat minder is, zoals vandaag, verlang ik er naar. Lekker op m’n rug in het hoge gras liggen, kijken naar de wolken, genieten van de zon en het zachte gezoem van de leven om me heen. Even bijkomen van hard werken, even niets aan je hoofd. Het lijkt zo vanzelfsprekend.

Maar al jaren blijven de berichten over verontrustende, wereldwijde bijensterfte terugkomen in de media. Als dit doorgaat, zoemt er straks niets meer, als je in het gras ligt op een mooie lentedag. Als je al in het gras ligt, want 70 procent van onze voedselproductie is afhankelijk van bestuiving door die kleine zoemers. Zonder bijen geen eten.

Zoals onderzoek van de Universiteit Wageningen laat zien, zijn er veel oorzaken voor bijensterfte, van schimmels tot parasieten en bestrijdingsmiddelen. Er is wetenschappelijk nogal wat discussie over welke oorzaak de belangrijkste is. Niet zo vreemd: er zijn grote belangen mee gemoeid, zowel met de voedselproductie die van de bestuiving afhankelijk is, als met de productie van bestrijdingsmiddelen. Het is geen onderwerp om lichtvaardig mee om te gaan. Uit onderzoeken die recent in het wetenschappelijk tijdschrift Science zijn verschenen, blijkt echter een verband met één type bestrijdingsmiddel, de neonicotinoïden. Een reactie van de wetgever blijft vooralsnog uit.

Ik vraag me af of we als mensheid wel wat geleerd hebben van de milieudiscussie van de laatste decennia. Dit jaar is het precies 50 jaar geleden dat Rachel Carson haar boek Silent Spring publiceerde. In haar boek uit 1962 beschrijft Carson hoe stil de lente zal zijn door de ver strekkende gevolgen van het gebruik van pesticiden voor het milieu in het algemeen en voor vogels in het bijzonder. Het boek wordt wel gezien als het begin van de milieubeweging. Het heeft bijgedragen aan het verbod op het gebruik van DDT. Het werk van Carson is niet zonder kritiek gebleven en dat zal niet altijd onterecht zijn geweest. Maar dat is altijd zo met baanbrekend werk. Dat wordt verder uitgewerkt, verbeterd en gecorrigeerd. Maar het doet niets af aan de boodschap die het werk van Rachel Carson had. Een boodschap over de gevolgen van het gebruik van pesticiden, die zelden alleen de beoogde plaagdieren treffen. Pesticiden die zich ophopen in het milieu en in dieren. Rachel Carson schreef vooral over DDT, maar de parallellen met de neonicotinoïden zijn opmerkelijk. Van DDT werd ook gedacht dat het alleen schadelijk was voor insecten en dat gewervelde dieren er nauwelijks last van hadden. DDT hoopt zich ook op in bodem, plant en dier. DDT wordt ook slechts langzaam afgebroken en blijft jarenlang schadelijk.

En nu, 50 jaar later, herhaalt de discussie zich met de neonicotinoïden. Moeten we absolute zekerheid hebben dat de neonicotinoïden schadelijk zijn? Of moeten we leren van Rachel Carson en kiezen voor het voorzorgsbeginsel? Het voorzorgsbeginsel legt de bewijslast over de onschadelijkheid van, in dit geval, de neonicotinoïden bij de voorstanders ervan. Het voorzorgsbeginsel is een van de basisbeginselen van de milieuwetgeving. Als we die middelen gebruiken tot de schadelijkheid is bewezen, is het mogelijk al te laat. De minister moet het gebruik van neonicotinoïden niet toelaten totdat onomstotelijk bewezen is dat het geen kwaad kan.

ir. Michiel Rijsberman, fractievoorzitter D66 Provinciale Staten Flevoland

    • Ir. Michiel Rijsberman