Poolse hoop gevestigd op talentvolle lichting

Gastland Polen opent morgen het EK tegen Griekenland. Supporters dromen van een wonder. „Als we niet de beste ploeg van de laatste decennia hebben, dan de creatiefste.”

Bij het stadion van Legia Warschau is gisteren een standbeeld van de Poolse voetballegende Deyna onthuld. Hij verongelukte in 1989 op 41-jarige leeftijd in San Diego (VS). Deyna was spelverdeler van Legia en het Poolse elftal (97 caps). Hij acteerde met Pelé en Bobby Moore in de speelfilm Escape to Victory. Foto AFP

Een Pools vlagje op auto’s, dat is momenteel wel de uitbundigste steunbetuiging aan het nationale voetbalteam. Geen met rood en wit gekleurde straten, geen versierde kroegen en al helemaal geen rood-wit gebak. De Polen leven zonder openlijke opwinding naar het EK voetbal in eigen land toe. Ogenschijnlijk, want zodra het Poolse voetbalelftal wedstrijden gaat winnen, voorspelt voormalig bondscoach Leo Beenhakker een explosie van nationalisme.

Nee, de Polen eten bij wijze van spreken geen rood-witte gehaktballen. Zo mal wordt het niet. Die speciale gekte rond de nationale voetbalploeg is voorbehouden aan zijn landgenoten, monkelt Beenhakker. En je hoort hem aan de telefoon vanuit Nederland zuchten: „Dat gedoe met al dat oranje. Houd eens op, zeg. Er zijn grenzen. Maar neem van mij aan dat de steun aan het Poolse team gigantisch is. Alleen wacht de bevolking eerst de resultaten af.”

Beenhakker weet waarover hij praat, want toen Polen zich vier jaar geleden onder zijn leiding voor het eerst in de EK-historie plaatste, was hij de nationale knuffelbeer. Om twee jaar later in stilte te verdwijnen, nadat plaatsing voor het WK van 2010 was mislukt. En de Polen? Die kropen terug in hun schulp; in afwachting van betere tijden.

Tomasz Rzasa noemt dat realisme. Maar in de stem van de oud-speler van Feyenoord, die in 2002 onder trainer Bert van Marwijk de UEFA Cup won, klinkt ook hoop door. Hoop op een wonder bij dit EK. Hoop die vooral gebaseerd is op een sterke lichting jonge Poolse voetballers.

Met de 23-jarige Robert Lewandowski, de veelscorende spits van de Duitse kampioen Borussia Dortmund, en de 21-jarige Artur Sobiech (Hannover 96), heeft Polen volgens Rzasa aanvallend aan kwaliteit gewonnen. En hij kan het weten. De voormalige verdediger heeft niet alleen enige kennis van zaken, hij verkeert als perschef ook in de boezem van het nationale team. Rzasa: „Als we niet de beste Poolse ploeg van de laatste decennia hebben, dan toch zeker de creatiefste.”

Beenhakker deelt die mening. „De nieuwe generatie is fantastisch. In mijn tijd had Polen een sterke defensie en een sterk middenveld, maar hield het aanvallend niet over. We wonnen moeizaam. Maar ons verslaan was ook moeilijk. Nu spelen er ook Polen bij grote Europese ploegen. En als basisspeler, hè. Want dat is belangrijk. Zoals de voortreffelijke doelman Wojciech Szczesny van Arsenal – die ik nog bij de nationale ploeg heb gehaald – en in de as het Dortmund-trio Lukasz Piszczek, aanvoerder Jakub Blaszczykowski en Lewandowski. Aannemende dat de andere internationals zijn gegroeid staat er al me al een aardig team. Nee, geen kampioensploeg, dat verwacht ik niet. Maar wel een team dat de tweede ronde kan halen, wat voor Polen al een prachtig resultaat zou zijn.”

Een ander Pools wapen is volgens Rzasa de eensgezindheid, hoewel hij deze week een dreigend schisma moest onderdrukken. Ludovic Obraniak, een Fransman met een Pools paspoort, had in een Franse krant gezegd dat hij zich niet meer thuis voelt in de Poolse ploeg. Een misverstand, volgens Rzasa, omdat Obraniak zou hebben gedoeld op zijn beginperiode als international. Omdat destijds alles nieuw was en hij moeite had met de taal en de cultuur. Maar nadat de Poolse pers de citaten had overgenomen, moest Rzasa een dreigende rel in de kiem smoren. En dus sprak Obraniak deze week op een persconferentie, in het Pools, zijn liefde voor Polen uit.

Obraniak (Girondins Bordeaux) is een van de vier ‘vreemdelingen’ in de selectie. Zijn grootvader was een Poolse immigrant. En sinds vorig jaar heeft de huidige bondscoach Franciszek Smuda in verdediger Damien Perquis (Sochaux) nog een Fransman met Poolse voorouders gevonden. Verder zitten twee Duitsers met een Poolse achtergrond in de Poolse selectie. Sebastian Boenisch (Werder Bremen) werd in 2009 nog Europees kampioen met Duitsland onder 21 jaar, de ploeg waarvan zijn huidige medespeler Eugen Polanski (Mainz 05) een jaar eerder de aanvoerder was. Toen beiden niet goed genoeg werden bevonden voor de Mannschaft, kozen zij voor Polen.

Het viertal is toegetreden tot een selectie die volgens oud-bondscoach Leo Beenhakker nog wel eens last heeft van het Calimerogevoel. „Poolse voetballers zijn harde werkers, daar mankeert helemaal niets aan, maar buiten Polen willen ze zich nog wel eens kleiner voordoen dan ze zijn. Anderzijds, als ze goed presteren en volop in de schijnwerpers staan, lopen ze ook snel naast hun schoenen. Ik vind Poolse spelers niet altijd evenwichtig.”

Maar daar wordt aan gewerkt, meldt perschef Rzasa. Mede om met de druk als thuisspelend land te kunnen omgaan, is sinds twee maanden sportpsycholoog Pawel Habrat aan de staf toegevoegd. Een man met ervaring in het tennis en basketbal. Maar zijn aanpak werkt ook bij voetballers, zegt PSV-doelman Przemyslaw Tyton, die zich tijdens het Europees kampioenschap moet schikken in de rol van reservekeeper. „Habrat geeft adviezen voor vervelende situaties. Hoe je bijvoorbeeld kunt reageren op een tegendoelpunt of een rode kaart. Ik ervaar zijn bijdragen als positief. En professioneel. Bijna elk team werkt tegenwoordig met een psycholoog.”