Onze defensie is zo zwak geworden als in 1940

Door bezuinigingen stelt de Nederlandse defensiemacht weinig meer voor. Onze veiligheid en welvaart komen langzamerhand in gevaar, stelt Ton Welter.

Ooit was ik zo trots op mijn land dat ik in 1972 als jonge marineofficier de eed aflegde voor God, Koningin en Vaderland. Dat land werd internationaal gerespecteerd om haar open, professionele en betrouwbare imago, om haar idealisme met een der hoogste procentuele bijdragen aan ontwikkelingshulp. Haar hoogwaardige infrastructuur en internationale instelling trokken multinationals en internationale tribunalen aan. Dat was het Koninkrijk der Nederlanden, waarin mijn generatie trots bouwde aan die gerespecteerde plaats in de internationale gemeenschap.

De BV Nederland anno 2012 is geen schim van dat sprookje. In NRC Handelsblad van 24 maart sprak Ramsey Nasr over „eigen verantwoordelijkheid nemen” en op dezelfde dag stond in diezelfde krant: „Nederland had in Europa een aantrekkelijk imago, daar is weinig van over.”

De intrinsieke waarden van het Koninkrijk der Nederlanden zijn in de BV Nederland vervangen door de boekhoudkundige mantra’s van de marktwerking. Onze politici lijken gespeend van visie, internationaal besef of historische kennis, vooral bij het afbreken van ons defensieapparaat. Die teloorgang moet in het belang van het Koninkrijk der Nederlanden worden gestopt, maar politici volgen kennelijk liever de stem van de luidruchtige minderheid.

Het Nederlandse volk weet niet hoe weinig van het bruto nationaal product na twintig jaar ‘vredesdividend’ nog wordt uitgegeven aan de eigen verdediging. Het defensiebudget is gesloopt tot 1,2 procent van het bnp, net iets meer dan ontwikkelingssamenwerking. In de huidige Rijksbegroting is 7 miljard euro voorzien voor Defensie, een tiende van het bedrag voor Gezondheidszorg. De gevolgen zijn desastreus:

1 De Koninklijke Marine was een zeestrijdmacht met achttien fregatten, nu zijn het er nog maar zes, waarvan drie met moeite operationeel inzetbaar. De onderzeedienst teert op vier, ruim 30 jaar oude boten, en de Marine Luchtvaart Dienst is opgeheven. Kennelijk heeft de politiek de bittere les van de Javazee, verloren door een gemis aan operationele inlichtingen van maritieme patrouillevliegtuigen, vergeten.

2 De Koninklijke Luchtmacht had in 1979 nog 172 F-16’s, maar inmiddels nog maar een dertigtal. Over vervanging wordt jaren gesteggeld, maar als partner in het programma voor de Joint Strike Fighter wordt Nederland niet serieus genomen.

3 Bij de Koninklijke Landmacht resteren, na opheffing van de laatste 150 van ooit 1.000 tanks, nog wat pantservoertuigen en artillerie als bewapening. De met trots opgerichte Luchtmobiele Brigade is nauwelijks inzetbaar gebleken. Inmiddels least de landmacht bij de Duitse Bundeswehr tanks om ruim 80 jaar ervaring enigszins te behouden.

Hoe staan we er nu voor? Tijdens de Libiëoorlog vloog de luchtmacht rondjes boven de Middellandse Zee en verloren wij een helikopter door gebrekkige inlichtingen. Als president Poetin zijn lange afstandsbommenwerpers over Nederland en Europa stuurt zijn de weinige F-16’s hier ternauwernood inzetbaar. Het Duits-Nederlandse Legerkorps heeft geen geld, geen materieel en geen manschappen en inzet is ‘politiek niet haalbaar’. Het doet mij ergens aan denken.

Nederland in 1940 en Nederlands-Indië in 1942 werden overlopen doordat de krijgsmacht met ondermaats materieel uit de Eerste Wereldoorlog vocht, na visieloze bezuinigingen in de jaren dertig. In het verleden gemiste kansen bieden kennelijk geen garantie voor de toekomst: nog altijd blijkt in de peilingen dat defensie bovenaan staat bij het zoeken naar bezuinigingen.

Twee leestips voor onze politici: Monsoon van Robert D. Kaplan, over de wedijver in de Indische Oceaan, en het rapport Verkenningen, houvast voor de krijgsmacht van de toekomst, opgesteld voor het vorige kabinet, maar misbruikt voor bezuinigingen. Het rapport is de stille getuige van het dédain van fact free politics: emoties zijn belangrijker dan feiten, partijpolitiek boven landsbelang.

Daarom is het hoog tijd voor verandering: een krachtig Koninkrijk der Nederlanden, met een flexibele, modern inzetbare krijgsmacht, verantwoord gefinancierd met een vast percentage van het bnp.

Defensie vormt de ultieme ‘zorgpremie’ voor het basispakket van een gezond, welvarend en veilig Nederland. De politiek moet uitdragen dat een betrouwbaar, goed uitgerust en modern defensieapparaat geen luxe is, maar noodzaak om onze economische belangen militair te beschermen en onze positie als zestiende economische natie en negende exportland ter wereld veilig te stellen.

Onze militairen – ook de 24 die we in Uruzgan verloren – maken het mogelijk dat wij in voorspoed en vrede kunnen leven. Geef hun dan ook de beste opleiding, training, materieel en arbeidsvoorwaarden.

Ton Welter is ondernemer in rookmelders en oud-marineofficier. Dit komt uit zijn openingsrede vanmiddag voor de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren.