Nog geen herstel in zicht voor olieprijs

De olieprijs is de afgelopen maand spectaculair gedaald. En het einde is nog niet in zicht, verwacht Shell-topman Peter Voser.

Nog geen twee maanden geleden leek er geen einde te komen aan de stijgende olieprijs. Midden maart werd aan de pomp al gesproken over een prijs van twee euro per liter benzine. Voor een vat ruwe Noordzee-olie olie moest ruim 125 dollar worden betaald. Dat was het hoogste niveau sinds de zomer van 2008 toen voor een vat olie 140 dollar per vat moest worden betaald.

De olieprijs daalde in mei van 120 dollar aan het begin van de maand naar 96 dollar deze week, het laagste peil in 16 maanden. Een forse prijsstijging zit er niet meteen in, zei Shell-topman Peter Voser dinsdag op het World Gas Conference in Maleisië. Veel hangt af van een gewijzigde geopolitieke realiteit.

Het is een oud zeer, maar sinds de verkiezingen in Griekenland begin mei houden de internationale markten rekening met een eventuele heropleving van de crisis in de eurozone. Het is koffiedikkijken wat de toekomst van de euro betreft, maar beleggers vrezen dat de economie van de eurozone verder zal krimpen. Dat heeft zijn weerslag op de oliemarkt.

China heeft dan weer met groeivertraging te maken. In maart stuurde de Chinese premier Wen Jiabao de wereld in dat het land de groeiverwachtingen voor het eerst in zeven jaar zou bijstellen naar 7,5 procent. Maar de eerste resultaten lijken aan te geven dat de Chinese economie die doelstelling niet zou halen. Het is een signaal dat ook de groei van de wereldeconomie vertraagt.

Ook uit de Verenigde Staten kwam slecht nieuws. Daar drukte het banenrapport van het Amerikaans Bureau voor Arbeidsstatistiek de verwachtingen. In mei steeg de werkloosheid er tot 8,2%. Hoewel licht gaat het om de eerste stijging van de werkloosheid sinds de zomer van 2011.

Wat in de Verenigde Staten ook een rol heeft gespeeld, zijn de presidentsverkiezingen. Zo wordt openlijk gesproken over het vrijgeven van strategische oliereserves. De regering kan daarmee de olieprijzen drukken om consumenten gerust te stellen in barre economische tijden. Een tactiek waarmee president Obama een deel van het kiespubliek gunstig zou kunnen stemmen.

Het zijn echter niet enkel slechte economische resultaten en vooruitzichten die de olieprijs drukken. Recent heeft Saoedi-Arabië de meeste olie opgepompt in dertig jaar. „De oliereserves zijn er uitzonderlijk laag”, zegt Jos Versteeg van Theodoor Gillissen Bankiers. „Saoedi-Arabië kan best leven met een prijs rond de 100 dollar. Het land pompt nu massaal olie op om de druk op de Europese economie wat te verlichten. Maar ook de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zitten spelen daarbij een rol. Een hoge prijs aan de pomp op dit moment is niet populair”.

Ook in de Verenigde Staten werd meer olie en gas bovengehaald. Dat het conflict met Iran minder acuut is geworden nu gesprekken over het atoomprogramma zijn hervat, heeft ook een bijdrage geleverd aan de verlaging van de internationale olieprijs.

Ineenzakken zullen de prijzen vast niet doen, tenzij een nieuwe crisis ontstaat. Anders dan in 2008, toen de olieprijzen wel ineenstortten, zijn de economische fundamenten ondanks de negatieve signalen van de laatste maanden niet grondig gewijzigd. De olieprijs heeft volgens positieve voorspellingen daarmee wel zijn bodem bereikt. Zet de wereldwijde groeivertraging door, dan kunnen we pas in 2013 opnieuw een toename in de vraag verwachten.