Niemand snapt de banken

Een paar vrienden weten van dit interview, en hij wil niet dat ze er achter komen hoeveel hij verdient. „Laten we zeggen dat een ervaren beurshandelaar als ik ergens tussen de 300.000 en een miljoen pond verdient, per jaar. Intussen krijgt iemand die voor ons land in Afghanistan vecht 22.000. Raar is dat. Als je

Een paar vrienden weten van dit interview, en hij wil niet dat ze er achter komen hoeveel hij verdient. „Laten we zeggen dat een ervaren beurshandelaar als ik ergens tussen de 300.000 en een miljoen pond verdient, per jaar. Intussen krijgt iemand die voor ons land in Afghanistan vecht 22.000. Raar is dat. Als je mij vraagt of dat eerlijk is, denk ik meteen aan die gast bij mij op het werk die vijf miljoen verdient, terwijl ik weet dat ik slimmer ben dan hij. Het leven is niet eerlijk.”

Sommige managers zijn echt psychopaten

Beurshandelaren (‘traders’) zijn waarschijnlijk het meest bekende beest in de financiële dierentuin. Het cliché is de cokesnuivende gokker van 22 die wild loopt te schreeuwen en gebaren. In werkelijkheid heb je allerlei soorten. Mijn exemplaar van vandaag handelt in derivaten (opties etcetera) en is van Indiase afkomst. Hij groeide op in een straatarm gezin in Zuid-Engeland en studeerde wiskunde aan een topuniversiteit. Hij drinkt een lekker biertje mee, en tekent met duidelijk plezier complexe diagrammen in mijn aantekeningenboekje om iets te verduidelijken.

Soms hoort hij buitenstaanders zeggen dat iedereen wel beurshandelaar kan zijn. Hij gnuift. „Bij sollicitaties vragen we altijd, kun je omgaan met de onzekerheid? Je loopt constant risico, kun je daarmee omgaan? Want je staat ermee op en gaat ermee naar bed.”

Het dieptepunt voor beurshandelaren is als iedereen om je heen geld verdient, maar jij niet. „Iedereen heeft slechte periodes, net als sporters. Je moet sterk zijn, jezelf voorhouden: ‘het komt goed want ik ben goed.’ Dat is ieders angst: dat je ‘het’ kwijt bent. Noem het intuïtie, of wat Messi doet met een voetbal. ’s Morgens vraag je aan handelaren die ‘het’ hebben wat de markt gaat doen. Ze zeggen: omhoog. En dan gaat-ie omhoog. Dat is echt bijzonder.”

Hij gaf zich op voor een interview omdat volgens hem outsiders de banken niet snappen: „De leiding van een bank weet: we moeten x miljard winst maken in de komende achttien maanden of we liggen eruit. Ze kunnen niet zeggen: het wordt vijf jaar lang moeilijk. De markt eist directe resultaten.

„CEO’s van banken zijn net verkopers. Ze verkopen aan de buitenwereld een verhaal hoe ze de bank winstgevender gaan maken. Stel jij bent een pensioenfonds met Morgan Stanley aandelen in portefeuille, en je ziet dat Goldman Sachs 50 procent meer winst heeft gemaakt. Dat ga jij niet leuk vinden, als pensioenfonds. Want die cijfers zeggen dat jij een slechte belegger bent. Dus zet je de CEO van Morgan Stanley onder druk: je hebt 18 maanden om de boel te keren, anders dumpen we onze aandelen.”

Het kortetermijndenken (‘short-termism’) is overal, zegt hij. „Je krijgt golven van managers. Ze hebben een plan om binnen drie of vier jaar geld te verdienen. De druk is enorm en de makkelijkste weg is meer risico nemen.

„Het is als een verkiezingscyclus. Nieuw management kijkt naar de cijfers en zegt: die afdeling voldoet niet. Ze gooien de hoogste gast eruit, halen voor zoveel miljoen een nieuwe. De nieuwe gast kickt er nog vier uit, en vervangt ze voor zijn eigen mensen. Na drie jaar blijkt het niet te werken, de bank gooit ze er alle vijf uit, en het begint weer van voor af aan.

Na nog een biertje zegt hij: „Sommige managers zijn echt psychopaten. Dan heb je een dag geld verloren, en komen ze op je af: ‘je hebt geld verloren. Waarom verlies je geld? Vind je dat leuk, geld verliezen?’ Dat is niet echt constructief zou je zeggen, toch?”