Marine VS krijgt een sleutelrol

Omdat de militaire macht van China snel groeit, versterken de Verenigde Staten hun aanwezigheid in de regio. Tot tevredenheid van landen als Japan, Australië en Indonesië.

De Verenigde Staten staan in Azië voor de opgave met minder geld meer te doen dan tot nu toe. In totaal, zo is met het Congres afgesproken, zal er de komende tien jaar 487 miljard dollar worden bezuinigd op de defensiebegroting. Toch willen de Amerikanen voldoende tegenwicht kunnen bieden aan China, dat in economisch en militair opzicht snel sterker wordt.

Tijdens een rondreis door Zuidoost- en Zuid-Azië heeft de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta de afgelopen dagen de eerste concrete aanwijzingen gegeven hoe de VS dit spel denken te spelen. Ze zullen een groter deel van hun vloot – in totaal zo’n 60 procent – overbrengen naar Azië, ten koste van vlooteenheden in het Atlantisch gebied.

Behalve in China kan dat voornemen rekenen op instemming van de meeste andere landen in de regio. Die kijken, van Japan tot Indonesië en Australië, eveneens bezorgd naar de steeds grotere Chinese macht. Uitsluitend vertrouwen op de VS willen ze echter niet. Zelf proberen ze zich ook beter te bewapenen.

Niet voor niets concludeerde het Internationaal Instituut voor Strategische Studies in Londen in zijn jaarlijkse ‘Military Balance’ dat Azië dit jaar Europa voor het eerst in de moderne tijd voorbijstreeft met defensie-uitgaven. Het accent ligt daarbij op de marine, in het bijzonder de aanschaf van onderzeeërs. Dat hangt samen met het grote belang voor alle landen in de regio van de sterk toegenomen overzeese handel. Zo gaat een derde deel van de Amerikaanse buitenlandse handel – ter waarde van 1200 miljard dollar – jaarlijks door de Zuid-Chinese Zee.

Panetta gebruikte zijn reis ook om nauwere banden te smeden met landen, waarmee de VS lange tijd op gespannen voet stonden. Onder andere met het communistische Vietnam, een paar generaties geleden nog de grote vijand. Vietnam ging er gretig op in, want het vreest China. Zo mocht Panetta een voormalige Amerikaanse basis bezoeken en kregen de VS toestemming in drie nieuwe gebieden te zoeken naar de overschotten van vermiste gesneuvelde militairen. Amerikaanse functionarissen zeiden zelfs te hopen op gezamenlijke militaire oefeningen op termijn.

Ook met India, lange tijd geen grote vriend van de VS, probeerde Panetta de banden aan te halen. Hoewel nu nog veel zwakker dan China, is het het enige land in Azië dat qua omvang een serieus tegenwicht tegen China zou kunnen bieden.

Het ging Panetta overigens ook om Afghanistan, nu de Amerikaanse troepen binnen een paar jaar de aftocht blazen uit het land. In New Delhi moedigde hij de Indiërs aan zich meer met Afghanistan te bemoeien, zowel in militair als in economisch opzicht. Dat was tegen het zere been van India’s aartsrivaal Pakistan, vanouds de belangrijkste bondgenoot van de VS in de regio. Maar de relatie met Pakistan is de laatste paar jaar zeer vertroebeld. „Het is een gecompliceerde relatie”, zei Panetta gisteren, „dikwijls frustrerend, vaak moeilijk”. En tot ergernis van de Pakistanen kondigde hij ook aan dat de aanvallen met ‘drones’, onbemande vliegtuigjes, op militante moslims onverminderd zullen doorgaan.

India traint al Afghaanse militairen, maar reageerde toch terughoudend op Panetta's invitatie. Het toonde zich geïnteresseerder in de aanschaf van geavanceerde Amerikaanse wapens. En ook in deelname aan de regionale Shanghai Samenwerkingsorganisatie in Peking, waar de VS ontbreken. Want elk van de grote mogendheden speelt zijn eigen grote diplomatieke spel in Azië.

    • Floris van Straaten