Leaselantaarns komen er niet. Het licht gaat uit

Vijfhonderd lantaarnpalen langs de wegen in Buren gaan weg. Dat scheelt 50.000 euro per jaar. Bewoners konden zelf een paal huren of leasen, maar de interesse is nihil.

Arie Onink loopt het landweggetje op, voor zijn boerenerf in Maurik, gemeente Buren. De vogels fluiten, de zon schittert en het uitzicht op de weilanden, kilometers ver, is prachtig. Maar daarom loopt Onink hier niet. Het gaat hem om een lantaarnpaal. De paal staat in de berm, zo’n tachtig meter van zijn erf vandaan, tussen een sloot en het landweggetje. Onink (80) houdt zijn pas in en wijst omhoog. De paal is grijs, smal en een meter of vijf hoog. Bovenin de verlichting, onder een metalen kap. Een doodgewone paal, zo op het oog.

Maar gewoon is de paal niet. Hij behoort tot de vijfhonderd palen die de gemeente Buren vanaf deze week weghaalt om geld te besparen. De operatie levert 50.000 euro per jaar op, een welkom bedrag voor Buren, dat per jaar zo’n 2,5 miljoen euro moet bezuinigen. „Dit is een tijd van keuzes maken”, zegt de Burense wethouder Gert-Jan van Ingen (VVD). „En de keuze valt in deze economisch zware tijden niet op het verlichten van landweggetjes waar nauwelijks verkeer is.”

De palen die verdwijnen staan alle in het Burense buitengebied waar ook Arie Onink woont: de landelijke streek tussen Culemborg in het westen en Kesteren in het oosten. Vierhonderd palen in de buitengebieden blijven staan, in bochten en op kruisingen.

Het plan van wethouder Van Ingen leidde eind vorig jaar tot protest onder tientallen inwoners van de buitengebieden. De gemeenteraad dwong de wethouder toen om die inwoners linksom of rechtsom tegemoet te komen. Dat deed wethouder Van Ingen: hij had een vondst. Inwoners zouden een lantaarnpaal kunnen huren. Per jaar moesten ze 105 euro betalen voor energie- en onderhoudskosten. Dan zou de paal blijven staan. Leasen kon ook. De gemeente zou de paal dan op het erf van inwoners neerleggen. Die moesten de paal vervolgens zelf installeren en betalen voor de stroom. Het plan zou de „zelfredzaamheid” van de burgers ten goede komen, meende Van Ingen. In elk geval zette hij de gemeente op de kaart. Buren werd in april landelijk nieuws: het leasen van lantaarnpalen als smeuïg symbool van de recessie.

Het huur- en leaseplan heeft intussen niet geleid tot enthousiasme onder de inwoners van Buren. De meesten verwerpen het voorstel. Boeren namen contact op met raadsleden om te vragen om hulp. Mark Hofman, raadslid voor oppositiepartij PvdA: „Daags na alle media-aandacht ben ik door vijftien agrariërs gebeld. En als agrariërs de PvdA bellen, is er echt stront aan de knikker.” De PvdA is tegen het plan, maar hulp bieden kon Hofman niet: het is leasen of licht uit, vindt een meerderheid van de gemeenteraad.

Net als vele andere inwoners laat Arie Onink het leaseaanbod links liggen. „De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare verlichting, niet ik. Ik betaal toch belastingen?”

En dus is het binnenkort donker op het landweggetje bij Oninks huis. Hij vreest voor meer onveiligheid, hier en in het hele Burense buitengebied. „Inbraken, vandalisme, verkeersongelukken.”

Volgens wethouder Van Ingen gaat de veiligheid juist niet achteruit. Integendeel. Als het straks donkerder is, kun je meer zien, zegt hij. „Je ogen kunnen dan wennen aan de duisternis. Nu niet. Nu is het licht rond de lantaarnpalen, en donker tussen de palen in. De ogen moeten voortdurend schakelen.”

„Daar klopt niks van”, zegt Onink. „Als het op de landweg straks donker is, zie ik helemaal niets.” Onink fietst ’s avonds weleens over de landweg. „De lantaarnpalen zijn dan mijn oriëntatiepunten. Ik ga van paal naar paal. Dat kan straks niet meer.”

De vijfhonderd palen uit de buitengebieden van Buren zullen over anderhalve maand weg zijn. De gemeente verwijdert de palen opzettelijk in juni en juli, omdat het langer licht is. Dan ervaren de inwoners niet direct het gemis van het wegbezuinigde kunstlicht. Toch vindt Arie Onink die timing onaangenaam. „Pas als het herfst is, merken we hoe donker het in Buren echt is.”

    • Ingmar Vriesema