Kritiektactiek

Bij sommige mensen ontkom je er niet aan ze af en toe streng toe te spreken. Het zijn meestal de mensen die zich dicht in je buurt bevinden: een huisgenoot („David, wat hadden we ook alweer afgesproken over keukenspullen weggeven aan knappe collectemeisjes?”), of een collega („Je hebt me nu drie keer deze Goed Karma-kettingmail doorgestuurd. Dat ik hem niet doorstuur en dus een levenlang inktzwart karma riskeer, wat betekent dat denk je?”), of een geliefde („Op zo’n reünie mijn tante aanspreken met ‘hee poes’, nee, dat gáát gewoon niet”).

Kritiek leveren op vrienden is echter veel ingewikkelder. Met vrienden hoort het eigenlijk altijd feest te zijn – je hebt ze zelf uitgekozen, ze wonen niet in je huis, je gaat met ze naar de film of probeert samen doelen te halen zoals het bouwen van een Flügelflesjestoren. Volgens mij vinden veel mensen het lastig om hun vrienden ergens op aan te spreken, dus wordt er ergens in de vriendschap een bepaalde kritiektactiek ontwikkeld.

Zo zijn er de Tapijtvegers: de ene vriendin moet eerst de auto van de ander in de prak hebben gereden (doordat ze tijdens het rijden met het vriendje van de ander aan het tongen was), voordat er iets gezegd wordt. Dit zijn mensen die geen zin hebben in een discussie en dus altijd lief blijven – en tegen hun andere vrienden over elkaar klagen. Als de irritatie echt hoog oploopt, zien ze elkaar gewoon even wat minder.

Daarna komen de Tijdbommen: dit zijn mensen die irritaties lang wegwuiven, maar op een bepaald punt barst onherroepelijk de bom: er ontstaat ruzie en in een eindeloos therapeutisch gesprek komt alles eruit, vol verwijzingen naar onhandige opmerkingen van een half jaar geleden en niet beantwoorde telefoontjes van twee maanden terug. Uiteraard komt het altijd snotterend weer goed, vol goede zin om voortaan beter naar elkaar te luisteren en het nóóit meer zover te laten komen. Wat ook gebeurt. Tot de volgende bom.

Ook heb je de Acteurs: zij hebben geen zin in een moeilijk gesprek, maar willen wel iets duidelijk maken. Daarom kiezen ze voor een toneelstukje, waarin ze bijvoorbeeld een oude man spelen: „Nou nou, dat is een grote afwas, dat zal mijn arme rug niet leuk gaan vinden!” (Vertaling: ik ga die klote-afwas echt niet alleen doen, het was jouw idee om risotto te maken). Of een vermoeide huisvrouw: „Guttegut, en dan moet ik jou weer de hele avond van sigaretten gaan voorzien, en mijn huishoudpot is al niet zo vet.” (Vertaling: gast, koop eens je eigen peuken!) Gezellig: ja. Omslachtig: zeker.

En dan zijn er nog de Lik-op-stukkers: als zij iets van de ander vervelend vinden, reageren ze direct: ze maken een spottend grapje, vragen door of zeggen simpelweg dat ze het niet leuk vinden. Er valt veel voor deze manier te zeggen, maar de vriendschap moet wel goed in balans zijn – beiden moeten even verbaal, goedgehumeurd of haaierig zijn. Anders heet het gewoon pesten, namelijk.

En zo probeer je die moeilijke momenten door te komen – zodat je je daarna gewoon weer kan wijden aan het bouwen van Flügelflesjestorens.