Klassieke dwaling in wokmoordzaak

Het enige positieve aan de heropening van de restaurantmoordzaak, waarin zes mensen werden veroordeeld, is dat het Openbaar Ministerie zelf op zijn schreden terugkeert en om herziening vraagt. Maar dat is dan ook een zeldzaam lichtpuntje in een kwestie die alleen verliezers kent. Hoewel het oordeel van de Hoge Raad nog moet worden afgewacht, is het aannemelijk dat de zes zijn veroordeeld voor een misdrijf waarvoor het bewijs van hun schuld onvoldoende was. Het OM lijkt in 1993 zelfs ontlastend bewijsmateriaal te hebben achtergehouden, wat kan duiden op opzet tot misleiding. Daarmee kan de restaurantmoord in Breda een treurig unicum in het Nederlandse strafrecht worden: maar liefst zes onschuldigen, die tot tien jaar celstraf uitzaten.

Dit verzoek tot herziening is niet minder dan een drama. Er is achteraf geen genoegdoening of herstel meer voor de slachtoffers. De levens van de verdachten zijn vermoedelijk geruïneerd door de detentie en twee decennia reputatieschade. Het gezag van de strafrechtspraak en het vertrouwen in politie en justitie is ernstig beschadigd. Wederom. Wie dacht dat na de Schiedammer Parkmoord, de ‘twee van Putten’, de zaken Ina Post en Lucia de Berk alle twijfelachtige veroordelingen uit het verleden waren ‘geschoond’, vergiste zich.

Ook in deze wokzaak lijken inmiddels de klassieke fouten te zijn gemaakt. De (jonge) verdachten zijn in isolement onder te grote druk gezet, waarna hun bekentenissen de doorslag gaven bij de schuldvraag. De autoriteiten staarden zich blind op deze verdachten en het bijbehorende misdrijfscenario en lieten geen twijfel toe. Dat de daderverklaringen tegenstrijdig waren, wezenlijk technisch bewijs ontbrak en er ook ontlastende informatie was, het mocht niet baten. Justitie en politie leverden de strafrechter een ‘ronde’ zaak. Ook de rechters, in twee instanties, wisten niet de juiste vragen te stellen.

De lessen uit deze zaak komen overeen met die uit vorige gerechtelijke dwalingen. Verdachten die bekennen, vertellen niet altijd de waarheid. Je zal er maar aan overgeleverd zijn. Controle van de advocaat op het verhoor is onontbeerlijk. Recherche, officier en rechter dienen steeds gespitst te zijn op alternatieve scenario’s van het misdrijf en daarop te zijn getraind. Informatie daarover mag natuurlijk nooit weggehouden worden.

Net als in de zaak-Lucia de Berk is deze dwaling als eerste aangetoond door wetenschappers, nu van de Vrije Universiteit. De drempel bij de Hoge Raad kan kennelijk alleen genomen worden nadat anderen het voorwerk deden. Dat zou de rechtspraak te denken moeten geven.