Kindsoldaten Liberia vallen Ivorianen aan

Milities in Liberia gebruiken kindsoldaten om aanvallen uit te voeren op dorpen in buurland Ivoorkust. Daarbij zijn sinds juli veertig doden gevallen. Dat staat in een rapport dat Human Rights Watch gisteren heeft gepubliceerd. Volgens de mensenrechtenorganisatie doet de Liberiaanse regering niet genoeg om het geweld te stoppen.

Duizenden Liberiaanse huurlingen vochten aan de kant van de voormalige Ivoriaanse president Laurent Gbagbo tijdens de korte burgeroorlog vorig jaar. Tijdens de oorlog, die uitbrak na omstreden presidentsverkiezingen en aan zeker 3.000 mensen het leven kostte, zouden de Liberianen zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen. Na de arrestatie van Gbagbo in april 2011 vluchtten ze naar Liberia.

Dezelfde strijders hebben zeker vier aanvallen uitgevoerd op etnische groepen die de rivaal van Gbagbo, de huidige Ivoriaanse president Alassane Ouattara, steunen. In het rapport van Human Rights Watch worden strijders geciteerd, die zeggen dat geld voor aanvallen in Ivoorkust kwam uit Ghana en van de mijnbouw in Liberia.

Liberia heeft na de oorlog in Ivoorkust tientallen vermeende huurlingen opgepakt, maar de meesten zijn inmiddels weer vrijgelaten, aldus het rapport. „Voor meer dan een jaar heeft de Liberiaanse regering zijn kop in het zand gestoken”, zei Matt Wells van Human Rights Watch die onderzoek doet in West-Afrika.

De Liberiaanse minister van Informatie is het niet eens met de conclusies van het rapport. Hij vindt dat zijn regering wel degelijk genoeg doet om grensoverschrijdend geweld te stoppen, „want we realiseren dat een bedreiging voor Ivoorkust een bedreiging voor Liberia is”.

De voormalige Ivoriaanse minister van Defensie, Moise Lida Kouassi, is gisteren opgepakt in Togo. Na de oorlog in Ivoorkust is hij naar Togo gevlucht, waar hij in ballingschap leefde. De huidige regering van Ivoorkust heeft voor leden van het oude regime arrestatiebevelen uitgevaardigd. De arrestatie van Kouassi valt samen met een bezoek van Ouattara aan Togo. (AP, AFP, Reuters)