Opinie

    • Maarten Schinkel

Hoogste tijd voor een voetbalwaakhond

Het is ongelooflijk: een miraculeus herstelde Joris Mathijsen krijgt zaterdag op het middenveld de bal voor de voeten, haalt uit en schiet hem met een streep à la Paul Breitner in het Deense doel. De openingstreffer.

In het hele land verheffen zaterdagmiddag mannen, jongens en een enkele vrouw zich juichend van de driezitsbank. Maar er is er één, we noemen hem Henk, die volledig uit zijn dak gaat, zijn echtgenote omhelst en zijn hond kust, om vervolgens slechts gehuld in de Nederlandse vlag een rondje door de wijk te rennen. Hij heeft namelijk bij Ladbrokes ingezet op deze buitengewoon onwaarschijnlijke gebeurtenis, en incasseert vijftig maal zijn inzet.

Alleen op uitslagen wedden is al lang verleden tijd. Bij TabSportsbet, om maar een goksite te noemen, kun je op 24 gebeurtenissen per team inzetten (het contract van 1 dollar dat Sneijder de Nederlandse topscorer wordt, betaalt 8 dollar uit). 24 maal 16 teams geeft al 388 gokmogelijkheden.

Dat is weer kinderspel vergeleken bij Ladbrokes, een van de grootste sites. Daar is het aantal mogelijkheden ontelbaar. ‘Nederland wint, waarbij 2 of minder goals in de wedstrijd zijn gescoord’. ‘Denemarken staat voor na 60 minuten speeltijd’. En dus Mathijsen met die eerste treffer.

Op Paddypower kan het mogelijk nog gedetailleerder. Joris Mathijsen maakt niet de eerste, maar de láátste goal: 40 tegen 1.

En dan hebben we het alleen over officiële goksites. In totaal moet het gokken op voetbal enorm zijn. Vorige week circuleerde een jaarlijks gokbedrag van 200 tot 300 miljard euro, terwijl de Europese voetbalclubs zelf maar 20 miljard euro omzetten. Dat is een factor 10 tot 15.

Verrassend genoeg is dat ook zo’n beetje de verhouding tussen alle uitstaande financiële derivaten en de omvang (‘omzet’) van de wereldeconomie. Dat suggereert ook een andere samenhang, uit de losse pols: de contante waarde van een derivaat ten opzichte van de waarde van het goed waarover deze is afgesloten (obligatie, grondstof, pluk aandelen of valuta) is gemiddeld tegen de 3 procent. Dat is ook de marge van een roulettetafel (36 vakjes plus de 0 voor de bank).

Als we dat percentage luchthartig loslaten op de internationale voetbalgokkerij dan valt er ergens tussen de 6 miljard en 9 miljard per jaar te verdelen. Dat is zó veel, dat misbruik niet alleen voor de hand ligt, maar bijna gegarandeerd is. Minister Schippers (Sport) kondigde gisteren dan toch een onderzoek aan naar ‘matchfixing’ in het Nederlandse voetbal. Aanleiding is dat er aanwijzingen zouden zijn, volgens het PvdA-Kamerlid Jeroen Recourt, voor deze praktijken in de Eerste Divisie.

Mocht dat inderdaad zo zijn, dan ligt die Eerste Divisie het meest voor de hand. Elke speler die aan matchfixing meedoet, zal een afweging maken tussen risico en rendement. Voor de veelverdieners valt dat besluit al snel negatief uit: niet de moeite waard – een enkele Italiaan daargelaten. Maar logischerwijs zal het vooral gaan om het voetbal in landen waar de spelerssalarissen relatief laag zijn, om lagere divisies en in de rijkere landen om kleinere clubs in de hoge divisies. En om scheidsrechters.

In de financiële wereld zijn de verleidingen tot matchfixing van oudsher groot, en zijn overal waakhonden in het leven geroepen om toe te zien op een eerlijke en ordelijke markt. Het voetbal verkeert nog in het tijdperk van de wankelmoedige zelfregulering.

Wat is erger: de verdachte 7-1 van Olympique Lyon tegen Dinamo Zagreb vorig jaar of mogelijke onregelmatigheden bij de beursgang van Facebook? Het laatste natuurlijk, maar de man op de driezitsbank denkt daar anders over.

    • Maarten Schinkel