‘Eindelijk heb ik tijd voor flamenco!’

Komend weekend neemt chef-dirigent Ed Spanjaard afscheid van zijn Limburgs orkest, met een Debussy die hij nog niet uitvoerde. „Ik werkte meer dan gezond was voor een mens.”

Dirigent Ed Spanjaard: ‘Het LSO en ik hebben het samen ver geschopt’. Foto Chris Keulen

In het Theater aan het Vrijthof in Maastricht repeteert het Limburgs Symfonie Orkest onder chef-dirigent Ed Spanjaard. Er wordt flink gewerkt, business as usual. Spanjaard zingt veel voor, hij suggereert een „ouderwetse vingerzetting” voor de eerste violen en wijst erop dat de triolen in de derde harp onhoorbaar zijn. Maar: allemaal voor het laatst.

Na elf jaar neemt Ed Spanjaard (63) afscheid van het kleinste beroepssymfonieorkest van Nederland. „Ik heb een vutleeftijd”, vertelt Spanjaard een paar dagen eerder bij hem thuis in Amsterdam. „Ik werk altijd 30 procent meer dan een zinnig mens als gezond zou beschouwen. Twee jaar geleden heb ik besloten om te stoppen in Maastricht en meer tijd vrij te maken voor andere dingen. Gastdirecties. En flamenco!”

Trots laat hij een filmpje zien van de choreografie die hij onlangs maakte voor zijn danscursus. „Misschien kan ik van de winter eindelijk weer eens naar het fantastische flamencofestival in Jerez de la Frontera.” Alhoewel: vanaf komend seizoen is hij hoofdvakdocent orkestdirectie aan het Conservatorium van Amsterdam. „Het is alsof de duivel ermee speelt…”

Spanjaard is geen man die zijn agenda gemakkelijk leeg houdt. Zijn gretigheid blijkt uit alles, de enthousiaste verteltrant, de bevlogen blik op de bok en achter de piano, het immer uitdijende repertoire dat hij bestrijkt. Binnenkort begint hij met Wagners Götterdämmerung, de afsluiting van zijn geprezen Ring-cyclus bij de Nationale Reisopera. Vlak daarna doet hij met het Nieuw Ensemble Owen Wingrave van Britten.

Voor zijn afscheidsconcert heeft Spanjaard gekozen voor Franse muziek, zijn grote voorliefde, Debussy en Ravel. Na de pauze repeteert hij aan de piano met sopraan Hanneke de Wit, versleept die piano vervolgens zelf naar het midden van het podium en neemt plaats voor de uitgebreide choreografierepetitie. „Ed, nog eens vanaf maat 36”, zegt regisseur Kees van der Burg. Het heeft iets ontroerends en het tekent Spanjaards inzet en betrokkenheid. Zo moet hij bijna veertig jaar geleden als jonge repetitor bij de Royal Opera in Covent Garden hebben gezeten, onder het wakend oog van Colin Davis.

In Londen begon Spanjaard in 1973 zijn loopbaan. Later was hij onder meer assistent-dirigent bij het Concertgebouworkest onder Bernard Haitink en assisteerde hij de legendarische maestro’s Georg Solti in Bayreuth en Herbert von Karajan in Salzburg. „Karajan was geen lieftallige man, maar ik vond zijn repetities adembenemend”, vertelt hij. „De snelheid waarmee hij zíjn klank kon krijgen… De connectie met klank was ongelooflijk groot bij hem, maar de connectie met de spelende mens was niet altijd voelbaar. Ik had precies de koelbloedigheid die nodig was in de nabijheid van zo’n griezelig machtsmens.”

Hij bewaart nog altijd een blauw varkensleren jasje uit Londen. Wanneer hij bij repetities in Salzburg piano speelde kwam Karajan vaak achter hem staan en liet zijn handen op die blauwe schouders rusten. „Zoiets kan ik dan niet weggooien.”

Al in 1980 werd Spanjaard gastdirigent bij het LSO en in 2001 vroeg toenmalig orkestdirecteur John Floore hem voor het chefschap. „Ik heb mij hier altijd thuis gevoeld”, zegt Spanjaard. „En het orkest heeft mij nooit in de steek heeft gelaten.”

Hoogtepunten zijn er in die ruim drie decennia te over. Spanjaard herinnert zijn eerste buitenlandse concert, Ein deutsches Requiem in Berlijn, vlak na de dood van zijn vader. En de cd met Faurés Requiem uit 2004, opgenomen in een kerkje in het stadshart van Tongeren. Voor het 125-jarig jubileum in 2008 kwam de koningin naar Maastricht en schreef Theo Loevendie een nieuw stuk. Datzelfde jaar speelde het LSO Ravels virtuoze Daphnis et Chloé in het Concertgebouw: „Dat hebben ze toen zó goed gedaan dat de AVRO die liveopname op cd heeft uitgebracht – zonder retouches. Heel bijzonder.”

Spanjaards inspanningen, in symfonisch repertoire, nieuwe muziek én opera, hebben veel weerklank gevonden. Alleen: waarom is hij nooit chef geweest van een echt toporkest? „Soms doe je met musici die misschien niet tot de absolute top behoren verbluffende dingen. Daaruit haal ik veel voldoening.” De vraag of hij geen groter chefschap had geambieerd, vindt hij gevaarlijk. „Ik behoor niet tot de categorie snelle jongens die tussen de internationale toporkesten laveert, vaak bijgestaan door een slim management. Maar dat is geen gebrek aan ambitie. Het is niet zo dat ik met minder dan het beste genoegen neem.” Hij gebruikt een opmerkelijk beeld: „Sommige dirigenten zijn als darters, ze gooien het pijltje precies waar ze het hebben willen. Ik heb juist vaak aan zo’n ronddraaiende sushibar gezeten en gekeken wat zich aandiende.”

Le martyre de Saint Sébastien, Debussy’s introverte mysteriespel uit 1911 op een grotesk libretto van de Italiaanse dichter D’Annunzio, is geen voor de hand liggende soundtrack voor een feestelijk afscheid. „Dat compenseren we na de pauze met de tweede suite uit Daphnis et Chloé”, zegt Spanjaard.

De keuze voor Saint Sébastien is een artistieke: „Het idee had ik al twee jaar geleden en ik ben heel blij dat ik het heb doorgezet. Ik hou bijzonder veel van Debussy, ik ken zijn werk door en door, en dit is een van de laatste grote werken die ik nog nooit gedaan heb. Het is lastig te bezetten en die afschuwelijke Franse tekst schrikt af. Maar dichter Ramsey Nasr heeft de tekst prachtig bewerkt. Het wordt een mooie eigen versie.”

Zijn overheersende gevoel is blijdschap. „Dat het LSO en ik het samen zo ver hebben geschopt. Maar ik verlaat het orkest helaas op een moment dat de toekomst onzeker is.” Vermoedelijk krijgt het geen nieuwe chef-dirigent en een fusie met het Brabants Orkest lijkt onafwendbaar. „Ik gun ze het allerbeste.”

Afscheidsconcert Ed Spanjaard. LSO, Studium Chorale en solisten, onderleiding van Ed Spanjaard met Debussy en Ravel. 8/6, Parkstad Limburg Theater, Heerlen & 9/6, Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Info: lso.nl

    • Joep Stapel