Duitsland verkijkt zich op stroom uit zon en wind

Duitsland besloot na ‘Fukushima’ met atoomstroom te stoppen en alle aandacht te richten op wind- en zonne-energie. Maar dat blijkt veel ingewikkelder dan gedacht. „De omslag naar duurzame energie dreigt te mislukken.”

De Duitse energiesector vestigde in het Pinksterweekeinde een prachtig wereldrecord. Niet eerder produceerde een land op één dag zoveel zonne-energie: op het hoogtepunt 22 gigawattuur (gWh). Dat is 8 gWh meer dan een jaar geleden, en net zoveel als twintig op volle kracht draaiende kerncentrales. Zo werd op zaterdagmiddag de helft van de Duitse stroombehoefte gedekt.

Zo’n positief bericht kan de Duitse bondskanselier Angela Merkel goed gebruiken. Sinds ze vorig jaar, na de kernramp in Fukushima in Japan, halsoverkop aankondigde dat Duitsland zou stoppen met atoomstroom, stapelen de problemen zich op.

Toch was de Energiewende, zoals Duitsland de ommekeer in de energievoorziening noemt, in ieder geval politiek noodzakelijk. Een jaar eerder namelijk had Merkel een oud besluit van de rood-groene coalitie teruggedraaid om alle de kerncentrales te sluiten. Het was kapitaalvernietiging om goed functionerende kerncentrales eerder te sluiten dan strikt nodig was, vond haar centrum-rechtse regering toen.

Maar Merkel had zich verkeken op de weerstand van de bevolking. Sinds het besluit om de kerncentrales langer open te houden, verloor haar CDU de ene deelstaatverkiezing na de andere. De Groenen, groot geworden met hun afkeer van kernenergie, profiteerden.

‘Fukushima’ bood Merkel een uitstekende gelegenheid om zonder gezichtsverlies op haar besluit terug te komen. De regering liet alle kerncentrales inspecteren, met als onmiddellijk gevolg de sluiting van de zeven oudste centrales.

Een ‘ethische commissie’ kreeg de opdracht uit te zoeken hoe het verder moest met kernenergie. Haar conclusie: haal de resterende negen kerncentrales voor 2020 van het net, en richt alle aandacht op duurzame energieopwekking.

Politiek heeft de Wende, die dus eerder een terugkeer dan een ommekeer is, minder opgeleverd dan Merkel had gehoopt – ook bij de recente deelstaatverkiezingen in Noordrijn-Westfalen verloor haar partij fors. Maar inmiddels dreigt van de ommekeer zelf niets terecht te komen. Energiebedrijven en netwerkbeheerders klagen. Deelstaten, met hun eigen verantwoordelijkheid voor de elektriciteitsvoorziening, eisen duidelijkheid. En werkgevers vrezen stijgende stroomprijzen.

„Het wordt tijd voor goed doordachte, op marktwerking gebaseerde concepten”, aldus de topman van energiebedrijf Vattenfall, Tuomo Hatakka. „We zijn al een jaar bezig en nog steeds is er geen betrouwbaar plan”, zegt voorzitter Werner Wenning van de raad van commissarissen van concurrent E.on.

„We moeten eindelijk ophouden met theoretische, ik zou zelfs willen zeggen romantische beschouwingen over de Energiewende”, vindt de voorzitter van de werkgeversvereniging BDI, Hans-Peter Keitel. „Als in 2017 weer een aantal kerncentrales wordt uitgeschakeld, zullen de uitdagingen enorm zijn”, waarschuwt Klaus Kleinekorte, de baas van netwerkbeheerder Amprion.

De geprivatiseerde stroomnetwerken, eigendom van vier grote netwerkbeheerders, vormen het grootste struikelblok voor een succesvolle vernieuwing van het energiebeleid. Wind en zon leveren weliswaar veel energie op, maar kampen met pieken en dalen. Het netwerk is daarop onvoldoende berekend. Vorig jaar moest tijdens een storm een groot aantal windmolens worden uitgeschakeld.

Twee weken geleden presenteerden de netwerkbeheerders een omvangrijk plan om de infrastructuur te moderniseren: 4.400 kilometer aan nieuwe hoogspanningskabels en vele duizenden kilometers aan gewone leidingen.

De kern van het nieuwe netwerk bestaat uit vier grote noord-zuidverbindingen voor gelijkstroom. Deze ‘snelwegen’ voor elektriciteit, die de komende tien jaar moeten worden aangelegd, moeten windenergie van noord naar zuid vervoeren en zonne-energie van zuid naar noord. Het voordeel van gelijkstroom is, dat die bijna zonder energieverlies kan worden vervoerd.

Martin Fuchs, bestuursvoorzitter van de Duitse tak van de Nederlandse netwerkbeheerder Tennet, noemt het project in de Süddeutsche Zeitung „uniek voor Duitsland en in zijn omvang zelfs voor heel Europa”. Volgens hem is dit „een beslissende bijdrage, en misschien wel dé beslissende bijdrage” aan de Energiewende.

Maar de gelijkstroom moet via ingewikkelde en dure transformatiepunten worden omgezet in de wisselstroom die uit het stopcontact komt. De netwerkbeheerders schatten de kosten van de vier ‘snelwegen’ op zo’n 20 miljard euro.

Die raming houdt echter geen rekening met tijdrovende procedures voor vergunningen, met extra compensatie voor boeren die grond verliezen, met vertragingstactieken van natuurbeschermers die vrezen voor bossen en met deelstaten die weigeren hun bevoegdheid over de tracés van hoogspanningsleidingen af te staan aan de federale overheid.

Behalve dat de aanleg daardoor veel duurder wordt – deskundigen schatten de totale kosten op zeker 60 miljard euro – gaat die ook veel te langzaam. Volgens Jochen Homann van de federale netwerktoezichthouder liggen er sinds 2009 plannen voor 1.800 kilometer aan nieuwe leidingen. „Daarvan is slechts 214 kilometer aangelegd en 11 kilometer in gebruik genomen”, zei Homann vorige week in Die Tageszeitung.

CDU-parlementariër Joachim Pfeiffer waarschuwde de deelstaten in de Frankfurter Allgemeine Zeitung om de aanleg niet te blokkeren. „Zonder een gezamenlijke inspanning en voldoende acceptatie bij de bevolking, dreigt de omslag naar duurzame energie te mislukken.”

Vooral Tennet voorziet financiële problemen. Het bedrijf, dat 11.000 kilometer aan stroomkabels in Duitsland beheert, is verantwoordelijk voor de verbinding van de windparken op de Noordzee met het vasteland. „Technisch gezien betreden we een onbekend terrein”, waarschuwde Tennet-chef Martin Fuchs.

Het bedrijf mist als Nederlands staatsbedrijf het geld voor het nieuwe netwerk. Tennet dringt daarom bij de Duitse overheid aan op een garantstelling voor de financiële risico’s, zodat private investeerders kunnen worden aangetrokken.

Als dat niet lukt dreigt nog meer vertraging. Nu al lijkt het uitgesloten dat een windpark van energiebedrijf RWE op de Noordzee spoedig in gebruik kan worden genomen, omdat de aansluiting op het hoogspanningsnet niet op tijd klaar is.

RWE en de drie andere grote energiebedrijven E.on, Vattenfall en EnBW hebben ook een verantwoordelijkheid in de Energiewende. Wind- en zonne-energie leveren geen constante stroom. Nu de kerncentrales worden gesloten, zijn nieuwe centrales op fossiele brandstoffen als bruinkool en vooral gas nodig als achtervangers voor de duurzame energie. Maar energiebedrijven aarzelen om die conventionele centrales te bouwen, want de kans bestaat dat ze toch te duur uitvallen.

De producenten van fossiele energie betalen steeds meer om de uitstoot van broeikasgassen, die slecht zijn voor het klimaat, te compenseren. En daarnaast geeft Duitsland forse subsidies voor de bouw van windmolens en zonnepanelen.

De weerstand tegen die subsidies – zo’n vier miljard euro per jaar – groeit. Duitsers betalen nu ongeveer 25 eurocent per kilowattuur stroom, tegen 18,4 cent in de rest van Europa (ongeveer 22 cent in Nederland en iets meer dan 14 cent in Frankrijk).

Merkel heeft beloofd dat de stroomprijs door de subsidie maximaal 3,6 cent duurder wordt, maar dat is volgens het ministerie van Economische Zaken onhaalbaar. De regering pleitte daarom onlangs voor het geleidelijk verminderen van de subsidie. Dat voorstel werd echter afgewezen door de Bondsraad, de Duitse Eerste Kamer waarin de oppositie de meerderheid heeft.

Zo dreigt de Energiewende een politiek drama te worden. Volgens parlementslid Cem Özdemir (Groenen) vooral doordat de regering er „zelf niet in gelooft”. In de coalitie groeit inderdaad de verdeeldheid. Merkels kleine coalitiegenoot FDP vraagt zich openlijk af of de ambitieuze plannen wel haalbaar zijn.

„Goed bedoeld is vaak het tegenovergestelde van goed”, schreef FDP-fractievoorzitter Rainer Brüderle eergisteren in een opiniestuk in de Frankfurter Allgemeine Zeitung over de miljardensubsidie op zonne-energie.

Zijn partijgenoot Phillip Rösler, minister van Economische Zaken, wil snel gas- en kolencentrales bouwen, ook als daardoor de uitstoot van broeikasgassen toeneemt. Want de overgang naar duurzame energie kan volgens hem alleen slagen, als stroom betaalbaar blijft.

Minister van Onderwijs en Onderzoek Annette Schavan (CDU) is het met Rösler eens. Wind en zon zijn weliswaar het einddoel, maar voorlopig moeten „gas en kolen de gaten opvullen”. Haar partijgenoot en vicefractieleider Michael Fuchs opperde zelfs voorzichtig om de kerncentrales langer open te houden.

Daar wil Peter Altmaier, minister van Milieu, niets van weten. „Kernenergie in Duitsland is verleden tijd”, zei Altmaier, een vertrouweling van Merkel die nog maar net minister is. Hij is de opvolger van Norbert Röttgen, die door de bondskanselier de laan is uitgestuurd. De Energiewende heeft geleid tot „vijandige houdingen en conflicten”, zei Altmaier na zijn benoeming. „Een wisseling in de leiding kan soms helpen om blokkades weg te nemen.”

Commentatoren zien Altmaiers benoeming als een signaal dat Merkel zich meer met de Energiewende gaat bemoeien. Maar niet te veel. Want met de parlementsverkiezingen van 2013 in het vooruitzicht, wil ze niet dat een mogelijke mislukking van de ommekeer haar in de schoenen wordt geschoven.

Paul Luttikhuis

    • Paul Luttikhuis