Die zon is van ons allemaal

Zonne-energie wordt steeds goedkoper, maar in Nederland is de markt ineens stijfbevroren. Door de onzekerheid.

Nederland, Volendam, 24-05-2012, een straat in Volendam met een rij huizen die gelijk zijn gebouwd in hetzelfde stijl, een soort Coronationstreet, C.Barton van Flymen/Hollandse >

Wel subsidie, geen subsidie, wel subsidie, geen subsidie: het Nederlandse zonne-energiebeleid in een notendop.

Het CDA schrapte de subsidie op zonnepanelen in 2010, GroenLinks voert haar nu per 1 juli weer in, in ruil voor deelname aan de ‘Kunduz-coalitie’. En na de verkiezingen? Grote kans dat de regeling weer verdwijnt.

U wilde net zonnepanelen gaan kopen, uw bijdrage leveren aan de redding van het klimaat, maar nu weet u het niet meer zeker?

Zo gaat dat hier.

Dit is Nederland, een land waar beleidsmakers geen beleid, maar twijfel produceren – over hypotheekrenteaftrek, geestelijke gezondheidszorg, de kunstsector, de reiskostenvergoeding – en zich vervolgens verbazen over de maatschappelijke onrust, en het gebrek aan zelfredzaamheid. Het land waar structurele oplossingen al snel (electoraal) te duur worden gevonden. Waar ballonnetjes oplaten wordt verward met leidinggeven.

Wat is er aan de hand?

Na de afschaffing van de subsidie op zonnepanelen in 2010 ontstond tegen de verwachting in alsnog een bloeiende markt voor zonne-energie in Nederland. Niet omdat Den Haag achteraf zo visionair was gebleken, maar dankzij de Chinezen: die produceren inmiddels zoveel zonnepanelen – ze zijn goed voor de helft van de wereldwijde markt – dat de prijs ervan spectaculair daalt. In twee jaar van grofweg 10.000 naar 6.000 euro, voor een gemiddeld zonnepaneelsysteem.

Volgens marktanalist Peter Segaar, die de ontwikkelingen over zonne-energie in Nederland nauwgezet bijhoudt, zijn er op dit moment al bijna tachtig ‘collectieve inkoopacties’, waarbij burgers gezamenlijk, dus met korting, zonnepaneelsystemen aanschaffen. Uit zichzelf, hooguit met wat steun van lokale overheden, maar zonder hulp uit Den Haag.

Aan zonne-energie hing lang de geur van geitenwollen sokken, maar het is in Duitsland sinds kort zelfs goedkoper dan reguliere stroom. In Nederland staat dit op het punt te gebeuren. Vorige maand werd bekend dat de gemiddelde jaarlijkse energienota met 160 tot 170 euro omhoog gaat, onder meer als gevolg van stijgende gasprijzen en de verhoging van de btw. En dat terwijl een kilowattuur zonnestroom naar verwachting in 2015 ongeveer 15 eurocent zal kosten, zonder subsidie én 10 cent minder dan wat naar verwachting reguliere stroom zal kosten. (Een gemiddeld huishouden in Nederland verbruikt ongeveer 3.300 kilowattuur per jaar).

Zonne-energie is al lang geen hobby meer. Of zoals Wubbo Ockels, Nederlands eerste ruimtevaarder en tegenwoordig hoogleraar aan de TU Delft, het onlangs op een conferentie van SolarPlaza verwoordde: de zon is de grootste en meest betrouwbare kerncentrale die er bestaat. „Met 4 miljard jaar te gaan, op een veilige afstand, vrij van politieke invloed en van het gevaar van terroristische aanvallen.” En bovendien: gratis en voor iedereen.

En waar in Europa, ja waar ter wereld vind je een land waar zonne-energie, zonder noemenswaardige subsidies, tóch een hoge vlucht heeft genomen? Waar burgers niet wachten op de overheid, het heft in eigen hand nemen en panelen op het dak zetten? Hier dus, aan de Noordzee. „Heel de wereld kijkt naar ons”, zegt Edwin Koot, directeur van SolarPlaza.

Gidsland, marktwerking, burgerinitiatief, duurzaamheid – zelden kwamen deze in de politiek zo veel gebezigde begrippen zo vanzelfsprekend samen in één sector.

Maar het plan om zonnepanelen toch weer te gaan subsidiëren, heeft een koude deken over de markt gelegd.

„Dit creëert onzekerheid”, zegt Koot. „We zien al dat consumenten de aanschaf van panelen uitstellen.” Voor de jonge, vaak nog financieel kwetsbare bedrijven in de sector dreigt een strop: investeringen zijn gedaan, voorraden aangelegd. „In één maand zijn bedrijven volledig overspannen geraakt”, zegt Segaar. „De sector is veranderd in een ijswoestenij.”

Van gidsland tot prutsland. Dat vat het afgelopen decennium mooi samen. Eind jaren negentig stond Nederland in de top-5 van de wereldwijde markt voor zonne-energie; stelde Willem-Alexander in Amersfoort zonnewoningen in gebruik, een pioniersproject waar de wereld jaloers naar keek; zou Nederland de energierevolutie aanvoeren – en nóg rijker worden.

Wat ging er mis?

De vergelijking met Duitsland is al vaak gemaakt. En terecht: alleen in de maand april al werd daar acht keer zoveel vermogen aan zonnepanelen bijgeplaatst als in Nederland in héél 2011. Het totale Nederlandse volume loopt in de megawatts, in Duitsland zitten ze aan de gigawatts. Het totale Duitse volume aan zonnestroom is ruim 200 keer zo groot als het Nederlandse, per hoofd van de bevolking is het 43 keer zo groot.

Interessant genoeg is de groei in Nederland vooral groot in het oosten, in het grensgebied met gidsland Duitsland. Overijssel telt tientallen ‘collectieve inkoopacties’. Ook België doet het trouwens veel beter dan Nederland: het vermogen aan zonne-energie is daar per hoofd van de bevolking 25 keer zo groot.

Wat doen die Duitsers dan zo goed? Vooral dit: het maakt niet uit welk beleid er wordt gevoerd, zo lang het maar niet om de haverklap verandert. Zesduizend euro voor een zonnepaneelsysteem is nog steeds veel geld en dus een financieel risico. In Duitsland wordt daarom nadrukkelijk gestreefd naar voorspelbaarheid: elk jaar worden de tarieven voor (particuliere) producenten van zonnestroom opnieuw door de staat vastgesteld. Wie nu zonnepanelen op zijn dak zet, krijgt in ieder geval de komende twintig jaar het tarief van 2012. Dat is vastgelegd, ja vastgespijkerd in de wet. Tussentijds kunnen de spelregels niet worden gewijzigd.

Bovendien wordt groen gedrag in Duitsland niet afgestraft. Er is daar geen beperking op de hoeveelheid zonnestroom die mag worden geproduceerd, zoals in Nederland. Groene stroom heeft op het Duitse elektriciteitsnet altijd voorrang, dat is wettelijk vastgelegd. Het betekent dat kolencentrales daar nu al vaak op warme dagen minder moeten produceren.

In Nederland mogen particulieren hun eigen aan het net teruggeleverde zonnestroomproductie alleen verrekenen met hun totale energierekening. Grootverbruikers, waar juist de meeste ‘groene’ winst te behalen valt, mogen helemaal niet salderen. En je mag hier alleen maar betaald aan het net leveren als de panelen ook echt op je eigen dak staan. Een dak huren mag niet.

Na die vliegende start in Amersfoort hebben Nederlandse beleidsmakers zonne-energie nooit meer serieus genomen. De vorige subsidieregeling was allesbehalve ruimhartig en ook erg ingewikkeld. Maar niettemin heel populair, zozeer zelfs, dat hij snel weer werd afgeschaft. „The Dutch Disease”, noemt Segaar dat. „We zijn voor duurzaamheid, maar het mag niks kosten. We zijn kruideniers, we kijken naar wat het kost en vergeten wat het oplevert.”

In 2004 stelde de toenmalige economieminister Laurens Jan Brinkhorst dat zonnestroom zinvol was „in de Sahara’’, maar toch zeker niet in het regenachtige Nederland. Een veelgehoorde misvatting: Duitsland, waar het klimaat bepaald niet tropisch is, bewees toen al het tegendeel. Panelen leveren ook energie als de zon achter de wolken zit. Ook Nederland is er prima geschikt voor, helemaal nu panelen snel goedkoper worden en door snelle technologische ontwikkelingen steeds meer rendement opleveren. Bovendien: wie woont er in de Sahara? Koot: „Zonnestroom is juist zinvol en logisch in bebouwde omgevingen, dichtbij de gebruiker.”

Vanuit de overheid bezien is het gebrek aan enthousiasme verklaarbaar. Op zonnestroom kan eigenlijk geen energiebelasting worden geheven, het is schoon en het kost niks. Maar op gas kan dat wel. Liever gas dus. Gas was een zegen voor Nederland, we danken er veel van onze welvaart aan, maar is inmiddels een vloek geworden. Segaar vergelijkt het met ondemocratische OPEC-landen in het Midden-Oosten, waar de opbrengsten uit olie in de eerste plaats het ‘systeem’ dienen. Niet de burgers.

Segaar maakte een ruwe schatting van de energiebelasting die de staat op dit moment misloopt door zonnestroom. Voor dit jaar kwam hij uit op 13 miljoen euro, in 2013 zou dat al bijna twee keer zo veel kunnen zijn. De ironie, zegt Edwin Koot, is dat de energiebelasting ooit is ingesteld om Nederland te ‘vergroenen’. „En daarna is veranderd in een ordinaire methode om de schatkist te spekken.” De groeiende populariteit van zonnestroom is daarom slecht nieuws voor de toch al gammele staatsbegroting.

Zo bezien is de kopersstaking die nu is uitgebroken juist goed nieuws voor Jan Kees de Jager. De minister mag GroenLinks een bloemetje sturen. De gasindustrie mag dat ook.

    • Stéphane Alonso