De pillen waren tijdelijk, dacht ik

Marianne van der Beek (41), leidinggevende in de maatschappelijke dienstverlening, slikt antidepressiva sinds de zomer van 1999. De huisarts schreef ze voor.

Het was een huisarts die ik nog maar kort had, ik was net verhuisd naar een andere stad. Het ging makkelijk, het was een vlot genomen beslissing. Eigenlijk kwam ik voor ondersteunende gesprekken, ik ben niet zo’n voorstander van pillen. Maar er waren wachtlijsten. Het idee was dan maar te beginnen met een pil. Ik heb me er een beetje in laten praten.

De Seroxat haalde de dalen van mijn stemmingen af. Dat eeuwige getwijfel, het overal tegenop zien. Later ben ik overgegaan op venlafaxine. De bijwerkingen daarvan vind ik pittiger. Laatst was ik een dag vergeten ze in te nemen. Dan word ik heel misselijk en duizelig. De wereld draait.

Ik heb nooit terug hoeven komen bij de huisarts voor controle op bijwerkingen. Ook niet bij de volgende huisarts die ik kreeg. Het kwam soms even ter sprake als ik er was voor iets anders, zoals inentingen voor een reis. Anders kon ik gewoon bellen voor een herhaalrecept. Wel kreeg ik te horen dat ik er absoluut niet zomaar mee moest stoppen. Dat heb ik toch een keer gedaan, op vakantie. Het ging zo goed, ik dacht dat het wel zou gaan. Niet dus. Ik was er zo ziek van. De huisarts gaf me vreselijk op mijn donder.

Mijn verwachting was dat de antidepressiva tijdelijk zouden zijn. Maar het was ook wel makkelijk. Ik hoefde nergens over te praten, niets uit te diepen. Ergens wist ik wel dat er iets was waar ik mee aan de slag moest. Je weet wat voor verleden je meedraagt. Al vanaf de puberteit zat ik met regelmaat bij hulpverleners omdat het slecht ging. Sommigen zeiden dat ik intensieve therapie nodig had. Ik stelde dat uit.

Eind 2007 kreeg ik een diepe inzinking. Dat jaar had ik dag en nacht gewerkt. Ik was weleens naar de huisarts geweest omdat ik me niet goed voelde, maar dan kreeg ik weer een receptje mee, soms met de opmerking ‘ik hoop dat je nog eens een leuke vent vindt’. Mijn vrienden vinden dat de huisarts toen alle signalen heeft genegeerd. Maar ik neem haar niets kwalijk. Ik vind haar gewoon een vreselijk aardig mens. Dit is niet haar sterkste kant, denk ik maar.

Een goede kennis overleed en mijn baas werd woest omdat ik naar de begrafenis ging. Toen verdween de grond onder mijn voeten. Heel snel gleed ik weg. De pillen deden niets meer. Ik meldde me ziek, twijfelde aan alles, had geen enkele motivatie meer om op te staan. Als ik op was voelde ik me moe, leeg. Alsof ik er niet meer toe deed.

Op maandag meldde ik me ziek, op woensdag deed ik mijn eerste zelfmoordpoging. Een vriend heeft me gevonden. Mijn maag is leeggehaald en het ziekenhuis verwees me door naar een ggz-instelling. De psychotherapeute daar stelde een pittige behandeling voor, waarbij ik doordeweeks zou worden opgenomen. Ik dacht: nu moet het maar gebeuren.

Maar eerst kwam ik zeven maanden op de wachtlijst. Die periode deed ik vreselijk weinig. Als ik het afval naar de container bracht belde ik een vriend dat ik die dag iets had gedaan. De ene dag at ik bij een vriend, de andere dag kwam hij hier koken. Een keer heb ik ’s nachts de hulpdienst gebeld. Toen kwam ik op een gesloten crisisafdeling terecht, afschuwelijk. Ik spaarde de slaappillen op die je daar krijgt en deed een tweede zelfmoordpoging zodra ik weer thuis was. Maar ik ben weer op tijd gevonden. Het is duidelijk dat het legertje mensen om mij heen heel stevig was.

Tijdens de opname werden de medicijnen heel voorzichtig afgebouwd. Pillen vlakken alles af, het was nodig om meer bij mijn eigen gevoelens te komen. Maar ik kwam er niet helemaal vanaf.

Na de opname ben ik doorgegaan met gesprekken bij een psychotherapeut. Pas nu, drie jaar later, merk ik dat het opgeruimd begint te raken in mijn hoofd. Zo langzamerhand wil ik van de pillen af. Ik ben daarvoor al eens naar mijn huisarts gegaan. Die verwees me door naar een collega die het interessant vond om het afbouwen te begeleiden, zo zei hij het. Dat wekte bij mij weinig vertrouwen. Ik kreeg het gevoel dat hij me kon gebruiken voor zijn hobby. Ik zou voor het afbouwen nu liever naar een psychiater gaan.

Ik heb dat nog niet gedaan. De pillen zijn ook een soort bodem, ze bieden veiligheid. Mijn vrienden zeggen dat ik er nooit meer los van kom. Die collega van mijn huisarts heeft dat ook weleens gezegd. Die vergeleek het met suikerziekte: moeten bijspuiten omdat je een tekort hebt aan iets.

Ik heb me daar nog niet bij neergelegd. Als het echt een kwestie is van stofjes in je hoofd: oké. Maar bij mij is ook mijn achtergrond belangrijk. Ik ben echt bezig te leren anders te denken, anders met dingen om te gaan. Daar ben ik grotendeels in geslaagd.

Er is een beweging die veel minder met pillen wil werken, en veel meer met praten met lotgenoten of ervaringsdeskundigen. Daar ben ik een groot voorstander van. Dan merk je dat je niet alleen bent. En dat wat je voelt hoort bij verwerking, bij het zoeken naar een eigen plek in het leven. Dat lijkt me iets waardoor het lang doorslikken van medicijnen misschien niet nodig hoeft te zijn.

Joke mat

    • Joke Mat