‘De oppositiebeweging in Iran is mislukt’

De onderdrukking in Iran werkt. Activisten zitten thuis of in de gevangenis. En de wereld heeft alle belangstelling verloren, zegt activiste Shadi Sadr.

Mensenrechten en democratie in Iran zijn helemaal uit de mode. „Voor westerse politici en media staat Iran gelijk aan zijn nucleair programma. Punt”, zegt de prominente Iraanse mensenrechtenactiviste Shadi Sadr. „Niets anders. De nucleaire kwestie heeft de mensenrechten altijd overschaduwd, maar het is veel erger geworden nu de onderhandelingen met Iran aan de gang zijn.”

Shadi Sadr kreeg in november 2009 de Mensenrechtentulp van de Nederlandse regering voor haar strijd voor vrouwenrechten. In een vraaggesprek met deze krant zei ze toen „heel optimistisch” te zijn over de democratische toekomst van Iran. Maar dat is nu wel anders, en niet alleen omdat de wereld niet meer geïnteresseerd is.

„De Groene oppositiebeweging heeft misschien activisten in Egypte en Tunesië en andere landen geïnspireerd tot hun opstand, maar in eigen land is ze mislukt, al hebben sommigen van ons moeite dat te geloven”, zegt Sadr, die nu in Londen woont, in een nieuw interview in Den Haag. Op uitnodiging van de ontwikkelingsorganisatie HIVOS was ze vorige week in Nederland om in het parlement en bij de regering de situatie van de mensenrechten aan de orde te stellen. „Ook de Nederlandse regering is op dit gebied niet meer zo actief als vroeger.”

„In Iran zijn de maatschappelijke organisaties als motor voor verandering vernietigd. De activisten zitten gevangen of ze moesten het land uit vluchten of ze zitten geïsoleerd thuis en zijn niet actief. De onderdrukking mist haar uitwerking niet. Het zal jaren duren om de organisatie weer op te bouwen die voor elke democratisering nodig is.”

Maar de repressie door het regime is niet de enige reden waarom de Groene (naar de kleur van haar vlaggen) Beweging is mislukt. „De mensen die samen de Groene Beweging vormden hadden zulke verschillende ideeën, waren zo versplinterd dat ze geen gezamenlijke agenda konden opstellen voor hervormingen of om de macht over te nemen. Ze waren het niet eens over heel belangrijke kwesties, zoals de relaties met de buitenwereld. De Libische oppositie vroeg de internationale gemeenschap destijds met één stem om haar revolutie te steunen. Maar in Iran vonden met name leiders van de beweging, dat we geen buitenlandse steun nodig hadden.”

U zegt dat een nieuwe organisatie moet worden opgebouwd om alsnog verandering mogelijk te maken. Maar is de middenklasse daarvoor te vinden?

„De middenklasse verarmt door de zware economische problemen. De generatie die de straat opging voor de Groene Beweging is gefrustreerd en gedeprimeerd. Maar de woede is er nog. En die woede is de basis voor een nieuwe beweging. Maar we hebben daarvoor ten minste tien jaar nodig.”

Waar begint u?

„Er gebeuren een heleboel dingen, voornamelijk buiten het land. De jonge mensen uit de diaspora helpen de mensen in Iran. Maar dat zal geen effect hebben zolang er niet een beetje meer vrije ruimte komt. Misschien is die er volgend jaar rond de presidentsverkiezingen. Nu is er geen ruimte om te handelen.”

Is het mogelijk van buitenaf verandering te helpen brengen? Hoe nuttig bent u als activist in ballingschap?

„Het is moeilijk te zeggen hoe nuttig we zijn. Voor mij is het mijn leven. Ik lobby voor sancties tegen Iraanse mensenrechtenschenders want ik hoor van mensen binnen Iran dat sancties invloed hebben. Het Iraanse regime pretendeert altijd dat het niet gevoelig is voor internationale druk, maar het geeft er wel degelijk om.”

Maar hebben activisten in het kand niet meer invloed dan activisten erbuiten? Zoals Suu Kyi in Birma?

„Toen Suu Kyi in huisarrest zat, protesteerden Birmese activisten overal in de wereld tegen het regime. Er was een wisselwerking tussen de activisten binnen en buiten. Als ik mijzelf in Iran voorstel, het huidige Iran, zoals sommige van mijn vrienden, dan zou ik lang niet zo nuttig zijn als ik nu ben. Ik was geen anonieme activist, ik was een gevoelig geval voor het regime, dus als ik was gebleven hadden ze me van dichtbij in de gaten gehouden en dan had ik niets kunnen doen. Nu leef ik in ballingschap, dat is niet makkelijk, maar ik kan iets doen.”

    • Carolien Roelants