China moet verder kijken dan de ideeën van Deng

‘Het maakt niet uit of een kat wit of zwart is, zolang hij maar muizen vangt.’ ‘Steek de rivier over door met je voeten te voelen of er stenen onder water liggen.’ Volgers van de economische ontwikkeling van China kennen deze aforismen maar al te goed. Zij worden allebei toegeschreven aan Deng Xiaoping, de man die het land na de dood van Mao Zedong op het pad van de gestage en snelle groei heeft gezet. Zijn ideeën waren dertig jaar geleden op hun plaats. Nu dienen ze maar al te vaak als excuses voor slechte gewoonten en uitgestelde hervormingen.

Deng heeft zijn revolutionaire pragmatisme voor het eerst naar voren gebracht tijdens discussies in de jaren zestig over de vraag of boeren grond mochten pachten van de staat. Het plan van Deng was om alle inspanningen te richten op één doel, het ontketenen van de productiviteit, rekening houdend met China’s unieke geschiedenis. Hij opperde dat experimenten zoals aandelenmarkten weer zouden kunnen worden stopgezet als ze niet bleken te werken.

Zoals de tegenstanders van Deng hadden gevreesd, voerde het pragmatisme van Deng het land weg van het traditionele communisme, en leidde het tot het toelaten van aandelenmarkten en buitenlandse ondernemingen. Maar zoals Deng had gehoopt, zorgde het ook voor een gestage economische groei – een welkome verandering na de door ideologisch fanatisme veroorzaakte hongersnoden van de Grote Sprong Voorwaarts en de chaos van de Culturele Revolutie.

Maar de triomf van het pragmatisme over principes heeft het te makkelijk gemaakt om het allemaal niet zo nauw te nemen. De muizen van de groei zijn gevangen, maar minder welkome schepsels maken het land nu onveilig.

In een rapport van de Wereldbank uit 2007 wordt geschat dat de lucht- en waterverontreiniging ieder jaar leidt tot 760.000 voortijdige sterfgevallen in China. De mentaliteit van het ‘snel rijk worden’ heeft veel ondernemers in staat gesteld de rivier van het geluk over te steken, maar tevens bijgedragen aan talloze bedrijfsschandalen. De voedselveiligheid is een belangrijke zorg geworden.

Toen het pad van China nog onzeker was, hadden voorzichtige stappen in een nieuwe richting nog zin. Maar nu heeft het land behoefte aan stevige afspraken over sterke instellingen. Een geleidelijke aanpak leidt tot contraproductief uitstel. De aarzelende liberalisering van de wisselkoers va de Chinese munt heeft waarschijnlijk het in evenwicht brengen van de economie vertraagd.

Er zijn nieuwe slogans nodig. De vertrekkende leider Hu Jintao heeft ‘wetenschappelijke ontwikkeling’ en ‘een harmonieuze samenleving’ voorgesteld. Maar zachte drang is niet opgewassen tegen de blinde obsessie met groei. Het is tijd voor een heldere oriëntatie op het bouwen van sterke instellingen en het verankeren van de rechtsstaat.

vertaling Menno Grootveld

    • Wei Gu