Bondscoach die verder kijkt dan het voetbalveld

Cesare Prandelli (54) is sinds twee jaar bondscoach van Italië. Het omkoopschandaal in zijn land overschaduwde de voorbereidingen op het Europees kampioenschap.

Als Cesare Prandelli, bondscoach van Italië, aan het einde van het gesprek de vraag krijgt voorgelegd wanneer het EK voor hem geslaagd is, antwoordt hij cryptisch: „Het is geslaagd als ik zal ontwaken uit een droom die waar blijkt te zijn.”

Italië, dat op het EK is ingedeeld in een poule met titelhouder Spanje, Kroatië en Ierland, wordt door sommigen gezien als outsider voor de Europese titel. Het elftal is een mix van jong talent, onder wie Mario Balotelli (Manchester City), en routiniers als Andrea Pirlo (Juventus), Antonio di Natale (Udinese) en Daniele de Rossi (Roma).

De laatste weken ging het in Italië niet zozeer om het potentieel van de Squadra Azzurra, maar om een nieuw omkoopschandaal in het Italiaanse voetbal. Vorige maand werd bekend dat justitie in Italië de mogelijke omkoping bij en manipulatie van 33 duels in de hoogste twee nationale voetbalcompetities onderzoekt. De wedstrijden zouden zijn beïnvloed door een internationaal goksyndicaat. Er werden huiszoekingen verricht bij spelers, trainers en bestuurders. Aanvoerder Stefano Mauri van het grote Lazio Roma werd gearresteerd, international Domenico Criscito moest het trainingskamp van de Italiaanse ploeg verlaten. Ook Juventus-trainer Antonio Conte wordt genoemd in het schandaal.

Bondscoach Prandelli schokte zijn voetbalgekke landgenoten door op de Italiaanse televisiezender RAI te zeggen: „Als men vindt dat we in het belang van het voetbal niet moeten meedoen, dan accepteer ik dat. Er zijn belangrijkere dingen in het leven.”

Prandelli, die met deze krant sprak vóór het schandaal losbarstte, kreeg daarmee het volk in één keer stil. Hij beseft als geen ander dat het leven groter is dan het voetbalveld. Prandelli leverde zijn contract bij AS Roma in, omdat hij zijn ernstig zieke vrouw wilde verzorgen. Zij overleed in 2007, toen hij intussen trainer was van Fiorentina.

„Mijn werk als coach zorgde voor afleiding en gaf mij een dagelijks ritme”, kijkt Prandelli terug op die moeilijke periode. „Toen ik met de ziekte van mijn vrouw werd geconfronteerd, werd ik gedwongen daarmee rekening te houden en heb ik een balans moeten vinden tussen werk en privé.”

Het Europees kampioenschap wordt het eerste eindtoernooi voor de 54-jarige Prandelli, de opvolger van Marcello Lippi. Bij de Italiaanse voetbalbond heeft sinds 2010, het jaar waarin Spanje de wereldtitel van Italië overnam, een kleine revolutie plaatsgevonden. „We zijn twee jaar geleden begonnen met twee eenvoudige doelstellingen: we wilden onze talenten beter laten ontplooien en de relatie met onze fans verbeteren. Die was aangetast door de teleurstelling van het WK 2010.” Italië behaalde in Zuid-Afrika slechts twee punten en eindigde als laatste in de poule.

De goede resultaten van zijn elftal in de EK-kwalificatiereeks hebben ook Prandelli verrast. Italië plaatste zich voor het eindtoernooi zonder een wedstrijd te verliezen. „Maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering.”

Onder leiding van Arrigo Sacchi, voormalig bondscoach en succestrainer van AC Milan, ontwikkelde de Italiaanse voetbalbond de afgelopen jaren een nieuw technisch beleid. „In het begin was dat niet gemakkelijk. Er hing een sombere sfeer, het ontbrak ons aan zelfvertrouwen door de slechte resultaten in Zuid-Afrika. Langzaam zijn we begonnen dit vertrouwen aan de spelers en aan onze fans over te brengen.” Prandelli vindt dat er tot nu toe goed werk is geleverd. „Er is nu een intensieve samenwerking tussen clubs en de nationale voetbalbond ontstaan, waardoor we talenten sneller ontdekken en kunnen integreren in de nationale teams. Het ontwikkelen van talent kost echter tijd en geduld.” En tijd en geduld, dat hebben voetbalclubs vaak niet, zegt Prandelli. Bij clubs ligt de nadruk op prestaties.

Als het woordje talent valt, valt vrijwel meteen ook de naam van Mario Balotelli, het enfant terrible van Manchester City. Balotelli combineert zijn bijzondere voetbaltalent met domme overtredingen en flamboyant gedrag buiten het veld. De spits gooide bij wijze van grap met dartpijltjes naar jeugdspelers, stak per ongeluk zijn eigen huis in brand en gaf ook eens duizend Britse ponden aan een dakloze bij het verlaten van een casino.

Prandelli wil er niet te veel over kwijt. Na enig aandringen zegt hij: „Mario is een jongen met veel talent, een speler met een uitzonderlijk potentieel en een zeer gevoelig mens bovendien. Het probleem is dat hij zich soms onbegrepen voelt. Ik behandel hem heel integer. Maar ik kan niet voorbijgaan aan zijn eigen verantwoordelijkheid en constante toewijding die hij moet hebben als speler van het Italiaanse team.”

Toewijding vraagt de oud-speler van Cremonese, Atalanta Bergamo en Juventus voortdurend van zijn spelers. Het is, zeker na de 3-0 oefennederlaag afgelopen vrijdag tegen Rusland, een vereiste om te presteren in de openingswedstrijd komende zondag tegen de titelhouder. „Spanje, Duitsland en Nederland zijn de meest serieuze kandidaten voor de Europese titel, mede gezien de resultaten in de laatste vier jaar”, meent Prandelli.

„Die drie ploegen zijn op dit moment een technisch referentiepunt voor alle andere nationale teams. Oranje is vooral qua voetbal een voorbeeld voor Italië. Engeland, Frankrijk en Italië zie ik als outsiders. Wij spelen niet om mee te doen, wij arriveren met een droom in onze koffers.”

Als Prandelli te horen krijgt dat de Nederlandse bondscoach Bert van Marwijk behoorlijk wat kritiek kreeg voor de speelstijl van Oranje op het wereldkampioenschap van 2010 in Zuid-Afrika, begrijpt hij dat niet. Italianen spelen om te winnen, niet om ‘mooi’ te spelen. „Ik denk dat het verschil met Spanje de grotere eenheid van die spelersgroep was. Het Spaanse team was opgebouwd rond de spelers van Barcelona. Ik denk dat het bij Nederland, afgezien van het spel, in Zuid-Afrika ontbrak aan het geduld om op het juiste moment toe te slaan.”