Ballast Nedam verdacht van fraude in buitenland

Het Openbaar Ministerie en de fiscale opsporingsdienst, Fiod, verdenken het beursgenoteerde bouwbedrijf Ballast Nedam van het betalen van steekpenningen aan buitenlandse agenten. Het bedrijf geldt als verdachte in strafrechtelijk onderzoek naar dergelijke betalingen in de periode 1996-2004.

In een verklaring zegt Ballast Nedam de zaak in januari 2011 zelf onder de aandacht van justitie te hebben gebracht. Inhoudelijk worden er geen mededelingen over het strafrechtelijk onderzoek gedaan. Direct betrokkenen bevestigen dat het gaat om het betalen van steekpenningen. Over de omvang ervan is niets bekend.

Vorig jaar bracht Ballast Nedam naar buiten dat er een intern onderzoek liep naar de administratie van een ‘buitenlandse entiteit’ van de onderneming, na vragen daarover van de belastingdienst. Die buitenlandse vestiging zou inmiddels zijn opgeheven.

Ballast Nedam droeg vorig jaar de bevindingen van onderzoek over aan het Openbaar Ministerie voor verder onderzoek. De onderneming zei toen nog te overwegen om aangifte te doen. Inmiddels, zo bevestigt een woordvoerder van Ballast Nedam, is de onderneming zelf aangemerkt als verdachte in het strafrechtelijk onderzoek. Ze wilde niet aangeven of ook individuele functionarissen als verdachte beschouwd worden.

Sinds 2001 kunnen Nederlandse bedrijven of personen die zich in het buitenland schuldig maken aan omkoping, vervolgd worden. Daarbij moet wel sprake zijn van omkoping van ambtenaren. Het is onduidelijk of daar in deze zaak sprake van is.

Overigens heeft justitie sinds 2001 buitenlandse omkoping slechts sporadisch onderzocht, ondanks aanwijzingen van Transparancy International (TI)dat Nederlandse bedrijven op aanzienlijke schaal betrokken zijn bij omkopingspraktijken in het buitenland. Daarbij zou het volgens TI om miljarden euro’s gaan.