'Aanraken kind moet geen taboe zijn'

In zijn choreografie Enfant laat Fransman Boris Charmatz kinderen op het toneel rondzwieren en door elkaar rammelen. „Ze vinden het heerlijk.”

Met zijn bewogen geschiedenis, zijn hoge, dikke muren waarop de tijd en het weer hun sporen hebben achtergelaten, is het Cour d’Honneur, de binnenplaats van het Palais des Papes in Avignon een sfeerrijke omgeving voor een dansvoorstelling. Intimiderend ook, vond de Franse Boris Charmatz (1973), die vorig jaar op het Festival d’Avignon zijn choreografie Enfant op de gotische binnenplaats presenteerde. Tegenover de imposante massiviteit van dat decor plaatste hij de kwetsbaarheid van het kind, in een fascinerende voorstelling waarnaar het soms moeilijk kijken is.

„Ik dacht: wat past er in een dergelijke ruimte? Het joeg me schrik aan – ik maak niet vaak stukken voor zulke grote podia.” Nederland kent Charmatz vooral van optredens in Springdance, waar hij in de jaren negentig kale choreografieën presenteerde. Fysiek, onopgesmukt en niet zelden karig aangekleed – het was de tijd van de witte herenonderbroeken en de anti-erotische naaktheid. Sinds 2009 is Charmatz artistiek leider van het Centre Chorégraphique National in Rennes, dat hij met enige zelfspot omdoopte tot Musée de la Danse.

In 2010 zag Charmatz hoe grote kranen het toneel en de tribunes op het Cour d’Honneur opbouwden. „Het beeld sloot aan bij een van mijn vorige werken, Régis, waarin ik met machines roerloze lichamen in beweging breng.”

In de voorstelling worden de lichamen van negen dansers door kranen gedragen en op een lopende band dooreengeschud, waarna de volwassenen 26 kinderen het toneel op brengen. Langdurig gaan hun slappe lichaampjes – zij lijken te slapen – van hand tot hand, ze worden gekoesterd, rondgezwierd, in allerlei standen gemanipuleerd of weinig zachtzinnig door elkaar gerammeld. Een vrouw strekt zich uit bovenop een meisje. Gaandeweg ontstaat een beeld van het kind als willoos speelgoed voor de volwassene. Dat is lastig kijken met de zaak Robert M. nog maar net achter de kiezen. Een neiging tot terugdeinzen is moeilijk te onderdrukken, al is er geen moment sprake van geweld en grijpen de kinderen uiteindelijk de macht.

Charmatz is zich uiteraard bewust dat Enfant duistere associaties oproept. „Natuurlijk. Zeker de laatste jaren associëren we het woord ‘kind’ niet meer uitsluitend met onbezorgdheid. Laatst waren we in België. Daar is het trauma Dutroux nog springlevend. Ik hoop dat het publiek ook oog houdt voor andere mogelijke interpretaties. Kinderen vinden het heerlijk opgetild te worden, soms houden ze zich expres slapende om te worden gedragen. Naast beelden van onderdrukking is er liefde, geborgenheid, koestering. Er is een kind dat ‘droomt’ dat het vliegt: zo spelen ouders met hun kinderen.”

Enfant gaat over het gevaar én het belang van aanraking en draait om de vraag of (en hoe, en wanneer) we het recht hebben kinderen aan te raken. Als danser, zegt Charmatz, is fysiek contact – een hand die een lichaamsdeel bijstuurt, de sensatie van gewicht – een noodzakelijk onderdeel van het onderwijs. „Ook kinderen leren op die manier veel. Maar een kind aanraken is tegenwoordig taboe. Mensen schrikken ervoor terug. Ik hoorde van een bekende dat zijn dochtertje in het zwembad was gevallen en bloed op haar broekje had. Haar leraar durfde niet naar de wond te kijken, te bang ergens van te worden beschuldigd.”

Zo laten wij ons handelen bepalen door de daden van criminelen, vindt hij, terwijl wij het aan onze kinderen verplicht zijn het risico soms maar te nemen. „Kinderen schenken ons hun vertrouwen. Dan kunnen wij toch niet zeggen ‘O help, nee hoor!’”

‘Enfant’: 8/9 juni, Westergasfabriek, A’dam. Inl: hollandfestival.nl