10 vragen aan Pierre Audi

Over zijn Parsifal en het decor van Anish Kapoor.

12013 is een Wagnerjaar. Waarom nu al een nieuwe Parsifal?

„Waarom niet? Er zijn zeven grote Wagner-opera’s, in principe doen we er jaarlijks één. In het Wagnerjaar hernemen we Der Ring des Nibelungen. Het jaar erna: Die Meistersinger von Nürnberg. En nu Parsifal.”

2Hoe ontstond de samenwerking met beeldend kunstenaar Anish Kapoor als ontwerper van de decors?

„Ik heb als regisseur eerder met Kapoor gewerkt aan de opera Pelleás et Mélisande van Debussy. Hij vertelde me toen dat Parsifal zijn lievelingsopera is en dat hij die ontzettend graag een keer zou doen. Ik had daarvoor eerst geen plannen, maar toen kwam bij het maken van plannen voor de programmering van De Nederlandse Opera Iván Fischer als dirigent voor het Concertgebouworkest in beeld. En ook hij wilde dolgraag zijn eerste Parsifal dirigeren, met mij als regisseur. Ik had veel bezwaren. Maar een behoorlijk functionerend alternatief diende zich ook niet aan. Dus...”

3Denkend aan Kapoor zie ik grote sculpturen voor me, en perspectivische vervormingen...„Hij heeft twee kanten, een abstracte en een aardse. Je kunt ook zeggen: een schone en een vieze. Beide zie je nu in Parsifal terug. Het toneelbeeld in de eerste akte is relatief concreet, met de twee zijdes van één berg als decors. De tweede en derde akte zijn abstracter. Dat Kapoor graag Parsifal wilde doen is natuurlijk ook niet zonder reden: de thema’s van het stuk zijn gerelateerd aan die van zijn werk. Bloed. Wonden. Symbolen.”

4Hoe lang heeft u samen met Anish Kapoor aan het voorbereiden gewerkt?„Een jaar. Wat we willen maken is vooral een poëtische voorstelling, geen didactische. Neem de cirkelvorm. Die kan staan voor een nul, maar ook voor duizend andere betekenissen – alle even relevant. We proberen bewust ruimte te laten voor de kijker en diens eigen inbreng.”

5Hoe verhoudt deze versie zich tot de vorige Amsterdamse Parsifal, voor velen een hoogtepunt bij De Nederlandse Opera?

„Die Parsifal van regisseur Klaus Michael Grüber was een heilige voorstelling, een totempaal in de operahistorie, een van onze mooiste producties ooit. Het was ook de eerste voorstelling die te zien was nadat ik in 1987 was aangetreden als nieuwe artistiek directeur. In die tijd stond modern regietheater nog gelijk aan Harry Kupfer, in wiens expressionistische werk brutaal acteren een enorm belangrijke factor was. Grüber toonde dat het tegendeel ook prachtig kon zijn. Zangers die sereen de muziek projecteren, nauwelijks acterend. Hun werd gevraagd just to be.”

6Verwijst u nog naar de oude Parsifal?„De nieuwe Parsifal is een soort van hommage – schatplichtig in die zin dat ook wij respect voor de muziek als uitgangspunt houden. Alleen is onze voorstelling psychologischer. We hebben de tekst in detail geanalyseerd en daarop is de personenregie gebaseerd. Bij Grüber zaten Kundry en Parsifal tijdens hun liefdesscène twintig meter uiteen, nu telt die scène twintig sleutelmomenten in beider ontwikkeling, die we ook alle tonen.”

7Wat is het lastigste van deze opera voor een regisseur?„De religie. De spiritualiteit. De relatie tussen droom, werkelijkheid en nachtmerrie. Het sprookjesachtige vermengd met het liefdesverhaal en dan die rare, kitscherige extase aan het eind. Het personage van Gurnemanz, die – half verteller, half getuige – een beetje buiten de handeling staat. De bloemenmeisjes...”

8En het koor…?„Ook, natuurlijk. Maar ik heb mijn best gedaan om oplossingen te vinden, haha. Het koor is een massa die in het stuk zit, en vaak, maar die geen enorme rol speelt in mijn interpretatie. Eigenlijk is Parsifal een zeer intiem stuk.”

9Is Parsifal een christelijke opera?„Niet zozeer. Ik wil de graalgemeenschap tonen als nieuwe, nog primitieve religie. Men zoekt symbolen en rituelen, maar heeft die nog niet geïnstitutionaliseerd. Er zijn talloze elementen die je bij meer religies terugziet. Meditatie, bloed, spiritualiteit, de ziel, de cultus van een persoonlijke queeste, het komen tot zelfkennis.”

10Thema’s die u beiden aanspraken?Zeker. Kapoor maakt als joods-Indiaas kunstenaar natuurlijk gebruik van zijn wortels. En voor mij als niet-westerling ligt de aantrekkingskracht van dit soort spirituele producties er eveneens in besloten dat ik ze voel als voor mij relevant.”

    • Mischa Spel