Zo’n zesduizend stewards om het racisme te herkennen

In het Poolse en Oekraïense voetbal is racisme een enorm probleem. Een grootschalige aanpak moet incidenten op het EK voorkomen.

Rafal Pankowski betreurt dat het Poolse en Oekraïense voetbalelftal tegenwoordig uit louter blanke spelers bestaan. Eén donkere international in elk team had zijn strijd tegen racisme in stadions al iets eenvoudiger kunnen maken. Nu verwacht de Poolse socioloog en coördinator van een anti-racismecampagne tijdens het EK voetbal een wat minder vanzelfsprekende boodschap te moeten verkondigen.

Pankowski wil niet klagen, daarvoor zijn alle inspanningen tegen racisme in vooral Poolse voetbalstadions de laatste tien jaar te succesvol geweest. Maar tevreden is hij niet, want het kwaad woekert als een veenbrand voort. De stadions mogen tijdens competitiewedstrijden nagenoeg vrij zijn van racistische uitingen, de hoofden van alle voetbalsupporters zijn dat nog niet. Waakzaamheid is volgens Pankowski geboden, vooral met de toestroom van buitenlandse fans naar Polen en Oekraïne.

Sinds 1992 leidt Pankowski Never Again, de organisatie die begrip wil kweken voor de Poolse multiculturele samenleving. Tot de werkterreinen behoren de voetbalstadions, plekken waar na de val van de Muur anticommunistische gevoelens veelvuldig werden geventileerd via racistische, xenofobe, homofobe en antisemitische uitingen. Dergelijke incidenten willen de Pools en Oekraïense organisatoren van het EK komende maand hoe dan ook voorkomen. Never Again is ingeschakeld om met de organisatie FARE (Football Against Racism in Europe) van de Europese bond UEFA tijdens het EK tegen zulke uitwassen ten strijde te trekken.

Pankowksi en zijn mensen zijn bij elke EK-wedstrijd vertegenwoordigd en scannen de tribunes op racistische uitingen. Incidenten worden gemeld aan de UEFA, die desgewenst zal optreden. Dat kan het verwijderen van een spandoek zijn, maar in het ergste geval het stilleggen van de wedstrijd. Never Again heeft intussen alle zesduizend stewards geïnstrueerd om symbolen en slogans, van vooral rechts-extremistische groeperingen, te herkennen. Aan het totale project, waarvoor Never Again samenwerkt met een zusterorganisatie in Oekraïne, besteedt de UEFA 500.000 euro.

Maar is racisme een probleem dat zo’n grootschalige aanpak rechtvaardigt? Pankowski verwijst naar een kleinschalig onderzoek van Never Again, waarin vanaf 2009 in Poolse en Oekraïense stadions 195 incidenten worden vermeld. Veel racistische gedragingen bij kleine clubs, ook in de stadions van alle EK-speelsteden.

Pankowksi: „Voetbal in Polen en Oekraïne wordt gedomineerd door een subcultuur van rechts-radicalen. Je zag rond wedstrijden veel White- Powersymbolen. Onder voetbalsupporters zijn die extremisten weliswaar een minderheid, maar invloedrijk. Ja, in sommige gevallen zijn het georganiseerde acties. Veel extreem rechtse groeperingen rekruteren in stadions jonge hooligans om propaganda voor hun ideeën te maken.”

Als clubs representatief zijn voor de racistische uitingen van voetbalsupporters zou je tijdens het EK het Poolse Gdansk en Kiev en Lvov in de Oekraïne als de crisissteden kunnen bestempelen. Pankowksi vertelt dat fans van Legia Gdansk tot voor een paar jaar geleden een foto van Hitlers plaatsvervanger Rudolf Hess als trofee meedroegen. Arsenal Kiev noemt hij ten aanzien van racisme een probleemclub. Maar vooral de reputatie FC Karpaty Lvov is dubieus. Pankowski: „Maar dat is meer een sociaal probleem van Lvov, waar een extreem rechtse partij sterk is vertegenwoordigd in de gemeenteraad.”

Weet Pankowksi ook waar het gevaar schuilt bij buitenlandse supporters? Hij is met medewerkers intussen goed geïnformeerd, verzekert de socioloog. „Zo weten we van racistische uitingen van Duitse supporters. Ik heb een T-shirt gezien met het logo van een tank met de tekst: ‘EK 2012 lets’s go’. Onmiskenbaar een verwijzing naar de Duitse inval in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En er zijn sterke aanwijzingen van krachtige racistische gevoelens onder Russische fans. Maar hoe serieus we die aanwijzingen moeten nemen, zal pas tijdens het EK blijken. Maar wij zijn voorbereid op misdragingen van alle supporters. Wij hebben goed contact met zusterorganisaties uit alle deelnemende landen.”

Pankowski verbaast zich persoonlijk vooral over uitingen van antisemitisme in Poolse stadions. „Historisch gezien opmerkelijk, want er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig Joden in Polen. De enige verklaring die ik daar voor heb is, dat ‘Jood’ in Polen een negatieve kwalificatie is. Fans schelden elkaar er veelvuldig voor uit. Maar stom blijft het. Op straat in Polen kom je bijna geen Jood meer tegen.”

Problemen met racisme of niet, Pankowski juicht de komst van het EK voetbal sterk toe. Op sociale gronden. „Voor de Polen en Oekraïners is het van grote betekenis. Nooit eerder werd een groot en belangrijk toernooi in deze landen gehouden. Goed voor de eigenwaarde van de bevolking, want reken maar dat het een verfrissend toernooi zal worden. De inwoners van beide landen zullen razend enthousiast zijn.”

En als uitwassingen tijdens het EK achterwege blijven, is Pankowski over ruim een maand ook een blij mens. Hij hoopt dat vooral als Pool. „Omdat het Poolse voetbal vroeger was omgeven met geweld. Nu gaat het de goede kant op. En dat moet zo blijven. Maar om de sfeer in die mooie stadions goed te houden zullen de gewelddadigheden verder moeten afnemen. Uiteindelijk hoop ik op de sfeer die alle goedwillende Poolse voetbalfans nastreven.”