Wel vlaggetjes, en niet betalen? Ja dag!

In de Sterrenwijk in Utrecht is het wel eens onrustig. Maar niet als er gevoetbald wordt, dan is alles oranje. Ook allochtonen kunnen maar beter meedoen.

Hamid Lamghaouch (46) en zijn overbuurman Piet Wallenburg (73).

De eerste die in de Saturnusstraat zijn huis heeft versierd, is Hamid Lamghaouch. Rood-wit-blauwe vaantjes om het raamkozijn, een brullende leeuw op de voordeur, oranje slingers over de volle breedte van de straat.

Zeventien jaar geleden kwam hij uit Marokko naar Nederland, acht jaar geleden kreeg zijn gezin een huis in de Utrechtse Sterrenwijk. Nu is hij de grootste nationalist in de buurt. „Holland heel mooi”, verklaart Lamghaouch. Om er bescheiden aan toe te voegen dat zijn Nederlands niet zo goed is.

Hamid Lamghaouch (46) zit in het voortuintje van zijn overbuurman Piet Wallenburg (73). De eerste draagt een ruitjesoverhemd met zwart T-shirt eronder, de laatste zit in zijn blote bast vol tatoeages. Ze zijn niet allemaal met even strakke hand aangebracht.

Lamghaouch heeft ook de slingers opgehangen in de tuin van Wallenburg, die zelf niet meer op een ladder durft. „Hij is als mijn broer”, zegt Piet over Hamid. „We zitten hier elke dag. Zeker als de zon schijnt. Gezellig, met een biertje erbij.” Dan begint hij onbedaarlijk te lachen en laat een pluk van zijn shag op de grond vallen terwijl hij naar zijn buurman wijst. „Nou ja, voor hem een cola dan”, voegt hij toe. „Gingen we in Nederland allemaal maar zo met elkaar om, hè?”

Meer dan zijn halve leven heeft Piet Wallenburg doorgebracht in Sterrenwijk. Aan de rauwe volksbuurt in de Utrechtse binnenstad kleeft een onguur imago. Die is bekend als kweekplaats van hennep en FC Utrecht-hooligans. Maar Sterrenwijk heeft ook de vrolijke reputatie: als één van de meest Oranjegekke buurten van Nederland. Wie de wijk inrijdt of -loopt, wordt al weken voor het EK overspoeld door een zee van oranje tierelantijnen.

„Elk toernooi wordt het nog gekker”, zegt Terry Slinkers, die verderop in de buurt woont. „Weet je wat het is hier”, zegt Slinkers (45), „als iemand een nieuwe vaas achter het raam heeft staan, dan moet iedereen die hebben. Dus als er een zijn huis versiert, doet iedereen het. Maar het moet allemaal wel mooier en groter dan de buren.”

Zelf doet hij het rustig aan tot Nederland de eerste ronde in het toernooi overleeft. „Ik heb pijn in mijn buik van de landen waar we bij ingedeeld zijn. Het kan wel eens een heel kort toernooi worden.” Maar gezellig zal het worden tijdens de drie wedstrijden die het Nederlands elftal in elk geval speelt. Slinkers: „Het is hier wel eens onrustig in het wijk, maar ik kan me niet heugen dat er tijdens het voetbal ruzie was.”

De meeste mensen uit Sterrenwijk kijken thuis, vaak met vrienden en familie van buiten de wijk. Als Nederland scoort, rennen mannen, vrouwen en kinderen hun huis uit en vliegen elkaar om de nek. In sommige straten worden grote schermen opgehangen om de wedstrijden te zien. Na een overwinning kan het feest tot diep in de nacht duren.

„Op dit soort momenten zijn we gigantisch trots dat een kikkerlandje als dat van ons kan winnen van landen met weet-ik-veel hoeveel miljoen inwoners”, zegt Slinkers. „We kunnen laten zien dat de kleintjes er niet zijn om de groten, hoe zeg je dat, in de kont te kruipen.”

Niet alle bewoners delen in de Sterrenwijkse saamhorigheid. Vroeger werden de huizen hier doorgegeven binnen de familie. Nu moeten kinderen die zelf een gezin willen stichten, vijftien jaar op een wachtlijst staan. Ze trekken weg, de stad uit. En ondertussen geeft de woningbouwvereniging huizen aan mensen die ‘anders’ zijn. Student is hier een scheldwoord voor iedereen die van buiten komt en doorgeleerd heeft. ‘Studenten’ bezetten in hun eentje een huis met vier slaapkamers, ze maken geen praatje met de buren en ze willen niet meebetalen als de hele straat een pot maakt voor de oranje versieringen aan de daken en in de speeltuin.

„Ik heb er één in de straat”, vertelt Terry Slinkers, „die was te beroerd om 5 euro bij te dragen. Maar ze wilde wel dat we ook vlaggetjes aan haar huis hingen. Ja dag! Weet je wat zij kan krijgen: ik ga op zoek naar een Duitse vlag en dan hang ik die aan haar deur.”

Nee, dan de buitenlanders, zegt Slinkers. „We hebben hier een compleet ingeburgerde Pool, mijn vrouw is half Spaans en het Marokkaanse gezin is helemaal Oranjegek.”

Toch moeten ze hier over het algemeen niet veel hebben van allochtonen, vooral als die islamitisch zijn. Tuig, noemen veel Sterrenwijkers hen. Als dat de buurt in trekt, nemen sommige bewoners het heft in eigen handen. Het is niet zomaar dat de volkswijk overwegend blank is gebleven.

Het gaat zo. Als bekend wordt dat een Turks of Marokkaans gezin een huis toegewezen heeft gekregen, dan gaan de ruiten aan diggels. Ik zou het zelf nooit doen natuurlijk, zeggen mensen die erover vertellen, maar ze kennen allemaal de verhalen of zelfs een zwager, een broer of een kameraad die ramen heeft ingegooid om in het nog leegstaande huis een varkenskop of een heel varken achter te laten. Een cadeautje voor de nieuwe bewoners.

Het gewenste resultaat is dat zo’n gezin dan tegen de woningbouwvereniging zegt dat het toch liever ergens anders gaat wonen.

Hamid Lamghaouch werd ook op die manier verwelkomd. Met een dood varken in huis, en een zelfgeknutseld explosief aan het raam. „Nou, daar ben ik me dus even mee gaan bemoeien”, zegt Piet Wallenburg. Woedend is hij geworden op zijn racistische buren. „Ik was nogal een vechtersbaas vroeger, dus ik heb ze vrij hardhandig laten weten dat we hier niet zo met elkaar omgaan. Mensen verdienen een kans, waar ze ook vandaan komen.” Inmiddels is Hamid volledig ingeburgerd. De hele buurt kent zijn dochter, ‘de professor’, die op het gymnasium zit, en leeft mee met de zorgen voor zijn gehandicapte zoon.

En Hamid houdt van voetbal. Hij is „100 procent voor Nederland”, en de eerste om zijn gevel op te dirken. Bij zo’n oranje versierd huis zal niemand in Sterrenwijk het in zijn hoofd halen een Duitse vlag aan de deur te spijkeren, of een steen door de ruit gooien.

en

    • Enzo van Steenbergen
    • Emilie van Outeren