‘We zijn ons geld’

In het futuristische Cosmopolis toont regisseur David Cronenberg de ondergang van een beursmiljardair. „We kregen steeds sterker het gevoel dat we een documentaire maakten.”

‘D

e eerste film van het nieuwe millennium’, ronkt de trailer van Cosmopolis, de nieuwe film van de Canadese cineast David Cronenberg. Niet helemaal onterecht, want ook al is de film gebaseerd op een boek van Don DeLillo uit 2003, Cosmopolis sluit haarscherp aan op de actualiteit van economische crises en wild fluctuerende valutakoersen. Zelfs de Occupy-protesten tegen Wall Street lijkt Cronenberg nog even te hebben kunnen meenemen.

In Cosmopolis rijdt de dodelijk vermoeide beursspeculant Eric Packer (tieneridool Robert Pattinson) in zijn limousine door New York. Hij wil naar de kapper. In zijn kantoor op wielen ontvangt hij achtereenvolgens zijn stafleden, zijn minnares en zijn arts, maar eigenlijk kan hij zich minder en minder begeesteren voor het geldspel, dat hem miljardair heeft gemaakt. Hij staat op zijn 28ste oog in oog met het einde van zijn levenspad. Cosmopolis ging in première tijdens het filmfestival van Cannes, waar honderden snerpend gillende meisjes een glimp van hun idool Pattinson probeerden op te vangen.

„De film is op een bizarre manier eigentijds”, zegt regisseur David Cronenberg in Cannes. „Terwijl we aan de film werkten, kregen we steeds meer het gevoel dat we een documentaire aan het maken waren. Maar dat was volkomen onverwacht. Toen we aan de film begonnen was dat nog niet of nauwelijks aan de orde.”

Waarom wilde u juist deze roman van Don DeLillo verfilmen?

„Door de dialogen. Toen ik het boek las kreeg ik een steeds sterker verlangen om goede acteurs die prachtige dialogen te horen uitspreken. Dat was voor mij de sleutel.”

Die dialogen zijn soms niet eenvoudig te volgen. Verwacht u dat de kijker alles in één keer oppikt?

„De film bestaat voor 90 procent uit dialogen, uitgesproken door intellectueel ontwikkelde, welbespraakte personages, in een tamelijk hoog tempo. Bij mijn vorige film, A Dangerous Method, over de verhouding tussen Jung en Freud, was dat overigens niet anders. Bij beide films ben ik er niet per se van uitgegaan dat het publiek elk detail meteen zou oppikken. Die details zijn wel meteen een stuk helderder als je de films twee keer zou bekijken, waarmee ik niet wil zeggen dat iedereen mijn films twee keer moet gaan zien, hoewel dat natuurlijk prettig zou zijn,vooral als mensen er ook voor betalen.

„Ik zie film nu eenmaal niet als een eenvoudig consumptieartikel, dat je hap-slik-weg moet kunnen verorberen. Film kan veel diepere lagen aanboren. Dat hebben grote films in het verleden afdoende bewezen. Ik probeer altijd zoveel als ik kan in mijn films te stoppen. In Cosmopolis is heel veel tegelijk gaande, in relatief kort bestek, en niet alleen in de dialogen. Ik ben me er zeer bewust van dat sommige mensen daar aanstoot aan nemen, omdat ze gewend zijn om film als een consumptieartikel tot zich te nemen. Tegen hen zeg ik: helaas, dan zijn mijn films misschien niet voor u bedoeld.”

U blijft opmerkelijk dicht bij het boek. Bent u nooit in de verleiding gekomen om wat extra actie toe te voegen voor de film?

„Nee. Het is nu eenmaal zo dat in films altijd voornamelijk menselijke gezichten te zien zijn, terwijl ze spreken. Voor mij is dat ook gewoon filmisch. Dat is voor mij geen gefilmd theater. Ik heb de dialogen in mijn films altijd buitengewoon belangrijk gevonden. Ook in mijn vroege horrorfilms besteedde ik daar veel aandacht aan, ook al keek iedereen alleen maar naar de monsters of naar de bloederigheid, en zagen de producenten daar vaak totaal het nut niet van in.”

Robert Pattinson twijfelde aanvankelijk of hij uw scenario wel helemaal begreep.

„Dat klopt. Ik heb toen tegen hem gezegd dat er vele manieren zijn om iets begrijpen. Je hoeft niet meteen alles op intellectueel en analytisch niveau te begrijpen. Zelfs als ik een film maak naar een oorspronkelijk scenario, dat ik zelf heb geschreven, moet ik eerst de film maken om werkelijk te kunnen doorgronden wat ik heb geschreven. Als ik alles al van tevoren wist, zou het dodelijk saai zijn om de film nog te moeten maken. Het is ook niet zo vreemd dat Robert onzeker was, hij heeft nog niet zo gek veel films gemaakt. Hij twijfelde of hij wel goed genoeg was. Ik heb hem geprobeerd te overtuigen dat hij heus goed genoeg is om de film te dragen.”

Voor iemand die levensmoe is, heeft uw hoofdpersoon een stevige seksdrive.

„Ja, maar op een heel onpersoonlijke, in zichzelf gekeerde manier. De seks in de film is geen gemiddelde, doorsnee seks. Zo heb ik het tenminste niet willen ensceneren.”

Wat interesseert u aan het onderwerp: de uitwassen van het financieel kapitalisme?

„Geld is gewoon technologie. Ik heb altijd een grote interesse gehad in technologie. Sommige mensen denken dat technologie mensvijandig is, dat techniek buiten de mens staat. Maar technologie is juist volstrekt menselijk. Techniek is een uitdrukking van wie we zijn, van het menselijk lichaam vooral, als uitbreiding van onze zintuigen. Technologie is een spiegel, waarin we onszelf kunnen terugzien. Dat gaat ook op voor geld. Geld toont ons wie we werkelijk zijn, en dat kan een hoogst onaangenaam gezicht zijn.

„Toch ben ik optimistisch over de uitkomst van de huidige financiële crisis. Misschien dat de huidige problemen eindelijk landen zullen dwingen om boven zichzelf uit te stijgen, en echt samen te werken, simpelweg uit eigenbelang. Veel mensen vinden Cosmopolis pessimistisch, maar daar ben ik het niet mee eens. Je moet eerst de harde feiten onder ogen zien, anders is optimisme alleen maar een fantasie, die nergens op is gebaseerd. Voordat je optimistisch kunt zijn, moet je kritisch zijn. Dat probeert de film te doen.”

    • Peter de Bruijn