'We moeten brutaler worden'

Moet het Rijksmuseum Twenthe dicht voor publiek na het wegvallen van subsidie? Dat nooit, zeggen de bestuurders. „We moeten ons de kritiek aantrekken.”

Enschede Rijksmuseum Verdwijnt de collectie in het depot? foto eric brinkhorst eric brinkhorst

Het Rijksmuseum Twenthe moet open blijven. Die opdracht heeft de maandag aangestelde directeur Arnoud Odding (50) gekregen van de raad van toezicht van het museum in Enschede. Dinsdag is hij „halsoverkop” begonnen. Hij zou eigenlijk pas in september aan de slag gaan, maar het negatieve advies van de Raad voor Cultuur voor toekenning van de vierjaarlijkse subsidies vroeg om snel handelen.

Het adviesorgaan oordeelt hard over de prestaties van het Rijksmuseum Twenthe. „Die geven te weinig vertrouwen voor de toekomst.” En: „De raad ziet geen zelfstandige museale functie voor het museum.” Hij zet vraagtekens bij de „uniciteit” en vindt de collectie „onvoldoende onderscheidend”.

De raad stelt voor de rijksbijdrage per 1 januari terug te brengen van bijna 3,4 miljoen euro naar ruim 2,4 miljoen euro, net genoeg voor „het beheer en behoud” van de collectie, genoeg voor een museum als depot, een „Doornroosjepaleis”, schreef De Twentsche Courant Tubantia. Alleen al voor de huur van het gebouw betaalt het museum 1,6 miljoen euro aan de rijksoverheid.

Het Rijksmuseum Twenthe is een van de vier musea die door de raad zijn aangemerkt als musea die de rijkssubsidie eigenlijk niet waard zijn. De andere zijn: Huis Doorn, Slot Loevestein en het Geldmuseum.

Het personeel van het Rijksmuseum Twenthe was de eerste dagen geschokt, boos en verontwaardigd over het advies. En is dat nog steeds een beetje. „We hadden dit echt niet zien aankomen”, vertelt Gemma Bottegal, een van de 43 medewerkers. Hun baan is onzeker geworden.

De beoordeling van de raad strookt niet met het veel positievere verslag van een visitatiecommissie van nog geen anderhalf jaar geleden, die ook advies uitbrengt aan de rijksoverheid, zegt Toine Berbers, directeur van de Vereniging van Rijksmusea. Het oordeel over het Twentse museum is te hard, naar zijn mening: „De raad heeft niet goed gekeken.”

Misschien is er sprake van oud zeer, oppert Berbers voorzichtig. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen dde CDA’er Elco Brinkman minister van Cultuur was, dreigde het museum ook al de status van rijksmuseum te verliezen.

„Het stuk van de raad zit vol oordelen en meningen. Wij begrijpen deze conclusie niet”, reageert Lucie Musterd, die sinds het recente vertrek van directeur Lisette Pelsers naar het Kröller-Müller Museum tijdelijk de leiding had in Enschede. In haar ogen is het Rijksmuseum Twenthe „een prachtig museum met een mooie collectie”. In het museum zijn objecten, vooral schilderijen, te vinden die je meenemen in de tijd, vanaf de Middeleeuwen tot nu. „Er zijn maar weinig musea die dat kunnen aan de hand van topstukken – Breitners, Brueghels en een Monet.”

Het Rijksmuseum Twenthe is in 1930 geopend. Het is een initiatief geweest van particulier verzamelaar Jan Bernard van Heek, textielfabrikant in Enschede. Hij stelde in 1922 zijn collectie van ongeveer 140 objecten en een terrein beschikbaar aan de Nederlandse Staat, op voorwaarde dat de rijksoverheid het zou onderhouden. Het Rijk voelde daar aanvankelijk weinig voor, maar zwichtte omdat de regio stiefmoederlijk was bedeeld wat betreft openbaar kunstbezit. De collectie is in de loop der jaren uitgebreid tot 8.000 kunstobjecten.

Op zijn eerste werkdag zegt directeur Odding dat het museum de afgelopen jaren een omslag heeft doorgemaakt en in ontwikkeling is gebleven. „Maar op de een of andere manier is dat niet bekend geworden aan de andere kant van de IJssel. Dat kunnen wij onszelf aanrekenen. We moeten assertiever zijn, brutaler worden.”

Interim-directeur Musterd somt op: „De entree wordt vernieuwd, het museum heeft voldoende inkomsten gegenereerd, het aantal bezoekers is gestegen, het museum telt 1.500 vrienden en heeft een groeiende businessclub met 46 leden, die drie jaar lang jaarlijks 1.500 euro betalen.” Recentelijk waren er „prachtige exposities” als Abstract USA 1958-1968. Onlangs is via crowdfunding geld ingezameld voor de aanschaf van een werk van Thomas Gainsborough.

De nieuwe directeur gaat zich de komende weken oriënteren op de mogelijkheden. Hij wil in elk geval praten met overheden en andere musea. De gemeente Enschede bekijkt ondertussen ook wat ze voor het museum kan doen.

De Nederlandse Museumvereniging en de Vereniging van Rijksmusea vinden dat de Raad voor Cultuur veel te voorbarig is geweest met zijn advies. De toegezegde discussie over de toekomst van de Nederlandse musea moet nog worden gevoerd, stellen ze. Siebe Weide, directeur van de Nederlandse Museumvereniging: „De raad heeft een voorschot genomen op een advies dat er nog niet is. Dat is zo ongelukkig. Wij vragen de Tweede Kamer dit te repareren en vier musea, waaronder het Rijksmuseum Twenthe, ook de komende vier jaar meer geld te geven, zodat ze open kunnen blijven totdat we samen die discussie over het bestel hebben afgerond.”

Weide reageert enthousiast op de net bekend geworden benoeming van Odding: „Oh, wat leuk.” Hij zal er „vol voor gaan”, is zijn inschatting. „Odding is geen bange man. Hij heeft zijn visitekaartje afgegeven als directeur van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam, dat tien jaar geleden, ernstig verwaarloosd, ook met sluiting werd bedreigd. En zie nu, een blakend museum. Dat heeft hij goed gedaan.”

De Raad voor Cultuur kon niets anders dan een advies afgeven vooruitlopend op een discussie over de toekomst van de musea, zegt algemeen secretaris Jeroen Bartelse. Dat was de vraag van het kabinet. „Het kabinet wilde een rangorde omdat er meer subsidie is aangevraagd dan beschikbaar is.”

Instellingen konden tot afgelopen week reageren, en hebben dat ook gedaan. Op 13 juli komt de raad met een aanvulling op zijn advies.

    • Annette Toonen