Twee zielen in borst van Rutte

Als het om Europa gaat, groet premier Mark Rutte ’s morgens de dingen al naar gelang het hem uitkomt. De ene keer onderneemt hij actie om de eurocrisis te bezweren. Dan weer leunt hij achterover.

„Ik ben geen eurofiel, maar ook niet tegen Europese samenwerking”, zo verklaarde Rutte de twee zielen in zijn borst gisteren in de Tweede Kamer. De premier werd bevraagd over de bouwstenen van ‘president’ Herman van Rompuy van de Europese Raad „voor verdere verdieping van economische en monetaire samenwerking”. Dat plan is in wording. Maar Rutte ziet op voorhand niets in „institutionele vergezichten”.

Hoe anders drukte Rutte zich vorig jaar uit, toen de eurocrisis een kwaal van alleen de PIG-staten Portugal, Ierland en Griekenland leek en de regering op haar beurt nog deed alsof een door Brussel afgedwongen begrotingsdiscipline aan Nederland voorbij zou gaan. Ter wille van de euro was „een radicale breuk nodig met de hardnekkige gewoonte om de hand te lichten” met de onderlinge afspraken, schreef Rutte toen aan de Kamer.

Dat was een goede actie van Rutte. De versterkte machtspositie van Olli Rehn, Eurocommissaris voor monetaire zaken, is het resultaat van deze interventie.

Mooi. Maar dat succes schept nu wel verplichtingen. Van Rompuy werkt mede in opdracht van Rutte aan zijn bredere plan. De regeringsleiders vroegen er 23 mei om. De premier heeft toen geen voorbehoud gemaakt bij het voornemen de „Economische en Monetaire Unie naar een nieuw niveau brengen”. Maar nog geen twee weken later keert Rutte zich al tegen de eerste bouwstenen, zoals centrale financiering van de banken of een gezamenlijk depositostelsel in de eurozone.

De consistentie is ver te zoeken. En dat raakt het hele demissionaire kabinet. Het idee om nu eurobonds in te voeren, zou volgens Rutte „waanzin” zijn. Dat is op zich geen onzin. Maar staatssecretaris Ben Knapen van Buitenlandse Zaken koos deze week net iets positievere woorden. Euro-obligaties zijn „aan het einde van de rit” wel degelijk denkbaar, aldus Knapen. En die rit gaat precies langs de „structurele stappen” waarvoor Van Rompuy de bouwstenen levert. Dat is toch een andere toonzetting dan het ‘we zien wel’ van VVD-leider Rutte.

Zelfs nu Nederland niet meer kan veinzen dat de eurocrisis louter een mediterrane aangelegenheid is, lijkt de premier nog in het jaar 2011 te willen leven. Toen kon Nederland anderen de maat nemen. Nu is zijn positie niet meer zo comfortabel. Olli Rehn neemt anno 2012 ‘ons’ de maat. Premier Rutte zal zich daaraan moeten passen. De VVD-leider kan niet alleen uitdragen waar hij tegen is. De premier, die herkozen wil worden, dient snel te formuleren vóór welke acties in de eurozone hij is.