Therapie via de telefoon verlaagt drempel

Met telefoontherapie halen therapeuten meer patiënten uit hun depressie dan met de traditionele sessies onder vier ogen. Bij therapie per telefoon, waarbij de therapeut opbelt, doet 1 op de 5 mensen op gegeven moment niet meer mee aan de therapie. Bij therapie in de spreekkamer is de uitval 1 op de 3. Beide therapievormen werken aanvankelijk even goed, maar na een half jaar doen de mensen die telefonisch zijn geholpen het iets slechter.

„Telefoontherapie heeft dus voor- en nadelen”, concluderen Amerikaanse psychologen vandaag in hun onderzoeksverslag in het Journal of the American Medical Association.

Het onderzoek was opgezet om te kijken of het waar is dat telefoontherapie een veel betere therapietrouw geeft dan persoonlijk contact tussen therapeut en patiënt. Bijkomende vraag was welke therapie een beter resultaat geeft. De lage uitval rolde uit een publicatie in 2008 waarin eerder telefoontherapie-onderzoek werd gebundeld (een meta-analyse): slechts 7,6 procent van de patiënten maakten een telefoontherapie niet af. Dat is erg weinig vergeleken met de uitval van 33 procent in onderzoek naar face-to-face-therapie „die in de praktijk de 50 procent wel kan overschrijden”, aldus de onderzoekers. In dit eerste vergelijkende onderzoek is het verschil in uitval minder groot dan in eerder, minder goed uitgevoerd onderzoek.

De deelnemers aan het onderzoek hadden een echte depressie. Zij kregen 18 sessies cognitieve gedragstherapie. Dat is een strikt geprotocolleerde therapie, gericht op het veranderen van gedachten en gedrag. De patiënten knapten er flink van op.

Bij de spreekkamertherapie zit de uitval vooral in het begin, schrijven de onderzoekers. Patiënten moeten een barrière overwinnen om naar de psycholoog te gaan. Bij de telefoon is ‘ontsnappen’ moeilijker, omdat de therapeut belt. Maar het verschil in therapietrouw kan ook veel subtieler zijn, overwegen de onderzoekers: „de interactie tussen therapeut en patiënt is gebaseerd op signalen en informatie via verschillende verbale en non-verbale kanalen. Telegeneeskunde (telefoon, videogesprek en e-mail) beperkt sommige van die signalen.” Hoe dat uitpakt is nog grotendeels onbekend, maar het kan van invloed zijn op de therapietrouw.