Ten onder in een witte limousine

Cosmopolis. Regie: David Cronenberg. Met: Robert Pattinson, Paul Giamatti, Juliette Binoche, Samantha Morton, Mathieu Amalric.In: 22 bioscopen ****

„Het probleem met een verhaal waarin alles kan gebeuren, is dat er op een of andere manier niets gebeurt”, schreef John Updike in 2003 over de roman Cosmopolis van Don DeLillo. David Cronenberg bereikt dat effect in zijn verfilming eveneens, en slecht is dat niet.

Op een ochtend ontwaakt de 28-jarige miljardair Eric Packer in zijn 48 kamers tellende penthouse te Manhattan met het vaste voornemen naar de kapper te gaan. Dus rijdt hij 47th Street af in zijn witte stretchlimousine, welbewust een verkeersinfarct in dat wordt veroorzaakt door de bezoekende president, een anarchistische betoging en de begrafenis van een rapper. Onderweg vergokt Eric dromerig miljarden dollars op een daling van de yuan. Heeft hij seks en ontbijt, luncht en dineert hij met zijn ongrijpbare echtgenote. Betogers besmeuren zijn limousine, hij mishandelt paparazzi en is getuige van een zelfverbranding („onorigineel”). Er gebeurt van alles, alleen niets dat Packer in zijn cocon raakt. Dus ook weer niets.

Cosmopolis is een curieus statische roadmovie met tieneridool Robert Pattinson als glazig middelpunt. Cronenberg nodigt uit de wereld te beleven als het slapeloze genie Packer, wiens bewustzijn ergens tussen dromen en waken zweeft. De camera staat claustrofobisch laag in zijn cocon, waar medewerkers als geesten naar binnen zweven en even abrupt weer verdwijnen. De film bestaat uit dialogen vol losse eindjes, vaak rechtstreeks uit DeLillo: mini-essays over de waarde van tijd, de financiële sector, wiskunde en de orde van het universum, het verdwijnen van de computer, popmuziek als pseudoreligie. Dingen herhalen zich en overlappen, als in een droom.

De film werkt het best als de solipsistische Eric Packer zich in zijn – bijna – geluidsdichte limo bevindt, waar de wereld een fluistering is en hij zich afwezig laat neuken door een kunstadviseur of zich voorover buigt voor zijn dagelijkse prostaatonderzoek. Waarom hij dat doet? Omdat het kan. Wat wil je nog als alles kan? Packer is al blij dat hij vandaag naar de kapper wil.

Cosmopolis vertoont het dostojevskiaans masochisme van veel van Cronenbergs werk. Wie niets te wensen heeft, is zo goed als dood. Lijden, dat geeft iets te wensen. Voor Packer is niet handelen veel interessanter dan handelen. Handelen maakt hem nog rijker, zodat hij behoeftes kan bevredigen die hij niet voelt. Dan liever een bankroet. Vernietiging is creatie, in het anarcho-kapitalisme.

Cosmopolis gaat over de kapitalistische kringloop van groei, verval en vernietiging; een film op het omslagpunt waar decadentie verwoesting wordt. De sfeer is onheilspellend en heel eigentijds. Niet geheel geslaagd, maar een erg interessante mislukking, deze troebele, cerebrale film.

    • Coen van Zwol