Straatmeubels als protest tegen te duur design

Ontwerper Semeijn maakt stoelen uit verkiezingsborden en kippengaas. Street art met een boodschap. Hij laat ze achter voor de vinder op straat.

Het ging allemaal goed bij de verloskundige, zegt ontwerper en straatkunstenaar Jurjen Semeijn. De baby is ingedaald, zijn vriendin is morgen uitgerekend. Zijn lichtblauwe overhemd en donkerblauwe schoenen combineren elegant. Niet het stereotype street artist. Semeijn: „Dat hoor ik wel vaker, ik ben gewoon keurig opgevoed. Voordat ik een stoel uit een schutting zaag, kijk ik eerst of ik daar niet al te veel problemen mee veroorzaak.”

Sinds 2010 maak Semeijn stoelen op straat van schuttingen, verkiezingsborden, gaas, plantenbakken en wat hij maar tegenkomt. Dat doet hij ‘freestyle’, dus zonder vooropgezet plan of tekeningen. Hij maakt een foto en laat ze achter voor de vinder op straat. ‘Guerrilla Upcycling’, zo noemt hij deze werkwijze. De stoelen zijn deel van zijn serie Straatmeubilair, een kunstproject naast zijn gewone werk als ontwerper.

Eerder plaatste Semeijn al designstoelen in een skatehal. Volgens de ontwerper is zijn ‘guerrilla art’ een variant op de street art van artiesten als graffitikunstenaar Banksy. Gaat het er bij street art vooral om snel en verrassend te opereren, Semeijn probeert met zijn guerrilla art ook een punt te maken.

Gewapend met rolmaat, schroeven, schroevendraaiers en een accucirkelzaag fietst hij door Amsterdam. „Het is mijn commentaar op de designwereld, die oplages bewust laag houdt om design te verkopen als kunst. Overal wordt design van gemaakt en hier vragen ze hoge prijzen voor.” Voorbeelden noemt hij liever niet. „Maar loop maar eens een chique designwinkel binnen. Vast heel mooi, maar is het ook kunst?”

Volgens Semeijn schieten deze ontwerpers hun doel voorbij. „Hun functie is naar mijn mening om iets nieuws te maken en dan op zoek te gaan naar het meest efficiënte productieproces zodat het betaalbaar wordt. Om daarna over te gaan tot massaproductie.” Ontwerpers zouden moeten streven naar een zo mooi en betaalbaar mogelijk product en niet kunstmatig de prijzen hoog moeten houden.

Met Guerrilla Upcycling laat Semeijn zien hoe het ook kan. „Door de stoel ter plekke te ontwerpen en te maken, lijkt het alsof het van geen waarde kan zijn. Maar juist door de boodschap, de druk van tijd en het risico dat ik ermee loop, wordt het waardevol.”

De verkiezingsborden koos hij „omdat die er nu eenmaal stonden”. Met politiek heeft zijn project weinig te maken. „Het is street art, als mensen het gewoon een cool project vinden, is dat natuurlijk al winst.”

De stoelen zijn niet te koop. Als ontwerper van huisstijlen en 3D-objecten zet Semeijn voor dit soort projecten geld opzij. „Op mijn site staat wel een prijs van een paar duizend euro per stoel, maar dat is puur voor de grap als indicatie voor de verzamelaarswaarde. Ik héb de stoelen zelfs niet meer.” Nadat de foto’s zijn gemaakt, laat hij de stoelen staan. „Mensen zien waar de stoel vandaan komt en zo blijft de context bestaan. Net zolang tot de gemeenschap het wil en iemand hem mee naar huis neemt of opruimt. Als ik wegloop bij de stoelen, worden ze publiek bezit. Ik houd van de vergankelijkheid van dingen.” De meeste stoelen zijn binnen een paar dagen weg. „Maar ze bestaan nog wel, denk ik. Misschien wel in een woonkamer of op Marktplaats.”

Wanneer is zijn project geslaagd? „Kijk, ik wil helemaal niet zeggen wat er wel of niet mag. Als die ontwerpers dingen weg kunnen zetten als kunst en er blijkbaar markt voor is, wie ben ik dan om daar iets van te zeggen? Maar het gaat tegen mijn gevoel in. Als het me lukt om mensen daarop te wijzen en misschien op andere gedachten te brengen, ben ik al tevreden.”

Hij ziet tegenwoordig veel minder design dat wordt verkocht als kunst dan toen hij begon. Semeijn: „Hoera voor de crisis!” Je zou dus kunnen zeggen dat zijn project heeft gewerkt. Maar Semeijn vindt het „te leuk om te stoppen”. Door de drukte van zijn werk en de komende baby laten nieuwe stoelen even op zich wachten. „Maar overal zie ik stoelen in wording. Ik kijk zoals een dief: je ziet overal mogelijkheden.”

Toch heeft hij nooit echte problemen tijdens het bouwen gehad. „Een keer kwam de politie langzaam langs gereden, maar toen ben ik zonder op te kijken strak doorgegaan. Ze reden verder. Daarom zorg ik dat ik er keurig uitzie als ik op pad ga.” Wel heeft hij discussies met zichzelf. „Je werkt toch met andermans eigendommen. Ik probeer in te schatten of mijn stoel een meerwaarde heeft ten opzichte van het object zelf. Of het hek niet bijvoorbeeld de spoorwegen afschermt. Maar het is een egoïstische afweging, uiteindelijk blijft het vandalisme.”

Bekijk de stoelen van Semeijn op ihavepop.com

    • Bram van Dijk