Sluit niet net nu onze Arabische instituten

Het is onbegrijpelijk dat de Nederlandse regering de drie Arabische instituten in Beiroet, Amman en Damascus sluit, zegt Petra Stienen. Ze zijn als zuurstof voor de regio. Hou ze daarom open.

Voor de Arabische samenleving zijn de vele jonge studenten, activisten, journalisten, kunstenaars, filmmakers en creatieve ondernemers als de kanaries die kompels vroeger meenamen in de ondergrondse mijnen. Zodra de beestjes niet langer konden fluiten, wisten de mijnwerkers dat er een levensgevaarlijk zuurstoftekort dreigde.

Zo zal er ook weinig ademruimte zijn voor een bevolking als creatievelingen hun talenten en energie niet meer kunnen laten schitteren. Maar regimes als die van Bashar al-Assad trekken zich daar weinig van aan. Integendeel, hij en zijn handlangers zijn erop uit die talenten letterlijk te verstikken, zoals bleek uit de moord op de zanger Ibrahim Qashoush, de aanslag op de prominente cartoonist Ali Ferzat en de recente moord op de jonge documentairemaker Bassel Shahade die speciaal uit de VS was teruggekeerd om verslag te doen van de gebeurtenissen in zijn vaderland.

Vorig jaar bij het begin van de Arabische revoluties duurde het even voor de Nederlandse regering was bijgekomen van de verrassing dat er grote groepen mensen in de Arabische wereld verandering wensen en niet langer onder de dictator willen leven die het westen stabiliteit garandeert ten koste van de welvaart en mensenrechten van zijn eigen bevolking. Maar al snel leek ze te begrijpen dat juist die extra zuurstof aan progressieve krachten nodig was om de veranderingen in de Arabische wereld te laten slagen. Er kwamen zowaar miljoenen extra fondsen beschikbaar voor projecten op gebied van democratisering, ontwikkeling van de rechtsstaat, en mensenrechten. Zo is er 3,5 miljoen beschikbaar voor training van diplomaten uit de regio. In december 2011 kondigde minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) nog in bijzijn van zijn Amerikaanse collega Hillary Clinton met veel bombarie aan dat er voor internetvrijheid 5 miljoen extra beschikbaar kwam in landen als Syrië.

Blijkbaar zijn de ambities niet doorgedrongen tot het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Want staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) haalt zomaar een streep door het bestaan van drie belangrijke Nederlandse Instituten in Damascus, Beiroet en Amman. Terwijl deze instituten juist nu een vrijplaats zijn voor ontmoeting en uitwisseling van wetenschappers, studenten, kunstenaars en experts op allerlei vernieuwende terreinen zoals internationale betrekkingen, watermanagement en stedelijke ontwikkeling. Zijlstra onderbouwt zijn maatregel met vage argumenten. Zo zouden het slechts taleninstituten zijn en zou er amper iets gebeuren op gebied van uitwisseling.

Nog geen twee jaar geleden was het ministerie van OCW juist enthousiast en besloot tot opening van (twee kleine) instituten in Beiroet en Amman. Nu, één jaar later, worden ze weer gesloten.

Het instituut in Damascus heeft een goede reputatie opgebouwd als vrijplaats voor academisch onderzoek, culturele activiteiten en uitwisseling van Nederlandse en Syrische studenten. Iedereen begrijpt dat het op dit moment onmogelijk is zo’n instituut open te houden gezien de crisis in Syrië. Maar de twee instituten in Beiroet en Amman kunnen de activiteiten eenvoudig voortzetten en vandaar uit ook het netwerk in Syrië behouden, voor weinig geld. Terwijl een mogelijke militaire of humanitaire interventie in Syrië miljarden gaat kosten, lijkt een budget van een paar ton voor deze instituten een te grote kostenpost.

De Britten noemen dat penny wise, pound foolish. Ik noem het: dichtdraaien van de zuurstofkraan voor jonge mensen uit de regio die graag kennis willen nemen van de Nederlandse samenleving en cultuur, onderwijsmogelijkheden en bedrijfsleven. Juist nu de resten van dictatoriale regimes en Moslimpartijen in de regio nog weinig ademruimte overlaten aan progressieve krachten moeten er plekken zijn waar ontmoeting van studenten, wetenschappers en kunstenaars mogelijk blijft.

Op de langere termijn zal de investering in dit soort instituten zich op allerlei manieren terugbetalen. Als eenmaal de stof van de revoluties is neergedwarreld en er weer enige stabiliteit optreedt, heeft Nederland groot belang bij goede netwerken met de toekomstige generaties in de Arabische regio. Bij universiteiten, bedrijfsleven en de culturele wereld. Nu de politieke constellatie in Nederland is veranderd hoop ik dat er voldoende politieke steun komt voor het openhouden van de instituten in Beiroet en Amman en het heropenen van het instituut in Damascus zodra dat weer kan. Alle kleine beetjes zuurstof zijn nu van levensbelang, en de Nederlandse instituten kunnen daaraan bijdragen.

Petra Stienen is arabiste en auteur van Het Andere Arabische Geluid. Een nieuwe toekomst in het Midden-Oosten dat na de zomer 2012 verschijnt bij Nieuw Amsterdam.

    • Petra van Stienen