Oprechte hulde en vrijblijvende politieke vleierij

Robbert Dijkgraaf nam gisteren afscheid als president van de KNAW. Rutte was vol lof, maar Dijkgraaf wees op de nulgroei van het wetenschapsbudget.

Nederland, Amsterdam, 05-06-2012. Afscheid van Robbert Dijkgraaf als president van het KNAW, wetenschapsinstituut. Hij wordt opgevolgd door Hans Clevers. Dijkgraaf wordt directeur van het Institute For Advanced Study in Princeton. Foto: Olivier Middendorp

Het waren twee goedgemutste presidenten bij elkaar, gistermiddag in het Muziekgebouw aan het IJ: scheidend KNAW-president Robbert Dijkgraaf en demissionair minister-president Mark Rutte. Beiden staan bekend om hun jongensachtigheid en hun onverslijtbare lach. Maar slechts één van hen kreeg een staande ovatie: Robbert Dijkgraaf. Voor hem was iedereen gekomen. Goed, er klonken hier en daar wat schampere lachjes toen hij Mark Rutte en staatssecretaris Halbe Zijlstra zonder ironie aansprak als „vrienden van de wetenschap”, maar dat vergaven de de aanwezigen hem meteen. Tijdens Dijkgraafs laatste toespraak als KNAW-president, hing iedereen aan zijn lippen, alsof het om een van zijn optredens bij De Wereld Draait Door ging – optredens die ook voortdurend geprezen werden door de andere sprekers.

Om te beginnen door de demissionair premier. Robbert Dijkgraaf koppelt publieksgerichtheid aan „een overzichtelijk ego”, sprak Rutte trefzeker, waarna hij aankondigde dat het hare majesteit behaagd had om Dijkgraaf te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Even daarvoor had Rutte voorspeld dat Leo Kouwenhoven weleens aan het rijtje Nederlandse Nobelprijswinnaars zou kunnen worden toegevoegd – de Delftse fysicus die onlangs definitief het bestaan van de zogeheten Majoranadeeltjes aantoonde, elementaire deeltjes waarvan het bestaan reeds in 1937 voorspeld werd (en wel door de Siciliaanse natuurkundige Ettore Majorana, die in 1938 onder mysterieuze omstandigheden verdween).

En Rutte had het vertrek van Robbert Dijkgraaf naar de Verenigde Staten (om directeur te worden van het Institute for Advanced Study in Princeton) „een aderlating” genoemd, „niet alleen voor de KNAW en De Wereld Draait Door, maar ook persoonlijk”. Want hij had altijd zulke prettige gesprekken met Dijkgraaf over de vraag hoe de wetenschappelijke „cultuur van kwaliteit” in Nederland te behouden. Daarop klonken wel weer enkele schampere lachjes. Het was Dijkgraaf zelf die vervolgens in zijn afscheidsrede de elephant in the room bij de naam noemde: een „lange traditie” van „nul procent groei” voor het wetenschapsbudget. „Ik wens mijn opvolger toe dat hij deze taaie trend kan doorbreken.”

Die opvolger, de Utrechtse moleculair bioloog Hans Clevers, bleek intussen nog met een andere onzichtbare olifant in gevecht: de strijd om de waardering van de alfa- en gammawetenschappers. Bij zijn benoeming, eind maart, stemde eenderde van de Akademieleden blanco, uit protest. Clevers zou niet genoeg met niet-bètawetenschap hebben. Nu leek hij wel erg zijn best te doen om zich alfa-gamma op te stellen: hij zei graag boeken te lezen over cognitie, taal en geschiedenis, „zoals biografieën”. En na een grapje over het wetenschapsbudget, dat dit jaar waarschijnlijk daalt tot minder dan 0,7 procent van het bnp, „een daling die slechts voorkomen kan worden door verdere krimp van de economie”, sprak hij: „Ik beloof dat ik geen bètagrappen meer zal maken.”

Pijnlijk diep door de knieën – alsof alfa’s en gamma’s dit niet zouden begrijpen, roezemoesde het even op de receptie na afloop. En had Clevers het woord geesteswetenschappen nu wel vaak genoeg genoemd? In maart had hij het er namelijk te weinig over gehad. Of had hij het woord juist te vaak genoemd? Je kunt toch niet alle alfa- en gammawetenschap zomaar onder geesteswetenschappen scharen, want al die andere alfa’s en gamma’s dan?

Maar deze problemen komen ongetwijfeld later nog aan de orde. Gisteren was het vooral het feest van Robbert Dijkgraaf. Geheel in diens geest stelde Clevers dan ook een vierde kerntaak voor het KNAW voor, naast de verenigingsfunctie, het adviseren van de regering en het beheer van topinstituten: winning the hearts and minds van het grote publiek voor de wetenschap. Dat was inderdaad wat Dijkgraaf als geen ander deed.

    • Ellen de Bruin