Onverdoofde slacht binnen 40 seconden

Na de verhitte discussie over de rituele slacht is er een compromis. In joodse kring wordt gesproken van een „herbevestiging” van rechten.

In het gisteren gepresenteerde Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten blijft geen aspect van de rituele slacht onbesproken. Het mes moet „te allen tijde zeer scherp en gaaf zijn”. De halssnede moet „met een ononderbroken, vloeiende beweging” worden uitgevoerd. Als de dikte van de vacht de slacht bemoeilijkt, moet het dier eerst geschoren worden.

Het akkoord tussen overheid, slachterijen en religieuze organisaties is „een goede balans tussen de vrijheid van godsdienst en verbetering van het dierenwelzijn”, concludeerde staatssecretaris Bleker (Landbouw, CDA) gisteren.

De overeenkomst volgt op een debat in de Eerste Kamer, vorig jaar, over een initiatiefvoorstel van de Partij voor de Dieren (PvdD). Nadat de Tweede Kamer akkoord was gegaan met een verbod op de onverdoofde slacht, stemde een meerderheid van de senatoren tegen. Bleker beloofde met de betrokken partijen te onderzoeken of het dierenwelzijn bij de onbedwelmde slacht kon worden verbeterd.

Drie maanden had hij uitgetrokken voor de gesprekken met het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven (VSV). Het werden er zes. Het NIK zag niets in Blekers voornemen om Ludo Hellebrekers voorzitter te maken van een wetenschappelijke commissie die het convenant moet toetsen. Als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) zou Hellebrekers dierenwelzijn laten prevaleren boven de vrijheid van godsdienst.

In het gisteren gepresenteerde compromis kunnen alle partijen zich vinden. „Een herbevestiging van onze rechten in dit land”, reageert Ronnie Eisenmann, voorzitter van de Joodse Gemeente Amsterdam. Volgens Eisenmann werden joden tijdens de vaak emotionele discussies over de rituele slacht afgeschilderd „als barbaren en dierenbeulen”. Ten onrechte. „Onze wijze van slachten is niet in strijd met het dierenwelzijn.”

Ook moslims tonen zich tevreden over het akkoord. „Al hebben wij wel wat water bij de wijn moeten doen”, zegt Amin Abed Ali van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Ali doelt op de afspraak dat dieren niet langer dan 40 seconden bij bewustzijn mogen zijn nadat de halssnede is toegebracht. Zo niet, dan wordt het dier alsnog direct bedwelmd met een extra ingreep. Ali: „Wij hadden meer seconden in gedachten, maar we kunnen leven met het uiteindelijke resultaat.”

Volgens de Partij voor de Dieren levert het convenant geen wezenlijke bijdrage aan het dierenwelzijn. „Zo zacht als boter”, kwalificeert Marianne Thieme de overeenkomst. Volgens de PvdD-fractievoorzitter kan een dierenarts na 40 seconden niet zonder medische aparatuur bepalen of een dier buiten bewustzijn is. Bovendien voelen veterinairs zich volgens haar onder druk gezet om de slacht goed te keuren – uit economische overwegingen. „Men komt niet tegemoet aan ons bezwaar dat een dier zijn eigen dood moet meemaken.”

Volgens Thieme proberen religieuze organisaties met oneigenlijke argumenten hun gelijk te halen. De verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog – waarin de rituele slacht door de bezetter verboden werd – leidt volgens haar tot „een onzuivere discussie”. Eisenmann ontkent dat. Hij geeft toe dat „individuen” de Tweede Wereldoorlog ter sprake hebben gebracht, maar stelt dat het NIK zijn argumenten kracht bijzette door te wijzen op de eeuwenoude rechten van minderheden in Nederland.

Op 12 juni buigt de Eerste Kamer zich over het bereikte compromis.

    • Danielle Pinedo